Schizofrenie - diagnostische criteria

Meer informatie
No items found.

DSM-5-TR

De diagnose schizofrenie wordt  gesteld op basis van de DSM-5-TR. Daarbij gaat het niet om één enkel symptoom, maar om een combinatie van psychotische verschijnselen, functieverlies en een voldoende lange duur van de klachten. Volgens de DSM-5-TR moet sprake zijn van ten minste twee kenmerkende symptomen, waarvan er minimaal één bestaat uit wanen, hallucinaties of gedesorganiseerd spreken. Daarnaast kunnen ook ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag en negatieve symptomen voorkomen, zoals emotionele vervlakking of initiatiefverlies.

De symptomen moeten gedurende minimaal één maand in duidelijke mate aanwezig zijn geweest. Daarnaast moeten er gedurende in totaal minimaal zes maanden tekenen van de stoornis aanwezig zijn, inclusief eventuele prodromale of restsymptomen. Verder moet het functioneren op belangrijke levensgebieden, zoals werk, opleiding, sociale relaties of zelfzorg, duidelijk zijn verslechterd ten opzichte van het eerdere niveau.

De diagnose wordt alleen gesteld wanneer het beeld niet beter verklaard kan worden door een schizoaffectieve stoornis, een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, middelengebruik of een somatische aandoening. Wanneer iemand al een autismespectrumstoornis heeft, wordt schizofrenie alleen aanvullend vastgesteld als er gedurende ten minste één maand duidelijke wanen of hallucinaties aanwezig zijn.

Wanneer psychotische symptomen langer dan één maand maar korter dan zes maanden bestaan, kan sprake zijn van een schizofreniforme stoornis. Als de klachten langer aanhouden en ook aan de overige criteria wordt voldaan, kan later alsnog de diagnose schizofrenie worden gesteld.

Historische criteria

Voor de invoering van moderne classificatiesystemen werd schizofrenie op andere manieren beschreven. Twee klassieke benaderingen die historisch invloedrijk zijn geweest, zijn de criteria van Langfeld en de zogenoemde eerste-rangs symptomen van Schneider.

De criteria van Langfeld
Langfeld beschreef in 1960 schizofrenie aan de hand van klinische verschijnselen zoals emotionele afstomping, initiatiefverlies, eigenaardig gedrag, katatone symptomen, paranoïde verschijnselen en chronische hallucinaties. Deze beschrijving weerspiegelt vooral de klassieke psychiatrische observatie van het gedrag en het affect van de patiënt.

De eerste-rangs symptomen van Schneider
Schneider legde in 1962 sterk de nadruk op bepaalde psychotische ervaringen die hij kenmerkend vond voor schizofrenie. Het ging bijvoorbeeld om gedachteninbrenging, gedachtenuitzending, gedachtenontrekking, beïnvloedingswanen, waanwaarnemingen en specifieke gehoorshallucinaties, zoals stemmen die commentaar geven of over de patiënt praten. Deze symptomen zijn nog steeds klinisch herkenbaar en kunnen sterk wijzen in de richting van een schizofreniespectrumstoornis. Tegenwoordig worden zij echter niet meer gezien als op zichzelf voldoende of noodzakelijk voor de diagnose.

Klinische kanttekening

Hoewel de DSM-5-TR duidelijke criteria biedt, blijft diagnostiek in de praktijk vaak een proces in de tijd. Zeker in een eerste psychose is niet altijd direct duidelijk of uiteindelijk sprake is van schizofrenie, een andere psychotische stoornis of een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken. Daarom wordt de diagnose meestal niet alleen gebaseerd op symptomen op één moment, maar ook op beloop, functioneren, context en follow-up.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
  • Langfeldt G. The Schizophreniform States. Copenhagen: Munksgaard; 1960.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults: prevention and management (CG178). London: NICE; 2014.
  • Schneider K. Clinical Psychopathology. New York: Grune & Stratton; 1959/1962.
  • Zorgstandaard Psychose.

