Acceptance and commitment therapy (ACT)

Meer informatie
No items found.

Geschiedenis

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) werd in de jaren tachtig ontwikkeld door Steven C. Hayes en collega’s. ACT behoort tot de zogenoemde derde generatie cognitieve gedragstherapieën. In tegenstelling tot de klassieke cognitieve gedragstherapie, die sterk gericht is op het onderzoeken en bijstellen van gedachten, verschuift ACT de aandacht naar de manier waarop mensen zich verhouden tot hun innerlijke ervaringen. De therapie is gebaseerd op gedragswetenschappelijk onderzoek naar taal en cognitie en heeft zich ontwikkeld tot een breed toegepaste behandelvorm binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Wat is het?

ACT is een behandelvorm die mensen helpt anders om te gaan met moeilijke gedachten, gevoelens en lichamelijke spanningen. Het uitgangspunt is dat psychisch lijden niet alleen ontstaat door wat iemand denkt of voelt, maar vooral door de voortdurende strijd tegen die ervaringen of het vermijden ervan. In plaats van klachten direct te willen verminderen, richt ACT zich op het vergroten van veerkracht en keuzevrijheid. De therapie ondersteunt mensen bij het toelaten van innerlijke ervaringen en helpt hen tegelijkertijd stappen te zetten in de richting van wat zij belangrijk vinden. Persoonlijke waarden vormen daarbij het kompas voor gedrag en besluitvorming.

Wat doet ACT? (werkingsmechanismen)

Het centrale werkingsmechanisme van ACT is het bevorderen van psychologische flexibiliteit. Psychisch lijden wordt binnen dit model niet alleen verklaard door de aanwezigheid van negatieve gedachten of gevoelens, maar vooral door cognitieve verstrikking en experiëntiële vermijding: het rigide vasthouden aan gedachten als waarheden en het vermijden van innerlijke ervaringen die als bedreigend of pijnlijk worden beleefd. ACT werkt aan zes samenhangende processen die gezamenlijk psychologische flexibiliteit vergroten. Deze omvatten acceptatie van innerlijke ervaringen, cognitieve defusie – het leren zien van gedachten als mentale gebeurtenissen in plaats van feiten, contact met het hier en nu via mindfulness, het ontwikkelen van een perspectief op het zelf als observerende context, het verhelderen van persoonlijke waarden en het ondernemen van toegewijde actie in lijn met die waarden. Onderzoek laat zien dat toename van psychologische flexibiliteit samenhangt met afname van klachten en verbetering van functioneren.

Kerntechnieken en klinische toepassing

ACT combineert aandachtsoefeningen, gedragsmatige opdrachten en het gebruik van metaforen. In de behandeling leren cliënten hun gedachten en gevoelens op te merken zonder er direct in mee te gaan. Er wordt geoefend met het toelaten van emoties en lichamelijke sensaties, terwijl men tegelijkertijd blijft handelen in lijn met persoonlijke waarden. Waardenverheldering vormt een belangrijk onderdeel van de therapie. Cliënten onderzoeken wat voor hen wezenlijk is in verschillende levensgebieden, zoals werk, relaties en gezondheid. Vanuit deze waarden worden concrete, haalbare stappen geformuleerd. ACT kan zowel individueel als in groepsverband worden toegepast en wordt regelmatig geïntegreerd met andere cognitief-gedragstherapeutische interventies.

Literatuur

1. Hayes, S. C., Strosahl, K. D., & Wilson, K. G. (2012). Acceptance and Commitment Therapy: The process and practice of mindful change (2nd ed.). Guilford Press.
2. Hayes, S. C., Barnes-Holmes, D., & Roche, B. (2001). Relational Frame Theory: A post-Skinnerian account of human language and cognition. Springer.
3. A-Tjak, J. G. L., et al. (2015). A meta-analysis of the efficacy of acceptance and commitment therapy for clinically relevant mental and physical health problems. Psychotherapy and Psychosomatics, 84(1), 30–36.
4. Gloster, A. T., et al. (2020). Psychological flexibility as a malleable public health target: Evidence from a representative sample. Journal of Contextual Behavioral Science, 18, 1–9.

