Excoriatiestoornis (huidpulkstoornis of skin picking disorder)

Meer informatie
No items found.
Meisje met wondjes op beide armen, krapt aan een arm

De huidpulkstoornis (excoriatiestoornis of skin picking disorder) is een psychiatrische aandoening waarbij iemand herhaaldelijk aan de huid pulkt, met wondjes, korstjes, littekens of andere huidbeschadiging tot gevolg. Vaak gaat het om pulken aan oneffenheden zoals puistjes, korstjes, velletjes of kleine onregelmatigheden van de huid. Het gedrag kan gericht zijn op het gezicht, de armen, benen, rug, nagelriemen of andere lichaamsdelen.

Veel mensen met een huidpulkstoornis ervaren vooraf een gevoel van spanning, onrust, drang of innerlijke prikkeling. Het pulken geeft soms heel even opluchting, voldoening of een gevoel van “het moet even weg”. Daarna volgen vaak schaamte, frustratie of spijt, zeker wanneer de huid zichtbaar beschadigd raakt. Juist doordat het gedrag op korte termijn spanning vermindert, kan het zich gemakkelijk herhalen en hardnekkig worden.

De huidpulkstoornis behoort in de DSM-5-TR tot de obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen. Tegelijk wordt zij in de praktijk vaak ook gezien als een body-focused repetitive behavior (BFRB), net als trichotillomanie (haaruittrekstoornis). Dat is klinisch vaak een bruikbare indeling, omdat deze stoornissen veel overlap hebben in drang, automatisme, schaamte en behandelprincipes. De huidpulkstoornis lijkt dus op OCD, maar is er niet hetzelfde als: niet iedereen pulkt vanwege klassieke dwanggedachten, en het gedrag is vaak eerder een mengsel van spanningregulatie, gewoontegedrag en moeilijk te remmen impulsen.

Van een stoornis spreken we pas wanneer het huidpulken terugkerend is, leidt tot zichtbare huidbeschadiging, en wanneer het niet lukt om ermee te stoppen, ondanks herhaalde pogingen. Daarnaast moeten de klachten leiden tot lijdensdruk of tot beperkingen in het dagelijks functioneren, bijvoorbeeld door schaamte, sociale vermijding, tijdverlies of medische complicaties zoals infecties of littekenvorming.

De diagnose wordt niet gesteld wanneer het huidpulken beter verklaard wordt door iets anders. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij cocaïnegebruik, bij een somatische aandoening zoals ernstige jeuk of schurft, of wanneer het gedrag vooral voortkomt uit een andere psychische stoornis, zoals een psychotische stoornis, een morfodysfore stoornis of niet-suïcidale zelfbeschadiging. Dat onderscheid is belangrijk, omdat de behandeling dan anders kan zijn.

De huidpulkstoornis begint vaak in de adolescentie, regelmatig in aansluiting op acne, eczeem of een andere huidonregelmatigheid. Veel mensen pulken deels automatisch, bijvoorbeeld tijdens televisie kijken, lezen, denken of achter een scherm, terwijl anderen het juist heel bewust en ritueel doen, bijvoorbeeld voor de spiegel. Beide vormen komen vaak naast elkaar voor.

Oorzaken

Er is niet één duidelijke oorzaak van de huidpulkstoornis. Meestal ontstaat de stoornis door een samenspel van kwetsbaarheid, gewoontevorming, spanning en bekrachtiging. Bij veel mensen begint het pulken rond de puberteit of jongvolwassenheid, soms in aansluiting op acne, eczeem, wondjes of andere kleine onregelmatigheden van de huid. Wat begint als “even voelen” of “iets weg willen halen”, kan geleidelijk een hardnekkig patroon worden.

Het huidpulken heeft vaak een spanningsregulerende functie. Sommige mensen merken dat zij vooral pulken bij stress, onrust, verveling, frustratie of innerlijke spanning. Anderen doen het juist in momenten van concentratie of afwezigheid, bijvoorbeeld tijdens lezen, televisie kijken of werken achter een scherm. Het gedrag kan dan bijna automatisch verlopen, zonder dat iemand zich daar steeds volledig van bewust is.

Daarnaast speelt bekrachtiging een belangrijke rol. Het pulken geeft vaak kortdurend een gevoel van opluchting, bevrediging of “controle”. Daardoor wordt het gedrag als het ware aangeleerd en herhaald, ook als het op langere termijn juist schade, schaamte en frustratie veroorzaakt.

Waarschijnlijk spelen ook biologische en erfelijke factoren een rol. De huidpulkstoornis komt vaker voor bij mensen die ook andere obsessieve-compulsieve of verwante klachten hebben, zoals OCD, trichotillomanie of tics. Ook angstklachten, somberheid, perfectionisme en moeite met emotieregulatie lijken de kans op het ontwikkelen of in stand houden van de klachten te vergroten.

De huidpulkstoornis is dus meestal niet het gevolg van “gebrek aan wilskracht”, maar van een hardnekkige combinatie van drang, gewoontevorming, spanning en tijdelijke opluchting.

