Adverse Childhood Experiences (ACE'S)

Adverse Childhood Experiences (ACE’s), of negatieve jeugdervaringen, zijn potentieel traumatische gebeurtenissen die kinderen kunnen meemaken vóór hun achttiende levensjaar. Het gaat om ervaringen die de veiligheid, stabiliteit of emotionele ontwikkeling van een kind aantasten. Dergelijke ervaringen kunnen grote invloed hebben op de ontwikkeling van het stresssysteem, het psychisch functioneren en de lichamelijke gezondheid, en kunnen doorwerken tot ver in het volwassen leven.

De ‘Adverse Childhood Experience Study’ (ACE Study)

Het concept ACE’s werd bekend door de Adverse Childhood Experiences Study, uitgevoerd door de Amerikaanse artsen Vincent Felitti en Robert Anda in samenwerking met de Amerikaanse gezondheidsdienst (CDC) en zorgorganisatie Kaiser Permanente. In dit grote retrospectieve cohortonderzoek werden meer dan 17.000 volwassenen uit de Amerikaanse middenklasse gevolgd. In dit grote retrospectieve cohortonderzoek werd deelnemers gevraagd naar negatieve ervaringen in hun kindertijd, zoals herhaalde lichamelijke en/of emotionele mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing en disfunctionerende gezinssituaties. Deze ervaringen werden vervolgens vergeleken met hun latere lichamelijke en psychische gezondheid. De studie liet zien dat negatieve jeugdervaringen veel vaker voorkomen dan lange tijd werd aangenomen. Bijna 40% van de deelnemers rapporteerde twee of meer ACE’s en ongeveer één op de acht rapporteerde vier of meer van dergelijke ervaringen. Een belangrijk resultaat van het onderzoek was dat het risico op psychische, lichamelijke en sociale problemen toeneemt naarmate het aantal ACE’s hoger is. Dit wordt de ACE-score genoemd.

ACE

In het oorspronkelijke onderzoek werden drie brede categorieën onderscheiden: mishandeling, verwaarlozing en problematische gezinsomstandigheden. Mishandeling kan zowel fysiek, emotioneel als seksueel van aard zijn. Verwaarlozing betreft het structureel tekortschieten in basiszorg of emotionele ondersteuning. Bij gezinsdisfunctie gaat het bijvoorbeeld om ernstige psychische problemen bij ouders, verslaving, huiselijk geweld, scheiding van ouders of criminaliteit binnen het gezin. Hoewel de ACE-studie deze categorieën afzonderlijk beschreef, komen zij in de praktijk vaak gelijktijdig voor. Kinderen die één vorm van mishandeling meemaken, hebben een verhoogde kans om ook andere vormen van stress of onveiligheid in het gezin te ervaren.

Langetermijneffecten

Uit vervolgonderzoek blijkt dat negatieve jeugdervaringen samenhangen met een verhoogd risico op uiteenlopende gezondheidsproblemen op volwassen leeftijd. Het gaat niet alleen om psychische stoornissen, maar ook om lichamelijke aandoeningen. Op psychisch gebied is een verband gevonden met onder andere depressie, angststoornissen, middelenmisbruik en Posttraumatic Stress Disorder. Ook suïcidaliteit komt vaker voor bij mensen met meerdere ACE’s. Op lichamelijk gebied zijn verbanden gevonden met hart- en vaatziekten, chronische pijn, diabetes, auto-immuunziekten en slaapstoornissen. Daarnaast blijken negatieve jeugdervaringen samen te hangen met gedragsfactoren die de gezondheid beïnvloeden, zoals roken, alcoholgebruik en risicovol gedrag. Het verband tussen ACE’s en gezondheid wordt vaak beschreven als een dosis-responsrelatie: hoe meer negatieve ervaringen iemand in de jeugd heeft meegemaakt, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen later in het leven.
Uit onderzoek blijkt dat traumablootstelling en PTSS onafhankelijk geassocieerd zijn met het optreden van PMDD en met ernstigere premenstruele klachten. Meerdere studies laten zien dat jeugdtrauma (ACE’s), zoals emotionele, fysieke of seksuele mishandeling, de kans op PMDD vergroot en de drempel voor stemmingsverergering tijdens de luteale fase verlaagt, vaak in een dosis–responsrelatie. In klinische cohorten van vrouwen met PMDD rapporteert bovendien een zeer groot deel vroegkinderlijk trauma (tot wel 83%), waarbij emotionele mishandeling het meest frequent voorkomt.

