Afweermechanismen

Meer informatie
No items found.

Afweermechanismen zijn manieren waarop mensen zichzelf psychisch beschermen tegen gevoelens, gedachten of innerlijke spanningen die te moeilijk, te pijnlijk of te bedreigend zijn om rechtstreeks te ervaren. Iedereen gebruikt afweer. Het is dus niet iets afwijkends of ziekelijks op zichzelf. Zonder psychische afweer zou het leven voor de meeste mensen te overweldigend zijn. Afweer helpt om innerlijk evenwicht te bewaren wanneer iemand wordt geconfronteerd met bijvoorbeeld angst, schaamte, verlies, afhankelijkheid, boosheid, afwijzing of innerlijk conflict. Vaak gebeurt dat grotendeels onbewust. Iemand kiest er dus meestal niet bewust voor om iets te ontkennen, weg te redeneren, af te splitsen of om te zetten in gedrag. Het gebeurt als een manier om psychisch overeind te blijven. Afweermechanismen zijn pas echt problematisch wanneer zij star, kostbaar of overheersend worden. Dan beschermen zij niet alleen tegen pijn, maar gaan zij ook in de weg staan van contact, zelfinzicht, verwerking en verandering.

Afweer wordt soms verward met onwil, manipulatie of “niet willen voelen”, maar meestal ligt dat ingewikkelder. Wat van buitenaf koppig, vermijdend, koel, dramatisch, zwart-wit of afstandelijk lijkt, is van binnenuit vaak een manier om psychisch niet overspoeld te raken. Juist daarom is het in psychotherapie vaak belangrijk om niet alleen naar klachten of gedrag te kijken, maar ook naar de vraag: waar beschermt iemand zich eigenlijk tegen? Soms gaat het om schaamte, soms om afhankelijkheid, soms om verlies van controle, soms om angst om afgewezen, vernederd of verlaten te worden.

Niet alle afweermechanismen zijn even problematisch. Sommige vormen van afweer zijn relatief rijp en helpen iemand om spanning op een hanteerbare manier op te vangen. Andere vormen zijn grover, minder flexibel of ontregelender, vooral wanneer iemand sterk onder spanning staat. Dat betekent niet dat mensen “goede” of “slechte” afweer hebben, maar wel dat de aard van de afweer vaak iets zegt over hoe iemand psychisch georganiseerd is en hoeveel spanning iemand innerlijk kan verdragen zonder te ontregelen.

Bij persoonlijkheidsproblematiek spelen afweermechanismen vaak een belangrijke rol. Niet zozeer omdat iemand “zich aanstelt” of “niet wil veranderen”, maar omdat bepaalde beschermingspatronen in de loop van de ontwikkeling zo sterk zijn geworden dat zij het persoonlijk functioneren zijn gaan bepalen.

Veelvoorkomende afweermechanismen

Ontkenning
Bij ontkenning wordt een pijnlijke of bedreigende werkelijkheid niet of onvoldoende onder ogen gezien. Dat kan gaan om gevoelens, relationele problemen, afhankelijkheid, verlies, lichamelijke klachten of de ernst van een situatie. Ontkenning is vaak niet simpelweg “niet eerlijk zijn”, maar een manier om iets psychisch nog niet te hoeven toelaten.

Rationalisatie
Bij rationalisatie geeft iemand een logische of geruststellende verklaring voor iets dat in werkelijkheid veel emotioneler, conflictueuzer of pijnlijker ligt. Daarmee wordt de emotionele lading als het ware geneutraliseerd. Rationalisatie komt veel voor bij mensen die moeite hebben met kwetsbaarheid of afhankelijkheid.

Intellectualiseren
Bij intellectualiseren wordt veel gedacht, geanalyseerd of geabstraheerd, juist op momenten waarop voelen moeilijk is. Iemand kan dan heel goed over zichzelf praten, maar blijft toch op afstand van de eigen ervaring. Alles wordt begrepen, maar weinig echt doorleefd.

