DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een autismespectrumstoornis wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
Er moeten allereerst blijvende tekorten zijn in de sociale communicatie en sociale interactie. Dat blijkt uit problemen in de sociaal-emotionele wederkerigheid, uit moeilijkheden in het gebruik en begrijpen van non-verbale communicatie, en uit beperkingen in het aangaan, onderhouden en begrijpen van relaties.
Daarnaast moet er sprake zijn van beperkte en zich herhalende patronen van gedrag, interesses of activiteiten. Dat kan zich uiten in stereotype of repetitieve bewegingen, een star vasthouden aan routines, zeer beperkte of sterk gefixeerde interesses, en een opvallende over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels.
De kenmerken moeten aanwezig zijn vanaf de vroege ontwikkeling, ook als zij soms pas later echt worden herkend. Verder moeten de klachten leiden tot duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren, bijvoorbeeld op sociaal gebied, in studie, werk of andere belangrijke levensdomeinen.
Ten slotte mogen de problemen niet beter verklaard worden door alleen een verstandelijke beperking of een globale ontwikkelingsachterstand. Wanneer er ook sprake is van een verstandelijke beperking, moeten de sociale communicatieproblemen ernstiger zijn dan op grond van het cognitieve niveau verwacht zou worden.
Ernst
niveau 1: ondersteuning vereist
niveau 2: wezenlijke ondersteuning vereist
niveau 3: zeer wezenlijke ondersteuning vereist
Specificaties
Bij de diagnose kan verder worden aangegeven of er sprake is van een intellectuele beperking, een taalstoornis, een medische of genetische aandoening of een omgevingsfactor, een andere psychische of ontwikkelingsstoornis, of van catatonie.
Literatuur
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.