Mogelijke verklaringen

Onderzoekers denken dat meerdere mechanismen een rol spelen. Chronische stress in de kindertijd kan het stresssysteem van het lichaam langdurig beïnvloeden. Dit heeft onder meer te maken met veranderingen in stresshormonen, hersennetwerken die betrokken zijn bij emotieregulatie en de ontwikkeling van het immuunsysteem. Daarnaast kunnen negatieve jeugdervaringen invloed hebben op hechting, zelfbeeld en copingstrategieën. Kinderen die langdurig in een onveilige omgeving opgroeien, ontwikkelen soms manieren om met stress om te gaan die op korte termijn beschermend zijn, maar op langere termijn problemen kunnen veroorzaken.

ACE’s en veerkracht

Het is belangrijk om te benadrukken dat negatieve jeugdervaringen niet automatisch leiden tot latere problemen. Veel mensen die belastende ervaringen in hun jeugd hebben meegemaakt, ontwikkelen zich ondanks die omstandigheden goed. Factoren zoals een veilige relatie met een volwassene, steun van familie of vrienden en positieve ervaringen op school kunnen een beschermende rol spelen. Deze factoren worden vaak aangeduid als protective factors of veerkrachtbevorderende omstandigheden.

Literatuur

  1. Boswell Z, Williams C, Abdo J, et coll. Adverse Childhood Experiences and Diabetes Risk in Mississippi Adults. Cureus. 2024 Mar. https://doi.org/10.7759/cureus.55875
  2. Arnow BA. (2004).  Relationships between child maltreatment, adult health and psychiatric outcomes, and medical utilization. J. Clin Psychiatry, 65, 10–15.
  3. Dube SR, Felitti VJ, Dong M, Giles WH & Anda RF (2003).
    The impact of adverse childhood experiences on health problems: evidence from four birth cohorts dating back to 1900.
    Preventive medicine, 37(3), 268-277.
  4. Felitti VJ & Anda, RF. (2010). The relationship of adverse childhood experiences to adult medical disease, psychiatric disorders and sexual behavior: implications for healthcare (2010). In: Lanius, R.A., Vermetten, E., & Pain, C. The impact of early life trauma on health and disease: The hidden epidemic. Cambridge: Cambridge University Press; 77-86.
  5. Kuiper M, Dusseldorp EG & Vogels AGC. (2010). A-first hypothetical estimate of the Dutch burden of diseases with respect of negative experiences during childhood. Leiden: TNO Quality of Life.
  6. Verdurmen J, Ten Have M, De Graaf R, Van Dorsselaer S, van ‘t Land H & Vollenbergh W. (2007). Psychische gevolgen van kindermishandeling op volwassen leeftijd: resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence study’ (NEMESIS). Utrecht: Trimbos instituut.
  7. Pilver CE, Levy BR, Libby DJ, Desai RA. Posttraumatic stress disorder and trauma characteristics are correlates of premenstrual dysphoric disorder. Arch Womens Ment Health. 2011 Oct;14(5):383-93. doi: 10.1007/s00737-011-0232-4. Epub 2011 Jul 23. PMID: 21786081; PMCID: PMC3404806.
  8. Azoulay M, Reuveni I, Dan R, Goelman G, Segman R, Kalla C, Bonne O, Canetti L. Childhood Trauma and Premenstrual Symptoms: The Role of Emotion Regulation. Child Abuse Negl. 2020 Oct;108:104637. doi: 10.1016/j.chiabu.2020.104637. Epub 2020 Aug 5. PMID: 32768748.
  9. Kulkarni J, Leyden O, Gavrilidis E, Thew C, Thomas EHX. The prevalence of early life trauma in premenstrual dysphoric disorder (PMDD). Psychiatry Res. 2022 Feb;308:114381. doi: 10.1016/j.psychres.2021.114381. Epub 2022 Jan 2. PMID: 34999294.
  10. Felitti VJ, Anda RF et al. (1998). Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. American Journal of Preventive Medicine.
  11. Anda RF et al. (2006). The enduring effects of abuse and related adverse experiences in childhood. European Archives of Psychiatry and Clinical Neuroscience.
  12. Hughes K et al. (2017). The effect of multiple adverse childhood experiences on health. The Lancet Public Health.
  13. Nemeroff CB. (2016). Paradise lost: the neurobiological and clinical consequences of child abuse and neglect. Neuron.