Isoleren van affect
Soms kan iemand wel vertellen wat er gebeurd is, maar zonder voelbare emotionele betrokkenheid. Dan zijn de cognitieve en emotionele aspecten van een ervaring als het ware van elkaar losgeraakt. Dat wordt ook wel isoleren van affect genoemd. Het is een manier om een pijnlijke ervaring hanteerbaar te houden.

Verdringing en vermijden
Sommige gevoelens, gedachten of herinneringen worden niet goed toegelaten tot het bewuste ervaren. Dat kan zich uiten als vergeten, ontwijken, afleiden, bagatelliseren of het structureel uit de weg gaan van bepaalde innerlijke thema’s. Niet alles wat iemand niet kan voelen of benoemen, is een bewuste keuze.

Projectie
Bij projectie worden gevoelens, bedoelingen of eigenschappen die iemand moeilijk in zichzelf kan verdragen, gemakkelijker bij een ander waargenomen. Iemand die bijvoorbeeld veel woede, afgunst, kwetsbaarheid of wantrouwen in zichzelf niet goed kan erkennen, kan die eerder buiten zichzelf ervaren. Projectie vervormt vaak relaties, omdat de ander niet meer alleen wordt gezien zoals die is, maar ook wordt beladen met iets van binnenuit.

Splitsen
Splitsen betekent dat iemand zichzelf of anderen tijdelijk vooral als “helemaal goed” of “helemaal slecht” beleeft, zonder dat positieve en negatieve kanten goed samen kunnen bestaan. Dat zie je bijvoorbeeld terug in snelle wisselingen tussen idealiseren en afwijzen, of tussen zelfoverschatting en zelfhaat. Splitsen komt vooral naar voren wanneer gevoelens van afhankelijkheid, teleurstelling, afwijzing of verlating moeilijk te verdragen zijn.

Idealiseren en devalueren
Idealiseren en devalueren zijn nauw verwant aan splitsen. Iemand kan de ander eerst ervaren als uitzonderlijk goed, veilig of bijzonder, en later juist als waardeloos, afwijzend of schadelijk. Ook het zelfbeeld kan zo sterk wisselen. Zulke verschuivingen zijn vaak geen bewuste manipulatie, maar uitdrukking van innerlijke instabiliteit.

Acting out
Bij acting out wordt innerlijke spanning of conflict niet vooral gevoeld of doordacht, maar direct omgezet in gedrag. Dat kan zich uiten in ruzie maken, impulsief handelen, middelengebruik, seksueel acting out, geld uitgeven, weglopen, automutilatie of andere vormen van gedragsmatige ontlading. Het gedrag zegt dan vaak iets wat innerlijk nog niet goed in woorden of gevoelens kan worden vastgehouden.

Dissociatie
Bij dissociatie raken gevoelens, gedachten, herinneringen, lichamelijke gewaarwordingen of delen van de ervaring tijdelijk minder goed met elkaar verbonden. Iemand kan zich dan vervreemd voelen, verdoofd, afwezig, wazig of “niet helemaal aanwezig”. Dissociatie is vaak een reactie op overweldigende spanning of op ervaringen die psychisch onvoldoende verwerkt konden worden.

Reactieformatie
Soms worden gevoelens of impulsen die moeilijk te verdragen zijn als het ware omgezet in hun tegendeel. Iemand die veel boosheid voelt, kan zich bijvoorbeeld overdreven vriendelijk of zorgzaam opstellen. Iemand die zich kwetsbaar of afhankelijk voelt, kan juist sterk afstandelijk of controlerend worden. Dat wordt reactieformatie genoemd.

Verplaatsing
Bij verplaatsing wordt een gevoel of impuls verschoven naar een minder bedreigend doelwit. Iemand die zich bijvoorbeeld vernederd of machteloos voelt tegenover een autoriteit, kan thuis onverwacht fel reageren op een partner of kind. Het gevoel is echt, maar niet meer goed gekoppeld aan de oorspronkelijke bron.

