Schizofrenie

Schizofrenie is een ernstige psychische stoornis waarbij het denken, waarnemen, voelen en functioneren diepgaand verstoord kunnen raken. De aandoening gaat vaak gepaard met psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties, verward denken en ontregeld gedrag, maar ook met verlies van initiatief, sociale terugtrekking en problemen in het dagelijks functioneren. Schizofrenie begint meestal in de late adolescentie of vroege volwassenheid, maar het beloop verschilt sterk van persoon tot persoon. Bij sommige mensen is sprake van terugkerende psychotische episoden, bij anderen van een langduriger of meer chronisch patroon. Tegelijk is schizofrenie niet gelijk aan onvermijdelijke achteruitgang: herstel is in veel gevallen wel degelijk mogelijk, al verschilt de mate daarvan sterk.

Geschiedenis

De manier waarop schizofrenie wordt begrepen is in de loop van de tijd sterk veranderd. In 1896 beschreef de Duitse psychiater Emil Kraepelin de ziekte-eenheid dementia praecox (“vroegtijdige aftakeling”), waarmee hij vooral een vroeg beginnende en uiteindelijk verslechterende psychische aandoening bedoelde. Hij onderscheidde daarbij drie vormen: de katatone, hebefrene en paranoïde vorm.

In 1911 introduceerde Eugen Bleuler de term schizofrenie, letterlijk “splijting van de geest”. Daarmee bedoelde hij niet een gespleten persoonlijkheid, maar een verstoring in de samenhang van basale psychische functies zoals denken, voelen en willen. Bleuler voegde aan de eerdere indeling ook de schizofrenia simplex toe.

Lange tijd werd schizofrenie vervolgens onderverdeeld in verschillende subtypen, zoals het paranoïde, gedesorganiseerde, katatone, ongedifferentieerde en resttype. In de DSM-5 zijn deze subtypen echter verlaten, omdat ze in de praktijk onvoldoende betrouwbaar en klinisch bruikbaar bleken. Tegenwoordig wordt schizofrenie meer begrepen als onderdeel van een schizofreniespectrum, waarbij niet één vast ziektebeeld bestaat, maar een heterogene groep stoornissen met overlappende psychotische kenmerken.

Symptomen

De symptomen van schizofrenie kunnen per persoon sterk verschillen, maar vallen grofweg uiteen in drie domeinen: psychotische symptomen, negatieve symptomen en gedesorganiseerde symptomen.

Psychotische (of "positieve") symptomen
Dit zijn de meest opvallende verschijnselen van de stoornis. Het gaat om een verstoorde realiteitstoetsing, waarbij iemand dingen kan denken of waarnemen die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Voorbeelden zijn wanen en hallucinaties. Wanen zijn hardnekkige overtuigingen die niet kloppen met de realiteit, zoals achtervolgingsideeën of het gevoel beïnvloed te worden door een externe kracht. Hallucinaties zijn waarnemingen zonder externe prikkel. Het meest voorkomend is het horen van stemmen, bijvoorbeeld stemmen die commentaar geven of tegen iemand spreken. Ook het denken zelf kan ontregeld raken. Gedachten kunnen minder logisch samenhangen, waardoor spreken moeilijk te volgen wordt of plotseling kan stilvallen.

Negatieve symptomen
Naast psychotische symptomen kunnen functies juist verminderd raken. Dit worden negatieve symptomen genoemd. Het gaat bijvoorbeeld om afvlakking van emoties, verminderd initiatief, verlies van interesse of plezier en sociale terugtrekking. Deze symptomen vallen vaak minder op dan wanen of hallucinaties, maar hebben meestal een grote invloed op het dagelijks functioneren en herstel.

Gedesorganiseerd gedrag en motoriek
Bij schizofrenie kan ook het gedrag ontregeld raken. Iemand kan chaotisch, impulsief of moeilijk voorspelbaar worden, maar soms juist stilvallen of weinig reageren. In ernstigere gevallen kan sprake zijn van katatonie, waarbij iemand verstijfd raakt, nauwelijks beweegt of juist doelloos motorisch onrustig is.

