Bij een psychose raakt het contact met de werkelijkheid verstoord. Iemand beleeft, denkt of interpreteert de wereld dan op een manier die duidelijk kan afwijken van wat anderen ervaren. Dit kan zich uiten in bijvoorbeeld wanen, hallucinaties, verward denken of ernstige achterdocht. Bij psychotische verschijnselen is de verwerking van informatie ontregeld. Waarnemingen, gedachten en betekenissen worden anders geïnterpreteerd, waardoor iemand bijvoorbeeld verbanden ziet die er niet zijn, gewone gebeurtenissen als bedreigend ervaart of overtuigd raakt van iets wat feitelijk niet klopt. Een psychose is geen op zichzelf staande diagnose, maar een verschijnsel dat bij verschillende psychiatrische stoornissen kan voorkomen. De ernst, duur en oorzaak kunnen daarbij sterk verschillen.
Symptomen
Hallucinaties
Zintuiglijke waarnemingen zonder externe prikkel, meest voorkomende zijn de gehoorshallucinaties, zoals het horen van stemmen. Niet elke ongewone waarneming is meteen een hallucinatie. Soms is sprake van een illusie: een bestaande prikkel wordt dan verkeerd geïnterpreteerd, zoals een jas aan een stoel aanzien voor een persoon in het donker.
Wanen
Hardnekkige overtuigingen die niet overeenkomen met de werkelijkheid en niet corrigeerbaar zijn. Veelvoorkomende wanen zijn achtervolgingswanen, waarbij iemand denkt gevolgd, afgeluisterd of bedreigd te worden, en betrekkingswanen, waarbij gebeurtenissen of waarnemingen op hem of haar betrekking hebben, of een bijzondere, onthullende of bedreigende betekenis krijgen. Soms komen ook minder gebruikelijke vormen van wanen voor, zoals de Capgraswaan, waarbij iemand denkt dat een bekende persoon vervangen is door een dubbelganger. Bij het syndroom van Cotard kunnen verschillende wanenthema’s samenkomen, vooral nihilistische wanen en somatische of hypochondrische wanen. Iemand kan dan bijvoorbeeld denken dat het lichaam, organen of zelfs het eigen bestaan verdwenen of gestorven zijn. Soms gaat dit ook samen met schuldwanen of paradoxaal juist met onsterfelijkheidswanen. Dit beeld komt vaak voor in samenhang met ernstige depressieve of psychotische ontregeling.
Gedesorganiseerd denken, spreken en gedrag
Bij een psychose kan het denken ontregeld raken. Gedachten sluiten dan minder logisch op elkaar aan, waardoor spreken springerig, moeilijk te volgen of onsamenhangend kan worden. Voor de omgeving komt dat vaak over als verwardheid. Ook het gedrag kan veranderen. Iemand kan chaotisch, onrustig of impulsief worden, maar soms juist stilvallen of nauwelijks reageren. In ernstige gevallen kan sprake zijn van katatonie, waarbij iemand verstijfd raakt, weinig beweegt of juist doelloos motorisch onrustig is.
Prevalentie
Psychotische ervaringen komen vaker voor dan veel mensen denken. Een deel van de bevolking heeft ooit in het leven kortdurend psychotische ervaringen, zonder dat direct sprake is van een psychotische stoornis. Naar schatting heeft ongeveer 8% van de volwassenen ooit psychotische ervaringen gehad. Bij een kleiner deel gaat dit gepaard met duidelijke lijdensdruk of hulpbehoefte, en ongeveer 2 tot 3% van de mensen voldoet ooit in het leven aan de criteria van een psychotische stoornis. De kans om ooit de diagnose schizofrenie te krijgen ligt rond de 0,6 tot 0,7%. Psychotische stoornissen beginnen vaak voor het eerst in de adolescentie of vroege volwassenheid, maar kunnen ook later in het leven ontstaan. Jaarlijks krijgen in Nederland naar schatting enkele duizenden mensen voor het eerst een psychose. Psychotische stoornissen komen iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, al verschilt dat per subtype en levensfase.
Behandeling
Een psychose vraagt vrijwel altijd om professionele beoordeling en behandeling. In de acute fase ligt de nadruk vaak op veiligheid, rust, structuur en het verminderen van ontregeling. Afhankelijk van de ernst en de oorzaak kan behandeling bestaan uit begeleiding, psycho-educatie, behandeling van onderliggende stressoren of psychiatrische stoornissen, en vaak ook medicatie zoals antipsychotica. Na herstel is goede follow-up belangrijk. Een eerste psychose kan een eenmalige episode zijn, maar soms ook onderdeel blijken van een bredere psychiatrische aandoening. Juist daarom is zorgvuldige diagnostiek, evaluatie en begeleiding in de tijd van groot belang.
Het is belangrijk om stemmen serieus en zonder direct oordeel te onderzoeken. In plaats van alleen te focussen op “waar of niet waar”, helpt het om te begrijpen wat de ervaring betekent, hoeveel spanning deze oproept en welke manieren iemand heeft om ermee om te gaan. In de behandeling is het belangrijk om niet alleen te kijken óf iemand stemmen hoort, maar ook hoe die stemmen worden beleefd. Zijn ze kritisch, bedreigend of bevelend? Wanneer treden ze op? En hoeveel invloed hebben ze op het dagelijks functioneren? Juist die betekenis en impact zijn vaak belangrijker dan de precieze vorm van de hallucinatie.
Oorzaken
Psychotische stoornissen ontstaan meestal niet door één enkele oorzaak, maar door een samenspel van erfelijke kwetsbaarheid en omgevingsfactoren. Sommige mensen hebben een grotere biologische gevoeligheid voor het ontwikkelen van psychotische klachten. Of die gevoeligheid zich daadwerkelijk uit in een psychose, hangt mede af van omstandigheden en belasting in het leven. Bekende risicofactoren zijn onder andere traumatische ervaringen in de kindertijd, chronische stress, middelengebruik (vooral cannabis), sociale ontregeling, slaaptekort en ingrijpende levensgebeurtenissen. Ook factoren vroeg in het leven, zoals complicaties tijdens de zwangerschap of geboorte, lijken soms een rol te spelen. Psychose wordt daarom meestal begrepen vanuit een kwetsbaarheid-stressmodel: iemand heeft een bepaalde aanleg of gevoeligheid, en wanneer de belasting te groot wordt of beschermende factoren ontbreken, kunnen psychotische symptomen ontstaan.
Literatuur
- American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
- National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults: prevention and management (CG178). London: NICE; 2014.
- McGrath J, Saha S, Al-Hamzawi A, et al. Psychotic experiences in the general population: a cross-national analysis based on 31,261 respondents from 18 countries. JAMA Psychiatry. 2015;72(7):697–705.
- Murray RM, Englund A, Abi-Dargham A, et al. Cannabis-associated psychosis: neural substrate and clinical impact. Neuropharmacology. 2017;124:89–104.
- Scholte-Stalenhoef AN & Bosch RJ van den. Het syndroom van Capgras: convergerende modellen. Tijdschr Psychiatr. (2012) 12: 1011-1017
- Van Os J, Kenis G, Rutten BPF. The environment and schizophrenia. Nature. 2010;468(7321):203–212.
- Van den Eynde F, Debruyne H, Portzky M, De Saedeleer S, Audenaert K. Het syndroom van Cotard. Een overzicht [The syndrome of Cotard: an overview].
Tijdschr Psychiatr. 2008;50(2):89-98. Dutch. PMID: 18264899. - Zorgstandaard Psychose