Sublimatie
Niet alle afweer is problematisch. Bij sublimatie wordt innerlijke spanning, drift of conflict omgezet in iets constructiefs, zoals creativiteit, werk, humor, sport, zorg of intellectuele verdieping. Sublimatie wordt meestal gezien als een relatief rijpe en helpende vorm van afweer.

Afweer en therapie

In psychotherapie gaat het meestal niet alleen om het “afleren” van afweer. Afweer heeft immers ooit een functie gehad. Vaak was het ooit de best beschikbare manier om met spanning, afwijzing, onveiligheid of innerlijk conflict om te gaan. Therapie helpt eerder om die beschermingspatronen geleidelijk beter te herkennen, te begrijpen en soepeler te maken. Naarmate iemand meer gevoelens kan verdragen, zichzelf beter leert begrijpen en meer innerlijke samenhang ontwikkelt, wordt starre afweer vaak minder noodzakelijk. Dat is ook waarom psychische verandering meestal niet begint met harder confronteren, maar met beter begrijpen wat iemand innerlijk probeert te overleven.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Caligor E, Kernberg OF, Clarkin JF & Yeomans FE. (2018). Psychodynamic therapy for personality pathology: Treating self and interpersonal functioning. American Psychiatric Association Publishing.
  • Cramer P. (2006). Protecting the self: Defense mechanisms in action. Guilford Press.
  • Fonagy P, Gergely G, Jurist EL & Target M. (2002). Affect regulation, mentalization, and the development of the self. Other Press.
  • McWilliams N. (2011). Psychoanalytic diagnosis: Understanding personality structure in the clinical process (2nd ed.). Guilford Press.
  • Perry JC & Bond M. (2012). Change in defense mechanisms during long-term dynamic psychotherapy and five-year outcome. American Journal of Psychiatry, 169(9), 916–925.
  • Vaillant GE. (1992). Ego mechanisms of defense: A guide for clinicians and researchers. American Psychiatric Press.

Afweermechanismen zijn manieren waarop mensen zichzelf psychisch beschermen tegen gevoelens, gedachten of innerlijke spanningen die te moeilijk, te pijnlijk of te bedreigend zijn om rechtstreeks te ervaren. Iedereen gebruikt afweer. Het is dus niet iets afwijkends of ziekelijks op zichzelf. Zonder psychische afweer zou het leven voor de meeste mensen te overweldigend zijn. Afweer helpt om innerlijk evenwicht te bewaren wanneer iemand wordt geconfronteerd met bijvoorbeeld angst, schaamte, verlies, afhankelijkheid, boosheid, afwijzing of innerlijk conflict. Vaak gebeurt dat grotendeels onbewust. Iemand kiest er dus meestal niet bewust voor om iets te ontkennen, weg te redeneren, af te splitsen of om te zetten in gedrag. Het gebeurt als een manier om psychisch overeind te blijven. Afweermechanismen zijn pas echt problematisch wanneer zij star, kostbaar of overheersend worden. Dan beschermen zij niet alleen tegen pijn, maar gaan zij ook in de weg staan van contact, zelfinzicht, verwerking en verandering.

Afweer wordt soms verward met onwil, manipulatie of “niet willen voelen”, maar meestal ligt dat ingewikkelder. Wat van buitenaf koppig, vermijdend, koel, dramatisch, zwart-wit of afstandelijk lijkt, is van binnenuit vaak een manier om psychisch niet overspoeld te raken. Juist daarom is het in psychotherapie vaak belangrijk om niet alleen naar klachten of gedrag te kijken, maar ook naar de vraag: waar beschermt iemand zich eigenlijk tegen? Soms gaat het om schaamte, soms om afhankelijkheid, soms om verlies van controle, soms om angst om afgewezen, vernederd of verlaten te worden.