Vroege signalen

Aan een eerste psychotische episode gaat vaak een periode vooraf waarin subtiele veranderingen zichtbaar worden. Dit wordt de prodromale fase genoemd. In deze periode kunnen mensen zich bijvoorbeeld meer terugtrekken, achterdochtiger worden, slechter gaan functioneren, minder initiatief tonen of veranderingen laten zien in denken, waarnemen of stemming. Deze vroege signalen zijn echter niet specifiek voor schizofrenie en betekenen niet automatisch dat iemand een psychotische stoornis ontwikkelt. Toch kan vroege herkenning belangrijk zijn, juist omdat tijdige hulp de kans op ernstigere ontregeling mogelijk kan verkleinen.

Beloop en prognose

Het beloop van schizofrenie verschilt sterk. Bij sommige mensen blijft het bij één of enkele psychotische episoden, terwijl bij anderen sprake is van een langduriger of kwetsbaarder patroon met terugval, restsymptomen en beperkingen in functioneren. Tegelijk is de prognose minder eenduidig somber dan vroeger vaak werd gedacht. Onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de mensen met een schizofreniespectrumstoornis op langere termijn in belangrijke mate kan herstellen, zowel klinisch als maatschappelijk en persoonlijk. Herstel betekent daarbij niet altijd dat alle symptomen verdwijnen, maar wel dat iemand opnieuw grip kan krijgen op het dagelijks leven, relaties, werk of zingeving.

Prevalentie

Schizofrenie is relatief zeldzaam, maar komt wereldwijd in alle samenlevingen voor. De incidentie ligt grofweg tussen de 0,2 en 0,6 nieuwe gevallen per 1000 mensen per jaar. De prevalentie wordt meestal geschat op ongeveer 2,5 tot 5,3 per 1000 mensen. In Nederland gaat het naar schatting om ongeveer 100.000 mensen met een schizofreniespectrumstoornis. De stoornis begint meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid. Mannen ontwikkelen gemiddeld iets eerder een eerste psychose dan vrouwen. Schizofrenie met begin in de kindertijd is zeer zeldzaam.

Literatuur

Schizofrenie is een ernstige psychische stoornis waarbij het denken, waarnemen, voelen en functioneren diepgaand verstoord kunnen raken. De aandoening gaat vaak gepaard met psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties, verward denken en ontregeld gedrag, maar ook met verlies van initiatief, sociale terugtrekking en problemen in het dagelijks functioneren. Schizofrenie begint meestal in de late adolescentie of vroege volwassenheid, maar het beloop verschilt sterk van persoon tot persoon. Bij sommige mensen is sprake van terugkerende psychotische episoden, bij anderen van een langduriger of meer chronisch patroon. Tegelijk is schizofrenie niet gelijk aan onvermijdelijke achteruitgang: herstel is in veel gevallen wel degelijk mogelijk, al verschilt de mate daarvan sterk.

Geschiedenis

De manier waarop schizofrenie wordt begrepen is in de loop van de tijd sterk veranderd. In 1896 beschreef de Duitse psychiater Emil Kraepelin de ziekte-eenheid dementia praecox (“vroegtijdige aftakeling”), waarmee hij vooral een vroeg beginnende en uiteindelijk verslechterende psychische aandoening bedoelde. Hij onderscheidde daarbij drie vormen: de katatone, hebefrene en paranoïde vorm.

In 1911 introduceerde Eugen Bleuler de term schizofrenie, letterlijk “splijting van de geest”. Daarmee bedoelde hij niet een gespleten persoonlijkheid, maar een verstoring in de samenhang van basale psychische functies zoals denken, voelen en willen. Bleuler voegde aan de eerdere indeling ook de schizofrenia simplex toe.

Lange tijd werd schizofrenie vervolgens onderverdeeld in verschillende subtypen, zoals het paranoïde, gedesorganiseerde, katatone, ongedifferentieerde en resttype. In de DSM-5 zijn deze subtypen echter verlaten, omdat ze in de praktijk onvoldoende betrouwbaar en klinisch bruikbaar bleken. Tegenwoordig wordt schizofrenie meer begrepen als onderdeel van een schizofreniespectrum, waarbij niet één vast ziektebeeld bestaat, maar een heterogene groep stoornissen met overlappende psychotische kenmerken.

