
De bipolaire stoornis, vroeger ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd, is een stemmingsstoornis die wordt gekenmerkt door terugkerende episoden van ontregeling van de stemming. Daarbij wisselen perioden van depressie zich af met perioden van verhoogde stemming, zoals manie of hypomanie. Tussen deze episoden kunnen perioden voorkomen waarin iemand zich relatief stabiel voelt, al zijn er vaak ook restklachten aanwezig. De stoornis werd al in de oudheid beschreven en kreeg in de twintigste eeuw haar huidige vorm in de psychiatrische classificatie, mede door het werk van Emil Kraepelin. Tegenwoordig wordt de bipolaire stoornis geclassificeerd volgens de DSM-5-TR.
Subtypen
Bij de bipolaire-I-stoornis heeft iemand ten minste één manische episode doorgemaakt. Vaak komen daarnaast ook depressieve episoden voor, maar deze zijn niet noodzakelijk voor de diagnose.
De bipolaire-II-stoornis wordt gekenmerkt door terugkerende depressieve episoden in combinatie met hypomane episoden. Hypomanie is een mildere vorm van manie, zonder ernstig verlies van realiteitsbesef of duidelijke ontregeling van het functioneren. Voor de diagnose is ten minste één depressieve episode vereist.
De cyclothyme stoornis bestaat uit langdurige stemmingsschommelingen met lichte depressieve klachten en milde hypomane symptomen. Deze klachten zijn minder ernstig, maar kunnen jarenlang aanhouden en het functioneren beïnvloeden.
Daarnaast kunnen stemmingsbeelden ontstaan door middelen of medicatie, zoals amfetaminen, cocaïne, antidepressiva of corticosteroïden, of door een somatische aandoening, zoals hyperthyreoïdie, epilepsie of neurologische aandoeningen.
Oorzaken
Het ontstaan van een bipolaire stoornis is complex en wordt verklaard door een samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol. Onderzoek bij familieleden en tweelingen laat zien dat de kans op een bipolaire stoornis duidelijk verhoogd is bij eerstegraads verwanten. Tegelijk is er geen sprake van een eenvoudige erfelijke overdracht. De aanleg is polygenetisch en de uiting ervan wordt mede bepaald door omgevingsfactoren, zoals stressvolle gebeurtenissen, ontregeling van het slaap-waakritme en middelengebruik. Niet iedereen met een genetische kwetsbaarheid ontwikkelt daadwerkelijk een bipolaire stoornis.
Beloop
Het beloop van de bipolaire stoornis verschilt sterk van persoon tot persoon. Meestal begint de aandoening met een of meer depressieve episoden. Bij een deel van de mensen wordt pas later een hypomane of manische episode herkend, waardoor aanvankelijk de diagnose depressieve stoornis wordt gesteld. Zonder behandeling duren manische episoden gemiddeld enkele maanden en depressieve episoden vaak langer. Bij veel patiënten keren episoden terug, soms met lange tussenpozen, soms vaker of zelfs meerdere keren per jaar. Er kan sprake zijn van een zogenoemd rapid cycling-patroon, waarbij meerdere episoden binnen een jaar optreden. Ook tussen episoden kunnen klachten aanwezig blijven, zoals milde depressieve symptomen, cognitieve problemen of verminderde energie. Hierdoor kan het functioneren blijvend beïnvloed worden.
Prevalentie
Uit recent Nederlands epidemiologisch onderzoek (NEMESIS-3) blijkt dat de bipolaire stoornis bij ongeveer 2,1% van de bevolking voorkomt in de loop van het leven. De 12-maandsprevalentie ligt rond de 1,2%. De stoornis komt bij mannen en vrouwen ongeveer even vaak voor. De eerste klachten ontstaan meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid, vaak tussen het 15e en 25e levensjaar. Een eerste manische episode op latere leeftijd vraagt altijd om aanvullende somatische diagnostiek.
Comorbiditeit
De bipolaire stoornis gaat vaak samen met andere psychiatrische aandoeningen. Angststoornissen, middelengebruik en ADHD komen relatief vaak voor. Ook persoonlijkheidsproblematiek kan het beeld complexer maken. Middelengebruik, met name alcohol en stimulerende middelen, kan stemmingsklachten verergeren, het beloop onvoorspelbaarder maken en het risico op terugval vergroten. Daarnaast kan middelengebruik de diagnostiek bemoeilijken, doordat symptomen van intoxicatie of onthouding lijken op manische of depressieve episoden.
Literatuur
- Bartoli, F., et al. (2024). Prevalence and correlates of manic/hypomanic and depressive predominant polarity in bipolar disorder: Systematic review and meta-analysis. BJPsych Open.
- Berk, M., et al. (2025). Bipolar II disorder: A state-of-the-art review. World Psychiatry.
- Hu, F., et al. (2025). Global trends and projections of bipolar disorder burden among women of reproductive age. Frontiers in Psychiatry.
- Nierenberg, A. A., et al. (2023). Diagnosis and treatment of bipolar disorder: A review. JAMA, 330(17), 1694–1706.
- Oliva, V., et al. (2024). Bipolar disorders: An update on critical aspects. The Lancet Regional Health – Europe, 39, 100871.
- Singh, B., et al. (2025). Bipolar disorder. The Lancet, 405.
- World Health Organization. (2025). Bipolar disorder – fact sheet.
- Zhong, Y., et al. (2024). Global, regional and national burdens of bipolar disorders in adolescents and young adults from 1990 to 2019. General Psychiatry, 37(1).
- Richtlijn Bipolaire stemmingsstoornissen (2026).
- Zorgstandaard Bipolaire stemmingsstoornissen (2026).