De drie hoofdstromingen binnen de psychotherapie
Wie zich verdiept in psychotherapie, komt al snel honderden verschillende behandelvormen tegen. Bekende voorbeelden zijn cognitieve gedragstherapie (CGT), schematherapie, acceptance and commitment therapy (ACT), mentalization-based treatment (MBT), emotion-focused therapy (EFT), dialectische gedragstherapie (DGT), psychodynamische psychotherapie en nog vele andere. Dat kan de indruk wekken dat er voortdurend geheel nieuwe therapieën worden ontwikkeld. In werkelijkheid zijn de meeste moderne psychotherapieën terug te voeren op drie klassieke hoofdstromingen. Deze vormen nog steeds het fundament van vrijwel alle hedendaagse behandelmethoden.
De psychoanalytische en psychodynamische stroming richt zich op de invloed van onbewuste processen, vroegkinderlijke ervaringen en terugkerende relatiepatronen. De gedragstherapie, later uitgebreid tot de cognitieve gedragstherapie (CGT), gaat uit van leerprocessen en de invloed van gedachten op gevoelens en gedrag. De cliëntgerichte of humanistische stroming legt de nadruk op persoonlijke groei, zelfacceptatie en de therapeutische relatie als motor voor verandering. Een interessante historische bijzonderheid is dat de ontwikkeling van alle drie de hoofdstromingen mede werd beïnvloed door psychologen en psychiaters met een Joodse achtergrond. Lees meer over de Joodse wortels van de moderne psychotherapie.
In de afgelopen decennia zijn deze drie hoofdstromingen steeds meer naar elkaar toegegroeid. Nieuwe behandelvormen blijken vaak een combinatie te zijn van bestaande theoretische inzichten en technieken, soms in een nieuwe vorm of onder een andere naam. Tegelijkertijd hebben ook de klassieke stromingen elementen van elkaar overgenomen. Zo zijn psychodynamische therapieën meer aandacht gaan besteden aan het hier-en-nu en aan empirisch onderzoek, terwijl cognitieve gedragstherapie steeds meer oog heeft gekregen voor emoties, de therapeutische relatie en ontwikkelingsfactoren.
Daardoor zijn de grenzen tussen de verschillende stromingen minder scherp geworden. Veel moderne psychotherapeuten werken tegenwoordig integratief: zij combineren technieken uit verschillende stromingen, afhankelijk van de aard van de klachten en de behoeften van de patiënt. Hoewel er inmiddels honderden therapievormen zijn beschreven, zijn de meeste uiteindelijk terug te voeren op dezelfde drie fundamenten. Nieuwe therapieën zijn daarom zelden volledig nieuw; vaak gaat het om een verdere ontwikkeling of een nieuwe combinatie van bestaande inzichten. Dat maakt niet de naam van de therapie doorslaggevend, maar de vraag welke behandeling het beste aansluit bij de problemen, mogelijkheden en doelen van de individuele patiënt.
Ondanks de grote verscheidenheid aan psychotherapeutische stromingen blijkt uit onderzoek dat veel behandelvormen dezelfde werkzame ingrediënten delen. Al in de jaren zestig beschreef de Amerikaanse psychiater Jerome D. Frank en later met zijn dochter Julia Frank, dat effectieve psychotherapieën, ongeacht hun theoretische achtergrond, een aantal universele kenmerken gemeen hebben. Volgens Frank en Frank berust psychotherapie niet uitsluitend op specifieke technieken, maar vooral op processen die in vrijwel iedere succesvolle behandeling terugkomen. Zij noemden onder meer: een vertrouwensvolle therapeutische relatie; een geloofwaardige verklaring voor de klachten; een behandeling die logisch aansluit bij die verklaring; het wekken van hoop en positieve verwachtingen; een therapeut die deskundigheid en vertrouwen uitstraalt en een patiënt die actief betrokken raakt bij het herstelproces.
Sindsdien is veel onderzoek verricht naar deze zogenoemde common factors. Vooral de kwaliteit van de therapeutische relatie (therapeutische alliantie) blijkt een van de sterkste voorspellers van een gunstig behandelresultaat, ongeacht de gekozen therapievorm. Tegelijkertijd laat recenter onderzoek zien dat voor sommige aandoeningen specifieke behandeltechnieken wel degelijk een meerwaarde hebben. Zo spelen exposure bij angststoornissen en traumagerichte technieken bij PTSS een essentiële rol. De huidige wetenschappelijke consensus is daarom dat zowel de algemene werkzame factoren als de specifieke behandeltechnieken bijdragen aan het uiteindelijke behandelresultaat. De vraag is daarom niet zozeer welke therapievorm "de beste" is, maar welke behandeling, uitgevoerd door welke therapeut, het beste aansluit bij de hulpvraag en de persoonlijkheid van de patiënt. Een goede therapeutische relatie vormt daarbij vrijwel altijd de basis voor verandering.
Literatuur
- Frank JD & Frank JB. (1991). Persuasion andhealing: A comparative study of psychotherapy (3rd ed.). Johns HopkinsUniversity Press.
- Hafkenscheid A. De therapeutische relatie (2024). Boom
- Wampold BE. How important are the common factors inpsychotherapy? An update. World Psychiatry. 2015 Oct;14(3):270-7. doi:10.1002/wps.20238. PMID: 26407772; PMCID: PMC4592639.
- Wampold BE, Flückiger C. The alliance in mental health care:conceptualization, evidence and clinical applications. World Psychiatry. 2023Feb;22(1):25-41. doi: 10.1002/wps.21035. PMID: 36640398; PMCID: PMC9840508.