Niet alle afweermechanismen zijn even problematisch. Sommige vormen van afweer zijn relatief rijp en helpen iemand om spanning op een hanteerbare manier op te vangen. Andere vormen zijn grover, minder flexibel of ontregelender, vooral wanneer iemand sterk onder spanning staat. Dat betekent niet dat mensen “goede” of “slechte” afweer hebben, maar wel dat de aard van de afweer vaak iets zegt over hoe iemand psychisch georganiseerd is en hoeveel spanning iemand innerlijk kan verdragen zonder te ontregelen.

Bij persoonlijkheidsproblematiek spelen afweermechanismen vaak een belangrijke rol. Niet zozeer omdat iemand “zich aanstelt” of “niet wil veranderen”, maar omdat bepaalde beschermingspatronen in de loop van de ontwikkeling zo sterk zijn geworden dat zij het persoonlijk functioneren zijn gaan bepalen.

Veelvoorkomende afweermechanismen

Ontkenning
Bij ontkenning wordt een pijnlijke of bedreigende werkelijkheid niet of onvoldoende onder ogen gezien. Dat kan gaan om gevoelens, relationele problemen, afhankelijkheid, verlies, lichamelijke klachten of de ernst van een situatie. Ontkenning is vaak niet simpelweg “niet eerlijk zijn”, maar een manier om iets psychisch nog niet te hoeven toelaten.

Rationalisatie
Bij rationalisatie geeft iemand een logische of geruststellende verklaring voor iets dat in werkelijkheid veel emotioneler, conflictueuzer of pijnlijker ligt. Daarmee wordt de emotionele lading als het ware geneutraliseerd. Rationalisatie komt veel voor bij mensen die moeite hebben met kwetsbaarheid of afhankelijkheid.

Intellectualiseren
Bij intellectualiseren wordt veel gedacht, geanalyseerd of geabstraheerd, juist op momenten waarop voelen moeilijk is. Iemand kan dan heel goed over zichzelf praten, maar blijft toch op afstand van de eigen ervaring. Alles wordt begrepen, maar weinig echt doorleefd.

Isoleren van affect
Soms kan iemand wel vertellen wat er gebeurd is, maar zonder voelbare emotionele betrokkenheid. Dan zijn de cognitieve en emotionele aspecten van een ervaring als het ware van elkaar losgeraakt. Dat wordt ook wel isoleren van affect genoemd. Het is een manier om een pijnlijke ervaring hanteerbaar te houden.

Verdringing en vermijden
Sommige gevoelens, gedachten of herinneringen worden niet goed toegelaten tot het bewuste ervaren. Dat kan zich uiten als vergeten, ontwijken, afleiden, bagatelliseren of het structureel uit de weg gaan van bepaalde innerlijke thema’s. Niet alles wat iemand niet kan voelen of benoemen, is een bewuste keuze.

Projectie
Bij projectie worden gevoelens, bedoelingen of eigenschappen die iemand moeilijk in zichzelf kan verdragen, gemakkelijker bij een ander waargenomen. Iemand die bijvoorbeeld veel woede, afgunst, kwetsbaarheid of wantrouwen in zichzelf niet goed kan erkennen, kan die eerder buiten zichzelf ervaren. Projectie vervormt vaak relaties, omdat de ander niet meer alleen wordt gezien zoals die is, maar ook wordt beladen met iets van binnenuit.

Splitsen
Splitsen betekent dat iemand zichzelf of anderen tijdelijk vooral als “helemaal goed” of “helemaal slecht” beleeft, zonder dat positieve en negatieve kanten goed samen kunnen bestaan. Dat zie je bijvoorbeeld terug in snelle wisselingen tussen idealiseren en afwijzen, of tussen zelfoverschatting en zelfhaat. Splitsen komt vooral naar voren wanneer gevoelens van afhankelijkheid, teleurstelling, afwijzing of verlating moeilijk te verdragen zijn.

