De werking van de schildklier wordt geregeld via een samenwerking tussen de hersenen en de schildklier zelf. De hypothalamus en hypofyse sturen de schildklier aan via het hormoon TSH. Dit hormoon stimuleert de schildklier om schildklierhormonen (T4 en T3) aan te maken en af te geven. T4 wordt in het lichaam omgezet naar T3, de actieve vorm. Als er voldoende schildklierhormoon aanwezig is, remt dit systeem zichzelf via een zogenoemd feedbackmechanisme.

Invloed van lithium op de schildklier
Lithium kan de schildklier op meerdere manieren beïnvloeden. Het belangrijkste effect is dat lithium de werking van de schildklier remt. Lithium: vermindert de aanmaak en afgifte van schildklierhormonen, remt de omzetting van T4 naar het actieve T3 en kan het immuunsysteem beïnvloeden, waardoor auto-immuunreacties tegen de schildklier vaker voorkomen. Deze effecten samen zorgen ervoor dat de schildklier trager kan gaan werken.
Hypothyreoïdie (vertraagde schildklier)
Een vertraagde schildklierwerking is de meest voorkomende bijwerking van lithiumgebruik. Klachten kunnen zijn: vermoeidheid, traagheid, somberheid, gewichtstoename, obstipatie en kouwelijkheid. In het bloed zien we meestal: een verhoogd TSH en een normaal of verlaagd T4 Wanneer het T4 nog normaal is, spreken we van een subklinische hypothyreoïdie. Wanneer ook het T4 verlaagd is, is er sprake van een klinische hypothyreoïdie. Een lichte stijging van TSH komt vooral in de eerste maanden na start van lithium vaak voor en kan tijdelijk zijn. Bij een deel van de patiënten blijft dit bestaan of ontstaat het later in de behandeling.
Risciofactoren
De kans op schildklierproblemen bij lithiumgebruik is groter bij: hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, auto-immuunziekten, aanwezigheid van schildklierantistoffen en een familiegeschiedenis van schildklierproblemen.
Struma (vergrote schildklier)
Lithium kan ook leiden tot een vergroting van de schildklier (struma). Dit ontstaat waarschijnlijk doordat: het lichaam via een verhoogd TSH de schildklier blijft stimuleren en lithium daarnaast direct invloed heeft op groeiprocessen in de schildklier Een struma geeft niet altijd klachten en hoeft niet altijd behandeld te worden.
Thyreotoxicose (versnelde schildklier)
Een te snel werkende schildklier komt bij lithiumgebruik zeldzaam voor. Als het voorkomt, is dit meestal gerelateerd aan een auto-immuunreactie van de schildklier.
Behandeling
Schildklierafwijkingen zijn geen reden om lithium te stoppen. Wel is regelmatige controle belangrijk: voor start en vervolgens in het eerste jaar meerdere keren, daarna jaarlijks. Als er sprake is van een duidelijke hypothyreoïdie, wordt behandeld met levothyroxine (schildklierhormoon). Dit kan klachten zoals vermoeidheid en somberheid verbeteren.
Literatuur
- Czarnywojtek A, Zgorzalewicz-Stachowiak M, Czarnocka B, et al. Effect of lithium carbonate on the function of the thyroid gland: mechanism of action and clinical implications. J Physiol Pharmacol. 2020;71 (2). doi:10.26402/jpp.2020.2.03.
- Van der Veen WAM. Schildklierstoornissen bij patiënten met een bipolaire stoornis. Psyfar, 2026.
- Ferensztajn-Rochowiak E et al. Long-term lithium therapy: side effects and interactions. Pharmaceuticals, 2023. Iner. 2024,30(2).014342
- Kupka R, Goossens P, Bendegem M van, et al; Multidisciplinaire werkgroep Bipolaire stoornissen. Multidisciplinaire richtlijn Bipolaire stoornissen (3de herz). Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie; 2015.
- Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen. Beschikbaar via: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/schildklierfunctiestoorissen
- Norman SJ, Carney AC, Algarin F, et al. Thyroid dysfunction and bipolar disorder: a literature review integrating neurochemical, endocrine, and genetic perspectives. Cureus. 2024;16(9):e69182.