Melatonine

Melatonine is een lichaamseigen hormoon dat een belangrijke rol speelt bij het regelen van het slaap-waakritme. Het wordt voornamelijk aangemaakt in de epifyse (pijnappelklier), een kleine klier in de hersenen. De aanmaak verloopt volgens een dag-nachtritme: bij het invallen van de duisternis neemt de melatonineproductie toe, terwijl deze onder invloed van licht weer afneemt. Melatonine geeft het lichaam als het ware het signaal dat het nacht is en helpt zo de biologische klok af te stemmen op het natuurlijke dag-nachtritme. Het is daarmee vooral een hormoon dat het slaap-waakritme reguleert en niet zozeer een slaapmiddel.

Biologische klok

Mensen, dieren, planten en zelfs eencellige algen hebben allemaal een biologische klok, een inwendige klok die in de hypothalamus ligt. Het is een aangeboren mechanisme dat ervoor zorgt dat een groot aantal belangrijke lichaamsfuncties volgens een vast ritme plaatsvinden zoals ademhaling, hartslag, stofwisseling en het slaap-waakritme. Vrijwel alle fysiologische processen vertonen dus een endogeen ritme van ongeveer 24 uur (circadiaan). De centrale biologische klok zit in twee kernen in de in de hypothalamus, de suprachiasmatische nucleï (SCN). De SCN reguleert verschillende systemen, waarvan vooral de melatoninepiekconcentratie in de avond en de cortisolpiekconcentratie in de ochtend van belang zijn. De klok moet met enige regelmaat "gelijkgezet" worden omdat het endogene ritme iets langer duurt dan 24 uur. Om het ritme gelijk te zetten is een externe tijdaanduiding (Zeitgeber) nodig, bij de mens is  licht de belangrijkste Zeitgeber. Het belangrijkste signaal komt van het netvlies in de ogen. Als er licht op de ogen valt wordt de klok geprikkeld via een directe zenuwbaan vanuit het netvlies naar de SCN (retinohypothalamische tract), die deze prikkels gebruikt om zich gelijk te zetten. De biologische klok in de SCN stuurt ook de afgifte van melatonine en wordt dus bijvoorbeeld sterk geremd als er midden in de nacht licht op het netvlies valt. Melatonine beïnvloedt via een feedback systeem weer de interne biologische klok in de SCN en speelt zo een rol bij de regulatie van allerlei circadiane ritmen, het meest prominent echter bij de regulatie van slaap.

SCN


Melatoninereceptoren

Er zijn verschillende melatoninereceptoren in het centrale en perifere zenuwstelsel, melatonine-1 (MT1) en melatonine-2 (MT2) zijn de belangrijkste. De perifere receptoren spelen waarschijnlijk een rol bij cardiovasculaire functies en temperatuurregulatie, de centrale receptoren worden vooral gevonden in de SCN (dag-en nachtritme) en hypofyse (reproductieve functies).

Farmacokinetiek

Na orale inname wordt melatonine snel opgenomen. Door de uitgebreide afbraak in de lever (first-pass-effect) bereikt gemiddeld ongeveer 15% van de ingenomen hoeveelheid de bloedbaan. Er bestaan echter grote individuele verschillen in de opname en afbraak van melatonine. Bij melatonine met directe afgifte wordt de maximale bloedconcentratie na ongeveer 50 minuten bereikt. De eliminatiehalfwaardetijd bedraagt gemiddeld 45 minuten, waardoor de melatoninespiegel relatief snel weer daalt. Bij melatonine met gereguleerde afgifte komt de werkzame stof geleidelijk vrij. De maximale bloedconcentratie wordt na ongeveer 3 tot 6 uur bereikt en de schijnbare eliminatiehalfwaardetijd bedraagt ongeveer 3,5 tot 4 uur. Hierdoor blijven de melatoninespiegels langer verhoogd. Melatonine wordt voornamelijk in de lever afgebroken door het enzym CYP1A2 en vervolgens als inactieve afbraakproducten via de urine uitgescheiden. De activiteit van dit enzym verschilt per persoon en kan worden beïnvloed door genetische factoren en andere geneesmiddelen. Zo kunnen onder andere fluvoxamine, bepaalde antibiotica en oestrogenen de afbraak remmen, terwijl roken de afbraak kan versnellen. Bij een hoge dosering of vertraagde afbraak kan melatonine zich ophopen, waardoor de bloedspiegels langdurig verhoogd blijven. Dit kan het natuurlijke melatonineritme verstoren en leiden tot slaperigheid overdag of een verslechtering van de nachtrust. Daarom is het belangrijk rekening te houden met individuele verschillen in de afbraak en de laagst effectieve dosering te gebruiken.

