Hulpgids

De gids voor de geestelijke gezondheidszorg

Hoarding of verzamelstoornis

Mensen met een verzamelstoornis (hoarding) hebben een drang om spullen te verzamelen en te bewaren. Ze hebben een ziekelijke moeite om spullen weg te doen en vinden het lastig om het onderscheid te maken of spullen belangrijk zijn of niet, Hun  woonruimte raakt steeds voller en ongeorganiseerder en is soms nauwelijks meer te gebruiken. De helft van de mensen heeft weinig tot geen ziekte-inzicht en beseffen dus niet de ernst van hun aandoening. Oorzaken zijn onbekend, er zijn aanwijzingen dat 50% bepaald wordt door genetische factoren. De prevalentie in de algemene bevolking wordt rond de 1.5% geschat.
Het beloop is vaak slecht, het inzicht vaak zeer beperkt tot afwezig hetgeen de bereidheid tot behandeling ook moeilijk maakt. De behandelbaarheid is beperkt. Verschillende studies laten de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie (CGT) bij hoarding zien. Er is beperkt bewijs dat SSRI’s effectief zouden kunnen zijn. Ca. 75% heeft een depressieve stoornis (50%), ADHD (20-30%) of gegeneraliseerde angststoornis (25-33%).

DSM-5 criteria
300.3

  1. Persisterende moeite om bezittingen weg te doen of er afstand van te nemen, ongeacht de werkelijke waarde.
  2. Deze moeite komt voort uit een sterk gevoelde behoefte om bepaalde voorwerpen te bewaren, en uit de lijdensdruk die gepaard gaat met het wegdoen van deze voorwerpen.
  3. De moeite om bezittingen weg te doen, leidt tot de verzameling van een grote hoeveelheid bezittingen die in de weg staan en voor zo veel rommel zorgen dat de woonruimtes nauwelijks voor hun eigenlijke functie kunnen worden benut. Als er ruimtes zijn opgeruimd, is dat alleen dankzij de tussenkomst van derden (zoals een familielid, schoonmaker of instantie).
  4. Het verzamelen veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen (waaronder de instandhouding van een veilige omgeving voor zichzelf en anderen).
  5. Het verzamelen kan niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening (zoals hersenbeschadiging, cerebrovasculaire aandoeningen of het syndroom van Prader-Willi.
  6. Het verzamelen kan niet beter worden verklaard door de symptomen van een andere psychische stoornis (zoals obsessies bij een obsessieve-compulsieve stoornise, afgenomen energie bij een depressieve stoornis, wanen bij schizofrenie of een andere psychotische stoornis, cognitieve deficiëntie bij een neurocognitieve stoornis, of beperkte interesses bij een autismespectrumstoornis).

Verdere specificatie naar mate van ziekte-inzicht (goed/redelijk; gering of ontbrekend) of wanneer iemand ook overmatig onnodige artikelen koopt, of  waarvoor geen ruimte in huis meer is: "excessief verwerven" (maar 80-90% van de mensen met een verzamelstoornis doen dat).

Diagnostiek

 

Literatuur

 

 

 

 

 

Hulpgids nieuwsbrief

Praktijk aanmelden

Ook uw praktijk geplaatst op de Hulpgids? U kunt zich aanmelden door het inschrijfformulier in te vullen en daarna op de knop "versturen" te klikken. Uw gegevens worden binnen 5 werkdagen na ontvangst kosteloos door Hulpgids.nl verwerkt en gepubliceerd. inschrijven ›