Hypnose wordt al eeuwenlang gebruikt in verschillende culturen en contexten om psychische en lichamelijke processen te beïnvloeden. In de moderne psychologie en psychiatrie kreeg hypnose een plaats als hulpmiddel binnen psychotherapie. Tegenwoordig wordt hypnotherapie toegepast door therapeuten die naast hun basisopleiding aanvullende scholing in hypnose hebben gevolgd.
Omschrijving
Hypnotherapie is een behandelvorm waarin gebruik wordt gemaakt van hypnose als techniek binnen psychotherapie. Hypnose is een toestand van geconcentreerde aandacht en verhoogde ontvankelijkheid voor innerlijke ervaringen, zoals beelden, gedachten en gevoelens. Hoewel hypnose vaak als aparte therapie wordt gepresenteerd, wordt het in de praktijk vooral gebruikt als aanvullend hulpmiddel binnen bestaande behandelvormen. Het kan helpen om toegang te krijgen tot beleving, verbeelding en lichamelijke reacties, en zo therapeutische processen te ondersteunen.
Werkingsmechanismen
Het werkingsmechanisme van hypnose hangt samen met gerichte aandacht en suggestibiliteit. In trance is iemand vaak minder afgeleid door de omgeving en meer gericht op innerlijke ervaringen. Hierdoor kunnen gedachten, gevoelens en lichamelijke reacties directer worden beïnvloed. Hypnose kan bijdragen aan verandering door het versterken van verbeelding, het verminderen van spanning en het beïnvloeden van automatische reacties. De precieze mechanismen zijn onderwerp van onderzoek en worden niet volledig begrepen. Belangrijk is dat hypnose geen toestand is waarin iemand de controle verliest. De patiënt blijft zich bewust van wat er gebeurt en behoudt de mogelijkheid om het proces te sturen of te onderbreken.
Techniek
Hypnotherapie bestaat doorgaans uit een aantal fasen. Eerst wordt de patiënt geholpen om in een toestand van ontspanning en gerichte aandacht te komen (inductie), waarna deze toestand kan worden verdiept. Vervolgens wordt hypnose gebruikt om therapeutisch te werken, bijvoorbeeld door het verminderen van klachten, het versterken van copingvaardigheden of het verkennen van innerlijke ervaringen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van suggesties, imaginatie en gerichte aandacht voor lichamelijke sensaties. De sessie wordt afgesloten door de trance geleidelijk te beëindigen en de patiënt weer volledig te oriënteren op de omgeving. De techniek kan variëren afhankelijk van de therapeutische context en de doelen van de behandeling.
Literatuur
- Cladder JM. Hypnose als hulpmiddel bij psychotherapie
- Lynn SJ, Kirsch I & Hallquist MN. (2008). Social cognitive theories of hypnosis. Contemporary Hypnosis.