Hulpgids

De gids voor de geestelijke gezondheidszorg

Schizofrenie - diagnostische criteria

Inleiding

Jarenlang hebben vele onderzoekers getracht criteria vast te stellen om de diagnose schizofrenie met enige betrouwbaarheid te kunnen stellen. Een aantal van die criteria worden hiero beschreven.

De criteria van Langfeld (1960)

  • Elk van de volgende symptomen volstaat voor de diagnose:
  • Een bijzondere vorm van emotionele afstomping, gevolgd door initiatiefverlies en gedragsveranderingen van vaak eigenaardig karakter.
  • Catatonie: perioden van rusteloosheid en stupor, met als karakteristieke kenmerken: negativisme, katalepsie en vegetatieve verschijnselen.
  • Paranoïde symptomen, waarbij de stoornissen als van buiten de eigen persoon komend worden ervaren.
  • Paranoïde symptomen, met primaire waanvorming.
  • Chronische hallucinaties, niet het gevolg van een organische stoornis.

 

De symptomen van de eerste orde van Schneider (1962)

  • Elk van de volgende symptomen volstaat voor de diagnose:
  • Waanwaarneming
  • Gedachteninbrenging (idee dat gedachten van buitenaf worden ingebracht)
  • Gedachtenuitzending (idee dat de eigen gedachten worden uitgezonden)
  • Gedachtenontrekking (idee dat gedachten worden onttrokken)
  • Beïnvloedingswaan
  • Gehoorshallucinatie
    - hardop horen uitspreken van de eigen gedachten
    - stemmen die over de patiënt praten
    - stemmen die commentaar geven op het gedrag van de patiënt
    - gedachtenecho, d.w.z. gedachten worden direct na het denken herhaald gehoord
  • Somatische hallucinatie

DSM-5 criteria

295.90

  • A. Twee (of meer) van de volgende kenmerken, waarvan elk in een periode van één maand een significant deel van de tijd aanwezig is: (minimaal 1,2 of 3)
    1. wanen, 2. hallucinaties, 3. gedesorganiseerd spreken, 4. ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag, 5. negatieve symptomen.
  • B. Niveau van functioneren ligt op een of meer belangrijke levensgebieden duidelijk onder het niveau van het begin van de stoornis.
  • C. Symptomen van de stoornis zijn gedurende ten minste zes maanden ononderbroken aanwezig. 
  • D. Uitgesloten zijn een schizoaffectieve stoornis en een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken.
  • E. De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel of aan een somatische aandoening.
  • F. Indien er een voorgeschiedenis is met een autistischespectrumstoornis wordt de aanvullende diagnose schizofrenie alleen gesteld indien er gedurende ten minste één maand (of korter indien met succes behandeld) opvallende wanen of hallucinaties zijn.

 

Bron
DSM-5 - Nederlandse vertaling
American Psychiatric Association
Uitgeverij Boom (2014)

Praktijk uitgelicht








Praktijk inschrijven

Ook uw praktijk geplaatst op de Hulpgids? U kunt zich aanmelden door het inschrijfformulier in te vullen en daarna op de knop "versturen" te klikken. Uw gegevens worden binnen 5 werkdagen na ontvangst kosteloos door Hulpgids.nl verwerkt en gepubliceerd. inschrijven ›