Geschiedenis

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) werd in de jaren tachtig ontwikkeld door Steven C. Hayes en collega’s. ACT behoort tot de zogenoemde derde generatie cognitieve gedragstherapieën. In tegenstelling tot de klassieke cognitieve gedragstherapie, die sterk gericht is op het onderzoeken en bijstellen van gedachten, verschuift ACT de aandacht naar de manier waarop mensen zich verhouden tot hun innerlijke ervaringen. De therapie is gebaseerd op gedragswetenschappelijk onderzoek naar taal en cognitie en heeft zich ontwikkeld tot een breed toegepaste behandelvorm binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Wat is het?

ACT is een behandelvorm die mensen helpt anders om te gaan met moeilijke gedachten, gevoelens en lichamelijke spanningen. Het uitgangspunt is dat psychisch lijden niet alleen ontstaat door wat iemand denkt of voelt, maar vooral door de voortdurende strijd tegen die ervaringen of het vermijden ervan. In plaats van klachten direct te willen verminderen, richt ACT zich op het vergroten van veerkracht en keuzevrijheid. De therapie ondersteunt mensen bij het toelaten van innerlijke ervaringen en helpt hen tegelijkertijd stappen te zetten in de richting van wat zij belangrijk vinden. Persoonlijke waarden vormen daarbij het kompas voor gedrag en besluitvorming.

Wat doet ACT? (werkingsmechanismen)

Het centrale werkingsmechanisme van ACT is het bevorderen van psychologische flexibiliteit. Psychisch lijden wordt binnen dit model niet alleen verklaard door de aanwezigheid van negatieve gedachten of gevoelens, maar vooral door cognitieve verstrikking en experiëntiële vermijding: het rigide vasthouden aan gedachten als waarheden en het vermijden van innerlijke ervaringen die als bedreigend of pijnlijk worden beleefd. ACT werkt aan zes samenhangende processen die gezamenlijk psychologische flexibiliteit vergroten. Deze omvatten acceptatie van innerlijke ervaringen, cognitieve defusie – het leren zien van gedachten als mentale gebeurtenissen in plaats van feiten, contact met het hier en nu via mindfulness, het ontwikkelen van een perspectief op het zelf als observerende context, het verhelderen van persoonlijke waarden en het ondernemen van toegewijde actie in lijn met die waarden. Onderzoek laat zien dat toename van psychologische flexibiliteit samenhangt met afname van klachten en verbetering van functioneren.

Kerntechnieken en klinische toepassing

ACT combineert aandachtsoefeningen, gedragsmatige opdrachten en het gebruik van metaforen. In de behandeling leren cliënten hun gedachten en gevoelens op te merken zonder er direct in mee te gaan. Er wordt geoefend met het toelaten van emoties en lichamelijke sensaties, terwijl men tegelijkertijd blijft handelen in lijn met persoonlijke waarden. Waardenverheldering vormt een belangrijk onderdeel van de therapie. Cliënten onderzoeken wat voor hen wezenlijk is in verschillende levensgebieden, zoals werk, relaties en gezondheid. Vanuit deze waarden worden concrete, haalbare stappen geformuleerd. ACT kan zowel individueel als in groepsverband worden toegepast en wordt regelmatig geïntegreerd met andere cognitief-gedragstherapeutische interventies.

Literatuur

1. Hayes, S. C., Strosahl, K. D., & Wilson, K. G. (2012). Acceptance and Commitment Therapy: The process and practice of mindful change (2nd ed.). Guilford Press.
2. Hayes, S. C., Barnes-Holmes, D., & Roche, B. (2001). Relational Frame Theory: A post-Skinnerian account of human language and cognition. Springer.
3. A-Tjak, J. G. L., et al. (2015). A meta-analysis of the efficacy of acceptance and commitment therapy for clinically relevant mental and physical health problems. Psychotherapy and Psychosomatics, 84(1), 30–36.
4. Gloster, A. T., et al. (2020). Psychological flexibility as a malleable public health target: Evidence from a representative sample. Journal of Contextual Behavioral Science, 18, 1–9.