Adverse Childhood Experiences (ACE’s), of negatieve jeugdervaringen, zijn potentieel traumatische gebeurtenissen die kinderen kunnen meemaken vóór hun achttiende levensjaar. Het gaat om ervaringen die de veiligheid, stabiliteit of emotionele ontwikkeling van een kind aantasten. Dergelijke ervaringen kunnen grote invloed hebben op de ontwikkeling van het stresssysteem, het psychisch functioneren en de lichamelijke gezondheid, en kunnen doorwerken tot ver in het volwassen leven.

De ‘Adverse Childhood Experience Study’ (ACE Study)

Het concept ACE’s werd bekend door de Adverse Childhood Experiences Study, uitgevoerd door de Amerikaanse artsen Vincent Felitti en Robert Anda in samenwerking met de Amerikaanse gezondheidsdienst (CDC) en zorgorganisatie Kaiser Permanente. In dit grote retrospectieve cohortonderzoek werden meer dan 17.000 volwassenen uit de Amerikaanse middenklasse gevolgd. In dit grote retrospectieve cohortonderzoek werd deelnemers gevraagd naar negatieve ervaringen in hun kindertijd, zoals herhaalde lichamelijke en/of emotionele mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing en disfunctionerende gezinssituaties. Deze ervaringen werden vervolgens vergeleken met hun latere lichamelijke en psychische gezondheid. De studie liet zien dat negatieve jeugdervaringen veel vaker voorkomen dan lange tijd werd aangenomen. Bijna 40% van de deelnemers rapporteerde twee of meer ACE’s en ongeveer één op de acht rapporteerde vier of meer van dergelijke ervaringen. Een belangrijk resultaat van het onderzoek was dat het risico op psychische, lichamelijke en sociale problemen toeneemt naarmate het aantal ACE’s hoger is. Dit wordt de ACE-score genoemd.

ACE

In het oorspronkelijke onderzoek werden drie brede categorieën onderscheiden: mishandeling, verwaarlozing en problematische gezinsomstandigheden. Mishandeling kan zowel fysiek, emotioneel als seksueel van aard zijn. Verwaarlozing betreft het structureel tekortschieten in basiszorg of emotionele ondersteuning. Bij gezinsdisfunctie gaat het bijvoorbeeld om ernstige psychische problemen bij ouders, verslaving, huiselijk geweld, scheiding van ouders of criminaliteit binnen het gezin. Hoewel de ACE-studie deze categorieën afzonderlijk beschreef, komen zij in de praktijk vaak gelijktijdig voor. Kinderen die één vorm van mishandeling meemaken, hebben een verhoogde kans om ook andere vormen van stress of onveiligheid in het gezin te ervaren.

Langetermijneffecten

Uit vervolgonderzoek blijkt dat negatieve jeugdervaringen samenhangen met een verhoogd risico op uiteenlopende gezondheidsproblemen op volwassen leeftijd. Het gaat niet alleen om psychische stoornissen, maar ook om lichamelijke aandoeningen. Op psychisch gebied is een verband gevonden met onder andere depressie, angststoornissen, middelenmisbruik en Posttraumatic Stress Disorder. Ook suïcidaliteit komt vaker voor bij mensen met meerdere ACE’s. Op lichamelijk gebied zijn verbanden gevonden met hart- en vaatziekten, chronische pijn, diabetes, auto-immuunziekten en slaapstoornissen. Daarnaast blijken negatieve jeugdervaringen samen te hangen met gedragsfactoren die de gezondheid beïnvloeden, zoals roken, alcoholgebruik en risicovol gedrag. Het verband tussen ACE’s en gezondheid wordt vaak beschreven als een dosis-responsrelatie: hoe meer negatieve ervaringen iemand in de jeugd heeft meegemaakt, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen later in het leven.
Uit onderzoek blijkt dat traumablootstelling en PTSS onafhankelijk geassocieerd zijn met het optreden van PMDD en met ernstigere premenstruele klachten. Meerdere studies laten zien dat jeugdtrauma (ACE’s), zoals emotionele, fysieke of seksuele mishandeling, de kans op PMDD vergroot en de drempel voor stemmingsverergering tijdens de luteale fase verlaagt, vaak in een dosis–responsrelatie. In klinische cohorten van vrouwen met PMDD rapporteert bovendien een zeer groot deel vroegkinderlijk trauma (tot wel 83%), waarbij emotionele mishandeling het meest frequent voorkomt.