DSM-5-TR

De diagnose schizofrenie wordt  gesteld op basis van de DSM-5-TR. Daarbij gaat het niet om één enkel symptoom, maar om een combinatie van psychotische verschijnselen, functieverlies en een voldoende lange duur van de klachten. Volgens de DSM-5-TR moet sprake zijn van ten minste twee kenmerkende symptomen, waarvan er minimaal één bestaat uit wanen, hallucinaties of gedesorganiseerd spreken. Daarnaast kunnen ook ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag en negatieve symptomen voorkomen, zoals emotionele vervlakking of initiatiefverlies.

De symptomen moeten gedurende minimaal één maand in duidelijke mate aanwezig zijn geweest. Daarnaast moeten er gedurende in totaal minimaal zes maanden tekenen van de stoornis aanwezig zijn, inclusief eventuele prodromale of restsymptomen. Verder moet het functioneren op belangrijke levensgebieden, zoals werk, opleiding, sociale relaties of zelfzorg, duidelijk zijn verslechterd ten opzichte van het eerdere niveau.

De diagnose wordt alleen gesteld wanneer het beeld niet beter verklaard kan worden door een schizoaffectieve stoornis, een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, middelengebruik of een somatische aandoening. Wanneer iemand al een autismespectrumstoornis heeft, wordt schizofrenie alleen aanvullend vastgesteld als er gedurende ten minste één maand duidelijke wanen of hallucinaties aanwezig zijn.

Wanneer psychotische symptomen langer dan één maand maar korter dan zes maanden bestaan, kan sprake zijn van een schizofreniforme stoornis. Als de klachten langer aanhouden en ook aan de overige criteria wordt voldaan, kan later alsnog de diagnose schizofrenie worden gesteld.

Historische criteria

Voor de invoering van moderne classificatiesystemen werd schizofrenie op andere manieren beschreven. Twee klassieke benaderingen die historisch invloedrijk zijn geweest, zijn de criteria van Langfeld en de zogenoemde eerste-rangs symptomen van Schneider.

De criteria van Langfeld
Langfeld beschreef in 1960 schizofrenie aan de hand van klinische verschijnselen zoals emotionele afstomping, initiatiefverlies, eigenaardig gedrag, katatone symptomen, paranoïde verschijnselen en chronische hallucinaties. Deze beschrijving weerspiegelt vooral de klassieke psychiatrische observatie van het gedrag en het affect van de patiënt.

De eerste-rangs symptomen van Schneider
Schneider legde in 1962 sterk de nadruk op bepaalde psychotische ervaringen die hij kenmerkend vond voor schizofrenie. Het ging bijvoorbeeld om gedachteninbrenging, gedachtenuitzending, gedachtenontrekking, beïnvloedingswanen, waanwaarnemingen en specifieke gehoorshallucinaties, zoals stemmen die commentaar geven of over de patiënt praten. Deze symptomen zijn nog steeds klinisch herkenbaar en kunnen sterk wijzen in de richting van een schizofreniespectrumstoornis. Tegenwoordig worden zij echter niet meer gezien als op zichzelf voldoende of noodzakelijk voor de diagnose.

Klinische kanttekening

Hoewel de DSM-5-TR duidelijke criteria biedt, blijft diagnostiek in de praktijk vaak een proces in de tijd. Zeker in een eerste psychose is niet altijd direct duidelijk of uiteindelijk sprake is van schizofrenie, een andere psychotische stoornis of een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken. Daarom wordt de diagnose meestal niet alleen gebaseerd op symptomen op één moment, maar ook op beloop, functioneren, context en follow-up.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
  • Langfeldt G. The Schizophreniform States. Copenhagen: Munksgaard; 1960.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults: prevention and management (CG178). London: NICE; 2014.
  • Schneider K. Clinical Psychopathology. New York: Grune & Stratton; 1959/1962.
  • Zorgstandaard Psychose.