OCS - DSM-5-TR

Meer informatie
No items found.

DSM-5-TR criteria

De kern van de obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) bestaat uit obsessies (dwanggedachten) en/of compulsies (dwanghandelingen).

Obsessies zijn terugkerende en hardnekkige gedachten, beelden of impulsen die zich opdringen en vaak als ongewenst, vreemd of angstig worden ervaren. Mensen proberen deze gedachten meestal te negeren, te onderdrukken of onschadelijk te maken, bijvoorbeeld door andere gedachten of door het uitvoeren van een handeling.

Compulsies zijn herhaalde gedragingen of mentale handelingen die iemand zich gedwongen voelt uit te voeren, vaak volgens strikte regels of rituelen. Dit kan zichtbaar gedrag zijn, zoals controleren, wassen of ordenen, maar ook minder zichtbare handelingen, zoals tellen, bidden of het herhalen van woorden in gedachten. Deze handelingen zijn meestal bedoeld om angst of spanning te verminderen of om een gevreesde gebeurtenis te voorkomen, maar staan vaak niet in realistische verhouding tot dat risico.

Om van een obsessieve-compulsieve stoornis te kunnen spreken, moeten de obsessies en/of compulsies tijdrovend zijn of leiden tot duidelijke lijdensdruk of beperkingen in het functioneren, bijvoorbeeld op het werk, in relaties of in het dagelijks leven. In de praktijk gaat het vaak om klachten die dagelijks terugkeren en veel tijd of energie kosten.

Daarnaast mogen de klachten niet beter verklaard worden door de effecten van een middel, zoals drugs of medicatie, of door een somatische aandoening. Ook moet worden uitgesloten dat de klachten beter passen bij een andere psychische stoornis, zoals een gegeneraliseerde angststoornis, een eetstoornis, een depressie, een psychotische stoornis of een autismespectrumstoornis.

Binnen de DSM-5-TR wordt ook gekeken naar het mate van realiteitsbesef (inzicht). Sommige mensen herkennen dat hun gedachten en gedrag overdreven of onredelijk zijn, terwijl anderen hier sterker van overtuigd zijn of weinig tot geen twijfel ervaren. Dit onderscheid is van belang voor de diagnostiek en kan ook invloed hebben op het beloop en de behandeling.

Daarnaast kan worden gespecificeerd of iemand een ticstoornis heeft of heeft gehad. Dit komt relatief vaak voor in combinatie met OCS en kan invloed hebben op het klinisch beeld en de behandelkeuze.

Literatuur

American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.

DSM-5-TR criteria

De kern van de obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) bestaat uit obsessies (dwanggedachten) en/of compulsies (dwanghandelingen).

Obsessies zijn terugkerende en hardnekkige gedachten, beelden of impulsen die zich opdringen en vaak als ongewenst, vreemd of angstig worden ervaren. Mensen proberen deze gedachten meestal te negeren, te onderdrukken of onschadelijk te maken, bijvoorbeeld door andere gedachten of door het uitvoeren van een handeling.

Compulsies zijn herhaalde gedragingen of mentale handelingen die iemand zich gedwongen voelt uit te voeren, vaak volgens strikte regels of rituelen. Dit kan zichtbaar gedrag zijn, zoals controleren, wassen of ordenen, maar ook minder zichtbare handelingen, zoals tellen, bidden of het herhalen van woorden in gedachten. Deze handelingen zijn meestal bedoeld om angst of spanning te verminderen of om een gevreesde gebeurtenis te voorkomen, maar staan vaak niet in realistische verhouding tot dat risico.

Om van een obsessieve-compulsieve stoornis te kunnen spreken, moeten de obsessies en/of compulsies tijdrovend zijn of leiden tot duidelijke lijdensdruk of beperkingen in het functioneren, bijvoorbeeld op het werk, in relaties of in het dagelijks leven. In de praktijk gaat het vaak om klachten die dagelijks terugkeren en veel tijd of energie kosten.

Daarnaast mogen de klachten niet beter verklaard worden door de effecten van een middel, zoals drugs of medicatie, of door een somatische aandoening. Ook moet worden uitgesloten dat de klachten beter passen bij een andere psychische stoornis, zoals een gegeneraliseerde angststoornis, een eetstoornis, een depressie, een psychotische stoornis of een autismespectrumstoornis.

Binnen de DSM-5-TR wordt ook gekeken naar het mate van realiteitsbesef (inzicht). Sommige mensen herkennen dat hun gedachten en gedrag overdreven of onredelijk zijn, terwijl anderen hier sterker van overtuigd zijn of weinig tot geen twijfel ervaren. Dit onderscheid is van belang voor de diagnostiek en kan ook invloed hebben op het beloop en de behandeling.

Daarnaast kan worden gespecificeerd of iemand een ticstoornis heeft of heeft gehad. Dit komt relatief vaak voor in combinatie met OCS en kan invloed hebben op het klinisch beeld en de behandelkeuze.

Literatuur

American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.