Therapievormen

De drie klassieke hoofdstromingen binnen de psychotherapie

Hoewel er tegenwoordig veel verschillende vormen van psychotherapie bestaan, zijn de meeste terug te voeren op drie klassieke hoofdstromingen. Elke stroming heeft een eigen visie op het ontstaan van psychische klachten en op de manier waarop verandering tot stand kan komen.

De psychoanalytische en psychodynamische benadering is de oudste stroming. Zij gaat ervan uit dat onbewuste processen, vroegkinderlijke ervaringen en terugkerende relatiepatronen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van psychische klachten. In de behandeling staat het verkrijgen van inzicht in deze onderliggende processen centraal.

De gedragstherapie, later uitgebreid tot de cognitieve gedragstherapie (cgt), richt zich vooral op aangeleerd gedrag en denkpatronen. Psychische klachten worden gezien als het resultaat van disfunctionele leerprocessen en niet-helpende overtuigingen. Door gedrag en gedachten systematisch te onderzoeken en te veranderen, kunnen klachten afnemen.

De derde hoofdstroming is de cliëntgerichte of humanistische psychotherapie. Deze benadering legt de nadruk op persoonlijke groei, zelfontplooiing en het vermogen van mensen om, onder de juiste omstandigheden, zelf tot verandering te komen. De therapeutische relatie, empathie en acceptatie vormen hierbij belangrijke uitgangspunten.

Opvallend is dat een groot aantal invloedrijke grondleggers van de psychotherapie een Joodse achtergrond had. Bekende namen zijn onder anderen Sigmund Freud (Psychoanalyse), Viktor Frankl (Logotherapie), Fritz Perls (Gestalttherapie), Albert Ellis (Rationeel-Emotieve therapie), Aaron T. Beck (Cognitieve therapie), Jacob L. Moreno (Psychodrama), Irvin D. Yalom (groepspsychotherapie), Abraham Maslow (humanistische psychologie), Roberto Assagioli (Psychosynthese), Eric Berne (Transactionele Analyse), Francine Shapiro (EMDR), Jon Kabat-Zinn (Mindfulness) en Richard C. Schwartz (Internal Family Systems).

Deze opvallende vertegenwoordiging hangt samen met de historische context waarin deze vakgebieden ontstonden. Joden werden in Europa lange tijd uitgesloten van veel beroepen en hadden vaak te maken met beperkingen in toegang tot universiteiten. In periodes en regio’s waar onderwijs wel toegankelijk was, kozen velen voor vakgebieden als geneeskunde en de toen nog jonge psychiatrie en psychologie, waarin meer ruimte was voor nieuwe ideeën.

Daarnaast speelt waarschijnlijk ook een culturele factor een rol. Binnen de Joodse traditie bestaat een sterke nadruk op leren, interpreteren en het voeren van dialoog, bijvoorbeeld in het bestuderen van de Thora. Betekenis ontstaat daarbij in gesprek, door vragen te stellen en verschillende perspectieven te onderzoeken. Die manier van denken vertoont duidelijke overeenkomsten met wat in psychotherapie gebeurt, waar het verkennen van ervaringen, relaties en betekenis centraal staat.

Een belangrijk aspect van de Joodse cultuur dat hierbij past, is het begrip tikkun olam, letterlijk: herstellen of helen van de wereld. Het verwijst dit naar de morele verantwoordelijkheid om te werken aan een rechtvaardiger wereld. Dat sluit op een mooie manier aan bij de doelen van psychotherapie, waarin niet alleen klachtenvermindering centraal staat, maar ook zelfreflectie, morele verantwoordelijkheid, relationeel herstel en het zoeken naar een meer menswaardige manier van leven met jezelf en met anderen.

Literatuur

  • The Jewish Roots of Psychotherapy
  • HafkenscheidDe therapeutische relatie2
  • Sachar HM. - A history of the Jews in the modern world. (2005) Knopf
  • Wistrich RS. (1991) - Antisemitism: The longest hatred. (1991) Pantheon Books