Behandeling

De behandeling bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie (CGT), in het bijzonder habit reversal training (HRT) of verwante gedragstherapeutische technieken. Daarbij leert iemand beter herkennen wanneer en waardoor het pulken optreedt, hoe de drang eerder opgemerkt kan worden en hoe deze kan worden doorbroken met ander gedrag. Soms worden ook elementen uit acceptance and commitment therapy (ACT) of stimuluscontrole gebruikt. In sommige gevallen kan daarnaast medicatie worden overwogen, maar psychotherapie is meestal het uitgangspunt.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een huidpulkstoornis wanneer iemand herhaaldelijk aan de huid pulkt, waardoor huidlaesies ontstaan. Daarbij zijn er ook herhaalde pogingen gedaan om te stoppen of te minderen, zonder dat dit voldoende lukt. Verder moeten de klachten leiden tot klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren. Het gedrag mag niet beter verklaard worden door de effecten van een middel (zoals cocaïne), een lichamelijke aandoening (zoals scabiës) of een andere psychische stoornis (zoals wanen of  hallucinaties bij een psychotische stoornis).

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Cullen BA et al. (2001). The relationship of pathologic skin picking to obsessive-compulsive disorder. Journal of Nervous and Mental Disease, 189(3), 193–195.
  • Grant JE & Chamberlain SR. (2020). Clinical features and treatment of body-focused repetitive behaviors. Current Opinion in Psychiatry, 33(6), 515–521.
  • Reid M, Lin A, Farhat LC, Fernandez TV & Olfson E. (2024). The genetics of trichotillomania and excoriation disorder: A systematic review. Comprehensive Psychiatry, 133, 152506. https://doi.org/10.1016/j.comppsych.2024.152506.
  • Sampaio DG & Grant JE. (2018). Body-focused repetitive behaviors and the dermatology patient. Clinics in Dermatology, 36(6), 723–727.  
  • Snorrason I et al. (2012). Skin picking disorder is associated with other body-focused repetitive behaviors: Findings from an internet study. Annals of Clinical Psychiatry, 24(4), 292–299.  
  • Stein DJ, Lochner C & Grant JE. (2017). Excoriation (skin-picking) disorder: A systematic review of treatment options. Neuropsychiatric Disease and Treatment, 13, 1867–1872.
  • Thompson BL. (2023). Is ACT-informed exposure a viable treatment for excoriation disorder? Behavior Modification, 47(1), 71–92.  
  • Torales J et al. (2020). Psychodermatology of skin picking (excoriation disorder): A comprehensive review. Dermatologic Therapy, 33(4), e13661. https://doi.org/10.1111/dth.13661  
Meisje met wondjes op beide armen, krapt aan een arm

De huidpulkstoornis (excoriatiestoornis of skin picking disorder) is een psychiatrische aandoening waarbij iemand herhaaldelijk aan de huid pulkt, met wondjes, korstjes, littekens of andere huidbeschadiging tot gevolg. Vaak gaat het om pulken aan oneffenheden zoals puistjes, korstjes, velletjes of kleine onregelmatigheden van de huid. Het gedrag kan gericht zijn op het gezicht, de armen, benen, rug, nagelriemen of andere lichaamsdelen.

Veel mensen met een huidpulkstoornis ervaren vooraf een gevoel van spanning, onrust, drang of innerlijke prikkeling. Het pulken geeft soms heel even opluchting, voldoening of een gevoel van “het moet even weg”. Daarna volgen vaak schaamte, frustratie of spijt, zeker wanneer de huid zichtbaar beschadigd raakt. Juist doordat het gedrag op korte termijn spanning vermindert, kan het zich gemakkelijk herhalen en hardnekkig worden.

De huidpulkstoornis behoort in de DSM-5-TR tot de obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen. Tegelijk wordt zij in de praktijk vaak ook gezien als een body-focused repetitive behavior (BFRB), net als trichotillomanie (haaruittrekstoornis). Dat is klinisch vaak een bruikbare indeling, omdat deze stoornissen veel overlap hebben in drang, automatisme, schaamte en behandelprincipes. De huidpulkstoornis lijkt dus op OCD, maar is er niet hetzelfde als: niet iedereen pulkt vanwege klassieke dwanggedachten, en het gedrag is vaak eerder een mengsel van spanningregulatie, gewoontegedrag en moeilijk te remmen impulsen.

Van een stoornis spreken we pas wanneer het huidpulken terugkerend is, leidt tot zichtbare huidbeschadiging, en wanneer het niet lukt om ermee te stoppen, ondanks herhaalde pogingen. Daarnaast moeten de klachten leiden tot lijdensdruk of tot beperkingen in het dagelijks functioneren, bijvoorbeeld door schaamte, sociale vermijding, tijdverlies of medische complicaties zoals infecties of littekenvorming.

De diagnose wordt niet gesteld wanneer het huidpulken beter verklaard wordt door iets anders. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij cocaïnegebruik, bij een somatische aandoening zoals ernstige jeuk of schurft, of wanneer het gedrag vooral voortkomt uit een andere psychische stoornis, zoals een psychotische stoornis, een morfodysfore stoornis of niet-suïcidale zelfbeschadiging. Dat onderscheid is belangrijk, omdat de behandeling dan anders kan zijn.