Indicaties

Melatonine wordt vooral toegepast bij circadiane slaap-waakritmestoornissen, waarbij de biologische klok niet goed aansluit bij het gewenste slaap-waakritme. De belangrijkste indicatie is het vertraagde slaapfasesyndroom, waarbij iemand pas laat in slaap valt en 's ochtends moeilijk wakker wordt. Ook bij een vrijlopend slaap-waakritme (non-24-hour sleep-wake disorder), vooral bij volledig blinde mensen zonder lichtwaarneming, kan melatonine helpen het slaap-waakritme te stabiliseren. Daarnaast kan melatonine kortdurend worden gebruikt bij jetlag om de aanpassing aan een nieuwe tijdzone te bevorderen. Bij slaapstoornissen door onregelmatige diensten of nachtwerk is de werkzaamheid onvoldoende aangetoond en wordt routinematig gebruik niet aanbevolen.
Bij kinderen met inslaapproblemen, bijvoorbeeld bij ADHD, een autismespectrumstoornis of een verstandelijke beperking, kan melatonine worden overwogen wanneer gedragsmatige maatregelen onvoldoende effect hebben. Dit geldt ook voor inslaapproblemen die ontstaan tijdens behandeling met stimulantia. Bij kinderen met autisme kan melatonine met vertraagde afgifte soms ook worden toegepast bij doorslaapproblemen.
Bij volwassenen met chronische slapeloosheid (insomnie) zonder circadiane ritmestoornis wordt melatonine met directe afgifte niet aanbevolen vanwege onvoldoende bewijs voor werkzaamheid. Melatonine met vertraagde afgifte (2 mg) is geregistreerd voor kortdurende behandeling van slapeloosheid bij mensen vanaf 55 jaar, maar het aangetoonde effect is gering. Routinematig gebruik wordt daarom niet geadviseerd.
Een andere, meer specialistische indicatie is de REM-slaapgedragsstoornis, waarbij iemand tijdens de droomslaap bewegingen maakt of droomgedrag uitvoert. Melatonine kan hierbij worden toegepast om de nachtelijke gedragingen te verminderen.

Dosering en tijdstip van inname

De dosering van melatonine is afhankelijk van de aard van de slaapstoornis en het doel van de behandeling. Bij circadiane slaap-waakritmestoornissen zijn lage doseringen meestal voldoende. Een dosering van 0,3 tot 0,5 mg melatonine met directe afgifte is vaak al effectief. Hogere doseringen werken niet noodzakelijk beter en kunnen het slaap-waakritme juist verstoren.
Het tijdstip van inname is minstens zo belangrijk als de dosering. Bij een vertraagde slaapfase wordt melatonine doorgaans enkele uren vóór de gebruikelijke inslaaptijd ingenomen. Het optimale tijdstip is afhankelijk van de individuele biologische klok en kan worden bepaald aan de hand van de dim light melatonin onset (DLMO), het moment waarop de lichaamseigen melatonineproductie begint toe te nemen.De DMLO is niet in te schatten, maar kan wel bepaald worden met een speekseltest. Te vroege inname veroorzaakt slaperigheid en leidt ook tot vertraagde adaptatie bij aankomst. De incidentie van andere bijwerkingen is niet noemenswaardig.
Bij kinderen met inslaapproblemen, bijvoorbeeld bij ADHD of een autismespectrumstoornis, kan melatonine eveneens worden toegepast wanneer gedragsmatige maatregelen onvoldoende helpen. Bij inslaapproblemen zonder circadiane ritmestoornis worden doorgaans doseringen van 0,1 tot 2 mg gebruikt, ongeveer 30 tot 60 minuten voor het slapengaan. Bij een vertraagde slaapfase is een eerder innametijdstip nodig.
Te hoge doseringen kunnen leiden tot stapeling van melatonine, vooral wanneer het hormoon door het lichaam langzaam wordt afgebroken. Dit kan leiden tot slaperigheid overdag, doorslaapproblemen en verdere verstoring van het slaap-waakritme. Daarom wordt geadviseerd de laagst effectieve dosering te gebruiken en de behandeling regelmatig te evalueren.

Bijwerkingen en risico's

Melatonine wordt over het algemeen goed verdragen, maar kan bijwerkingen veroorzaken. De meest voorkomende zijn slaperigheid overdag, hoofdpijn en duizeligheid. Ook kunnen misselijkheid, levendige dromen en prikkelbaarheid optreden. Een te hoge dosering of inname op een verkeerd tijdstip kan het slaap-waakritme juist verstoren. Bij hoge doseringen, vooral wanneer melatonine langzaam wordt afgebroken, kunnen verhoogde melatoninespiegels langdurig aanhouden. Dit kan leiden tot slaperigheid overdag, doorslaapproblemen en verdere ontregeling van de biologische klok. Over de veiligheid van langdurig melatoninegebruik is nog onvoldoende bekend, vooral bij kinderen en adolescenten. Er is onder meer onderzoek gedaan naar mogelijke effecten op de puberteitsontwikkeling. De meeste onderzoeken hebben geen aanwijzingen gevonden voor een vertraagde puberteit, maar de beschikbare studies zijn beperkt en de resultaten niet geheel eenduidig. Een nadelig effect bij zeer langdurig gebruik kan daarom niet met zekerheid worden uitgesloten. Melatonine veroorzaakt voor zover bekend geen lichamelijke afhankelijkheid, zoals bij sommige slaapmiddelen. Toch wordt geadviseerd de laagst effectieve dosering te gebruiken en bij langdurige behandeling regelmatig te beoordelen of voortzetting nog nodig is.

Literatuur

Meer informatie
No items found.