Mogelijke verklaringen

Onderzoekers denken dat meerdere mechanismen een rol spelen. Chronische stress in de kindertijd kan het stresssysteem van het lichaam langdurig beïnvloeden. Dit heeft onder meer te maken met veranderingen in stresshormonen, hersennetwerken die betrokken zijn bij emotieregulatie en de ontwikkeling van het immuunsysteem. Daarnaast kunnen negatieve jeugdervaringen invloed hebben op hechting, zelfbeeld en copingstrategieën. Kinderen die langdurig in een onveilige omgeving opgroeien, ontwikkelen soms manieren om met stress om te gaan die op korte termijn beschermend zijn, maar op langere termijn problemen kunnen veroorzaken.

ACE’s en veerkracht

Het is belangrijk om te benadrukken dat negatieve jeugdervaringen niet automatisch leiden tot latere problemen. Veel mensen die belastende ervaringen in hun jeugd hebben meegemaakt, ontwikkelen zich ondanks die omstandigheden goed. Factoren zoals een veilige relatie met een volwassene, steun van familie of vrienden en positieve ervaringen op school kunnen een beschermende rol spelen. Deze factoren worden vaak aangeduid als protective factors of veerkrachtbevorderende omstandigheden.

Literatuur

  1. Boswell Z, Williams C, Abdo J, et coll. Adverse Childhood Experiences and Diabetes Risk in Mississippi Adults. Cureus. 2024 Mar. https://doi.org/10.7759/cureus.55875
  2. Arnow BA. (2004).  Relationships between child maltreatment, adult health and psychiatric outcomes, and medical utilization. J. Clin Psychiatry, 65, 10–15.
  3. Dube SR, Felitti VJ, Dong M, Giles WH & Anda RF (2003).
    The impact of adverse childhood experiences on health problems: evidence from four birth cohorts dating back to 1900.
    Preventive medicine, 37(3), 268-277.
  4. Felitti VJ & Anda, RF. (2010). The relationship of adverse childhood experiences to adult medical disease, psychiatric disorders and sexual behavior: implications for healthcare (2010). In: Lanius, R.A., Vermetten, E., & Pain, C. The impact of early life trauma on health and disease: The hidden epidemic. Cambridge: Cambridge University Press; 77-86.
  5. Kuiper M, Dusseldorp EG & Vogels AGC. (2010). A-first hypothetical estimate of the Dutch burden of diseases with respect of negative experiences during childhood. Leiden: TNO Quality of Life.
  6. Verdurmen J, Ten Have M, De Graaf R, Van Dorsselaer S, van ‘t Land H & Vollenbergh W. (2007). Psychische gevolgen van kindermishandeling op volwassen leeftijd: resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence study’ (NEMESIS). Utrecht: Trimbos instituut.
  7. Pilver CE, Levy BR, Libby DJ, Desai RA. Posttraumatic stress disorder and trauma characteristics are correlates of premenstrual dysphoric disorder. Arch Womens Ment Health. 2011 Oct;14(5):383-93. doi: 10.1007/s00737-011-0232-4. Epub 2011 Jul 23. PMID: 21786081; PMCID: PMC3404806.
  8. Azoulay M, Reuveni I, Dan R, Goelman G, Segman R, Kalla C, Bonne O, Canetti L. Childhood Trauma and Premenstrual Symptoms: The Role of Emotion Regulation. Child Abuse Negl. 2020 Oct;108:104637. doi: 10.1016/j.chiabu.2020.104637. Epub 2020 Aug 5. PMID: 32768748.
  9. Kulkarni J, Leyden O, Gavrilidis E, Thew C, Thomas EHX. The prevalence of early life trauma in premenstrual dysphoric disorder (PMDD). Psychiatry Res. 2022 Feb;308:114381. doi: 10.1016/j.psychres.2021.114381. Epub 2022 Jan 2. PMID: 34999294.
  10. Felitti VJ, Anda RF et al. (1998). Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. American Journal of Preventive Medicine.
  11. Anda RF et al. (2006). The enduring effects of abuse and related adverse experiences in childhood. European Archives of Psychiatry and Clinical Neuroscience.
  12. Hughes K et al. (2017). The effect of multiple adverse childhood experiences on health. The Lancet Public Health.
  13. Nemeroff CB. (2016). Paradise lost: the neurobiological and clinical consequences of child abuse and neglect. Neuron.