De huidpulkstoornis begint vaak in de adolescentie, regelmatig in aansluiting op acne, eczeem of een andere huidonregelmatigheid. Veel mensen pulken deels automatisch, bijvoorbeeld tijdens televisie kijken, lezen, denken of achter een scherm, terwijl anderen het juist heel bewust en ritueel doen, bijvoorbeeld voor de spiegel. Beide vormen komen vaak naast elkaar voor.

Oorzaken

Er is niet één duidelijke oorzaak van de huidpulkstoornis. Meestal ontstaat de stoornis door een samenspel van kwetsbaarheid, gewoontevorming, spanning en bekrachtiging. Bij veel mensen begint het pulken rond de puberteit of jongvolwassenheid, soms in aansluiting op acne, eczeem, wondjes of andere kleine onregelmatigheden van de huid. Wat begint als “even voelen” of “iets weg willen halen”, kan geleidelijk een hardnekkig patroon worden.

Het huidpulken heeft vaak een spanningsregulerende functie. Sommige mensen merken dat zij vooral pulken bij stress, onrust, verveling, frustratie of innerlijke spanning. Anderen doen het juist in momenten van concentratie of afwezigheid, bijvoorbeeld tijdens lezen, televisie kijken of werken achter een scherm. Het gedrag kan dan bijna automatisch verlopen, zonder dat iemand zich daar steeds volledig van bewust is.

Daarnaast speelt bekrachtiging een belangrijke rol. Het pulken geeft vaak kortdurend een gevoel van opluchting, bevrediging of “controle”. Daardoor wordt het gedrag als het ware aangeleerd en herhaald, ook als het op langere termijn juist schade, schaamte en frustratie veroorzaakt.

Waarschijnlijk spelen ook biologische en erfelijke factoren een rol. De huidpulkstoornis komt vaker voor bij mensen die ook andere obsessieve-compulsieve of verwante klachten hebben, zoals OCD, trichotillomanie of tics. Ook angstklachten, somberheid, perfectionisme en moeite met emotieregulatie lijken de kans op het ontwikkelen of in stand houden van de klachten te vergroten.

De huidpulkstoornis is dus meestal niet het gevolg van “gebrek aan wilskracht”, maar van een hardnekkige combinatie van drang, gewoontevorming, spanning en tijdelijke opluchting.

Behandeling

De behandeling bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie (CGT), in het bijzonder habit reversal training (HRT) of verwante gedragstherapeutische technieken. Daarbij leert iemand beter herkennen wanneer en waardoor het pulken optreedt, hoe de drang eerder opgemerkt kan worden en hoe deze kan worden doorbroken met ander gedrag. Soms worden ook elementen uit acceptance and commitment therapy (ACT) of stimuluscontrole gebruikt. In sommige gevallen kan daarnaast medicatie worden overwogen, maar psychotherapie is meestal het uitgangspunt.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een huidpulkstoornis wanneer iemand herhaaldelijk aan de huid pulkt, waardoor huidlaesies ontstaan. Daarbij zijn er ook herhaalde pogingen gedaan om te stoppen of te minderen, zonder dat dit voldoende lukt. Verder moeten de klachten leiden tot klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren. Het gedrag mag niet beter verklaard worden door de effecten van een middel (zoals cocaïne), een lichamelijke aandoening (zoals scabiës) of een andere psychische stoornis (zoals wanen of  hallucinaties bij een psychotische stoornis).

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Cullen BA et al. (2001). The relationship of pathologic skin picking to obsessive-compulsive disorder. Journal of Nervous and Mental Disease, 189(3), 193–195.
  • Grant JE & Chamberlain SR. (2020). Clinical features and treatment of body-focused repetitive behaviors. Current Opinion in Psychiatry, 33(6), 515–521.
  • Reid M, Lin A, Farhat LC, Fernandez TV & Olfson E. (2024). The genetics of trichotillomania and excoriation disorder: A systematic review. Comprehensive Psychiatry, 133, 152506. https://doi.org/10.1016/j.comppsych.2024.152506.
  • Sampaio DG & Grant JE. (2018). Body-focused repetitive behaviors and the dermatology patient. Clinics in Dermatology, 36(6), 723–727.  
  • Snorrason I et al. (2012). Skin picking disorder is associated with other body-focused repetitive behaviors: Findings from an internet study. Annals of Clinical Psychiatry, 24(4), 292–299.  
  • Stein DJ, Lochner C & Grant JE. (2017). Excoriation (skin-picking) disorder: A systematic review of treatment options. Neuropsychiatric Disease and Treatment, 13, 1867–1872.
  • Thompson BL. (2023). Is ACT-informed exposure a viable treatment for excoriation disorder? Behavior Modification, 47(1), 71–92.  
  • Torales J et al. (2020). Psychodermatology of skin picking (excoriation disorder): A comprehensive review. Dermatologic Therapy, 33(4), e13661. https://doi.org/10.1111/dth.13661