Pesso-psychotherapie, internationaal meestal aangeduid als Pesso Boyden System Psychomotor (PBSP), is ontwikkeld door het Amerikaanse echtpaar Albert Pesso en Diane Boyden-Pesso. De methode ontstond vanuit hun werk met beweging, lichamelijke expressie en psychotherapie, en werd later verder uitgewerkt tot een gestructureerde therapeutische benadering. In Nederland wordt deze therapievorm al sinds de jaren zeventig toegepast.
Omschrijving
Pesso-psychotherapie is een lichaamsgerichte en ervaringsgerichte vorm van psychotherapie waarin lichamelijke beleving, woorden en interactie met anderen worden gecombineerd. Uitgangspunt is dat psychische klachten kunnen samenhangen met onvervulde basisbehoeften en pijnlijke ervaringen uit het verleden, die in het huidige leven blijven doorwerken. De therapie richt zich op het zichtbaar en voelbaar maken van deze patronen, zodat zij beter begrepen en verwerkt kunnen worden. Daarbij is niet alleen aandacht voor inzicht, maar ook voor het opdoen van nieuwe, corrigerende ervaringen.
Werkingsmechanismen
Het werkingsmechanisme van Pesso-psychotherapie ligt in het opnieuw oproepen en doorwerken van emotionele ervaringen binnen een veilige therapeutische setting. De benadering gaat ervan uit dat mensen niet alleen lijden onder wat er in het verleden is gebeurd, maar ook onder wat daar ontbrak, zoals bescherming, steun, begrenzing of erkenning. Door deze ervaringen in de therapie op een symbolische en relationele manier opnieuw vorm te geven, kan meer samenhang ontstaan tussen lichamelijke beleving, emotionele verwerking en zelfinzicht. Een belangrijk element is dat niet alleen oude pijn zichtbaar wordt, maar ook een alternatief wordt beleefd: een ervaring van wat destijds nodig was, maar ontbrak.
Techniek
Pesso-psychotherapie vindt meestal plaats in een groep, maar is sterk individueel van opzet. De ene deelnemer werkt, terwijl de andere groepsleden of de therapeut tijdelijk een rol kunnen vervullen in een zorgvuldig opgebouwde therapeutische situatie. Binnen deze methode wordt gewerkt met zogenoemde “structures”: afgebakende sessies waarin gevoelens, herinneringen, lichamelijke impulsen en relationele thema’s stap voor stap worden onderzocht. De therapeut helpt om lichamelijke signalen, emoties en beelden te verhelderen en te verbinden met ervaringen uit het verleden en het heden. Kenmerkend is dat niet alleen gesproken wordt over problemen, maar dat er ook met symbolische interacties en corrigerende ervaringen wordt gewerkt.
Literatuur
- Pesso A & Boyden-Pesso D. (1994). Experience in action.
- Perquin L & ten Wolde H. (Eds.). Pesso-psychotherapie in theorie en praktijk.