Idealiseren en devalueren
Idealiseren en devalueren zijn nauw verwant aan splitsen. Iemand kan de ander eerst ervaren als uitzonderlijk goed, veilig of bijzonder, en later juist als waardeloos, afwijzend of schadelijk. Ook het zelfbeeld kan zo sterk wisselen. Zulke verschuivingen zijn vaak geen bewuste manipulatie, maar uitdrukking van innerlijke instabiliteit.

Acting out
Bij acting out wordt innerlijke spanning of conflict niet vooral gevoeld of doordacht, maar direct omgezet in gedrag. Dat kan zich uiten in ruzie maken, impulsief handelen, middelengebruik, seksueel acting out, geld uitgeven, weglopen, automutilatie of andere vormen van gedragsmatige ontlading. Het gedrag zegt dan vaak iets wat innerlijk nog niet goed in woorden of gevoelens kan worden vastgehouden.

Dissociatie
Bij dissociatie raken gevoelens, gedachten, herinneringen, lichamelijke gewaarwordingen of delen van de ervaring tijdelijk minder goed met elkaar verbonden. Iemand kan zich dan vervreemd voelen, verdoofd, afwezig, wazig of “niet helemaal aanwezig”. Dissociatie is vaak een reactie op overweldigende spanning of op ervaringen die psychisch onvoldoende verwerkt konden worden.

Reactieformatie
Soms worden gevoelens of impulsen die moeilijk te verdragen zijn als het ware omgezet in hun tegendeel. Iemand die veel boosheid voelt, kan zich bijvoorbeeld overdreven vriendelijk of zorgzaam opstellen. Iemand die zich kwetsbaar of afhankelijk voelt, kan juist sterk afstandelijk of controlerend worden. Dat wordt reactieformatie genoemd.

Verplaatsing
Bij verplaatsing wordt een gevoel of impuls verschoven naar een minder bedreigend doelwit. Iemand die zich bijvoorbeeld vernederd of machteloos voelt tegenover een autoriteit, kan thuis onverwacht fel reageren op een partner of kind. Het gevoel is echt, maar niet meer goed gekoppeld aan de oorspronkelijke bron.

Sublimatie
Niet alle afweer is problematisch. Bij sublimatie wordt innerlijke spanning, drift of conflict omgezet in iets constructiefs, zoals creativiteit, werk, humor, sport, zorg of intellectuele verdieping. Sublimatie wordt meestal gezien als een relatief rijpe en helpende vorm van afweer.

Afweer en therapie

In psychotherapie gaat het meestal niet alleen om het “afleren” van afweer. Afweer heeft immers ooit een functie gehad. Vaak was het ooit de best beschikbare manier om met spanning, afwijzing, onveiligheid of innerlijk conflict om te gaan. Therapie helpt eerder om die beschermingspatronen geleidelijk beter te herkennen, te begrijpen en soepeler te maken. Naarmate iemand meer gevoelens kan verdragen, zichzelf beter leert begrijpen en meer innerlijke samenhang ontwikkelt, wordt starre afweer vaak minder noodzakelijk. Dat is ook waarom psychische verandering meestal niet begint met harder confronteren, maar met beter begrijpen wat iemand innerlijk probeert te overleven.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Caligor E, Kernberg OF, Clarkin JF & Yeomans FE. (2018). Psychodynamic therapy for personality pathology: Treating self and interpersonal functioning. American Psychiatric Association Publishing.
  • Cramer P. (2006). Protecting the self: Defense mechanisms in action. Guilford Press.
  • Fonagy P, Gergely G, Jurist EL & Target M. (2002). Affect regulation, mentalization, and the development of the self. Other Press.
  • McWilliams N. (2011). Psychoanalytic diagnosis: Understanding personality structure in the clinical process (2nd ed.). Guilford Press.
  • Perry JC & Bond M. (2012). Change in defense mechanisms during long-term dynamic psychotherapy and five-year outcome. American Journal of Psychiatry, 169(9), 916–925.
  • Vaillant GE. (1992). Ego mechanisms of defense: A guide for clinicians and researchers. American Psychiatric Press.