Symptomen

De symptomen van schizofrenie kunnen per persoon sterk verschillen, maar vallen grofweg uiteen in drie domeinen: psychotische symptomen, negatieve symptomen en gedesorganiseerde symptomen.

Psychotische (of "positieve") symptomen
Dit zijn de meest opvallende verschijnselen van de stoornis. Het gaat om een verstoorde realiteitstoetsing, waarbij iemand dingen kan denken of waarnemen die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Voorbeelden zijn wanen en hallucinaties. Wanen zijn hardnekkige overtuigingen die niet kloppen met de realiteit, zoals achtervolgingsideeën of het gevoel beïnvloed te worden door een externe kracht. Hallucinaties zijn waarnemingen zonder externe prikkel. Het meest voorkomend is het horen van stemmen, bijvoorbeeld stemmen die commentaar geven of tegen iemand spreken. Ook het denken zelf kan ontregeld raken. Gedachten kunnen minder logisch samenhangen, waardoor spreken moeilijk te volgen wordt of plotseling kan stilvallen.

Negatieve symptomen
Naast psychotische symptomen kunnen functies juist verminderd raken. Dit worden negatieve symptomen genoemd. Het gaat bijvoorbeeld om afvlakking van emoties, verminderd initiatief, verlies van interesse of plezier en sociale terugtrekking. Deze symptomen vallen vaak minder op dan wanen of hallucinaties, maar hebben meestal een grote invloed op het dagelijks functioneren en herstel.

Gedesorganiseerd gedrag en motoriek
Bij schizofrenie kan ook het gedrag ontregeld raken. Iemand kan chaotisch, impulsief of moeilijk voorspelbaar worden, maar soms juist stilvallen of weinig reageren. In ernstigere gevallen kan sprake zijn van katatonie, waarbij iemand verstijfd raakt, nauwelijks beweegt of juist doelloos motorisch onrustig is.

Vroege signalen

Aan een eerste psychotische episode gaat vaak een periode vooraf waarin subtiele veranderingen zichtbaar worden. Dit wordt de prodromale fase genoemd. In deze periode kunnen mensen zich bijvoorbeeld meer terugtrekken, achterdochtiger worden, slechter gaan functioneren, minder initiatief tonen of veranderingen laten zien in denken, waarnemen of stemming. Deze vroege signalen zijn echter niet specifiek voor schizofrenie en betekenen niet automatisch dat iemand een psychotische stoornis ontwikkelt. Toch kan vroege herkenning belangrijk zijn, juist omdat tijdige hulp de kans op ernstigere ontregeling mogelijk kan verkleinen.

Beloop en prognose

Het beloop van schizofrenie verschilt sterk. Bij sommige mensen blijft het bij één of enkele psychotische episoden, terwijl bij anderen sprake is van een langduriger of kwetsbaarder patroon met terugval, restsymptomen en beperkingen in functioneren. Tegelijk is de prognose minder eenduidig somber dan vroeger vaak werd gedacht. Onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de mensen met een schizofreniespectrumstoornis op langere termijn in belangrijke mate kan herstellen, zowel klinisch als maatschappelijk en persoonlijk. Herstel betekent daarbij niet altijd dat alle symptomen verdwijnen, maar wel dat iemand opnieuw grip kan krijgen op het dagelijks leven, relaties, werk of zingeving.

Prevalentie

Schizofrenie is relatief zeldzaam, maar komt wereldwijd in alle samenlevingen voor. De incidentie ligt grofweg tussen de 0,2 en 0,6 nieuwe gevallen per 1000 mensen per jaar. De prevalentie wordt meestal geschat op ongeveer 2,5 tot 5,3 per 1000 mensen. In Nederland gaat het naar schatting om ongeveer 100.000 mensen met een schizofreniespectrumstoornis. De stoornis begint meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid. Mannen ontwikkelen gemiddeld iets eerder een eerste psychose dan vrouwen. Schizofrenie met begin in de kindertijd is zeer zeldzaam.

Literatuur