Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen

Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen

De somatisch-symptoomstoornissen en verwante stoornissen vormen in de DSM-5-TR een herziening van de vroegere somatoforme stoornissen uit de DSM-IV. Deze herziening markeert een belangrijke verschuiving in hoe lichamelijke klachten binnen de psychiatrie worden begrepen.

In de DSM-IV lag de nadruk op het onderscheid tussen lichamelijk verklaarde en lichamelijk onverklaarde klachten. Stoornissen zoals somatisatiestoornis, pijnstoornis en ongedifferentieerde somatoforme stoornis werden daarbij vooral gedefinieerd door het ontbreken van een afdoende medische verklaring. In de praktijk bleek dit onderscheid echter lastig vol te houden: medische verklaarbaarheid is vaak onzeker, kan in de tijd veranderen en zegt maar beperkt iets over de ernst van het lijden of het functioneren van de patiënt. In de DSM-5-TR is dit uitgangspunt verlaten. Centraal staat nu niet de oorzaak van de klacht, maar de manier waarop iemand deze ervaart en ermee omgaat. Kenmerkend is dat één of meerdere somatische symptomen gepaard gaan met aanhoudende en buitensporige gedachten, gevoelens of gedragingen, zoals voortdurende zorgen over de gezondheid, een verhoogde aandacht voor lichamelijke sensaties of gedrag dat het dagelijks functioneren belemmert.

Een belangrijk gevolg van deze benadering is dat de stoornis zowel kan voorkomen bij medisch verklaarde als bij niet (volledig) verklaarde klachten. Ook bij een somatische aandoening kan sprake zijn van een somatisch-symptoomstoornis wanneer de psychische en gedragsmatige respons disproportioneel is en tot beperkingen leidt. Deze conceptualisering sluit aan bij onderzoek waaruit blijkt dat vooral de cognitieve en gedragsmatige reactie op lichamelijke symptomen samenhangt met psychisch lijden en zorggebruik, onafhankelijk van de medische verklaarbaarheid.

Tegelijkertijd is er in de internationale literatuur een bredere ontwikkeling zichtbaar. In de ICD-11 van de World Health Organization is bijvoorbeeld het concept bodily distress disorder geïntroduceerd, dat sterk overlapt met de DSM-5-TR somatisch-symptoomstoornis. Daarnaast wordt in onderzoek vaak gesproken over functionele somatische syndromen of persisterende lichamelijke klachten. Deze benaderingen benadrukken dat lichamelijke en psychische processen nauw verweven zijn, en dat klachten het best begrepen kunnen worden vanuit een biopsychosociaal model.

Recente modellen leggen daarbij de nadruk op mechanismen zoals verhoogde aandacht voor lichamelijke signalen (interoceptie), verwachtingseffecten en centrale sensitisatie. Binnen deze benadering worden klachten niet gezien als “ingebeeld”, maar als reële lichamelijke ervaringen die mede worden gevormd door de manier waarop het brein signalen interpreteert en voorspelt. Binnen dit spectrum vallen onder meer de somatisch-symptoomstoornis, de ziekteangststoornis, de conversiestoornis (functioneel neurologische symptoomstoornis) en de nagebootste stoornis. Daarnaast bestaan er restcategorieën voor beelden die niet volledig aan de criteria voldoen maar klinisch relevant zijn.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
  • American Psychiatric Association. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4th ed., text rev.; DSM-IV-TR). Washington, DC: Author.
  • Burton C & Fink P. (2018). Bodily distress disorder and DSM-5 somatic symptom disorder: Mapping the differences and similarities. Current Opinion in Psychiatry.
  • Escobar, JI et al. (2010). Journal of Psychosomatic Research, 69, 1–8.
  • Feltz CM van der & Van Houdenhove B. (2014). Tijdschrift voor Psychiatrie, 56, 182–186.
  • Henningsen,P. (2018). Management of somatic symptom disorder. Dialogues in Clinical Neuroscience
  • World Health Organization. (2019). International classification of diseases (11th revision).

Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen

De somatisch-symptoomstoornissen en verwante stoornissen vormen in de DSM-5-TR een herziening van de vroegere somatoforme stoornissen uit de DSM-IV. Deze herziening markeert een belangrijke verschuiving in hoe lichamelijke klachten binnen de psychiatrie worden begrepen.

In de DSM-IV lag de nadruk op het onderscheid tussen lichamelijk verklaarde en lichamelijk onverklaarde klachten. Stoornissen zoals somatisatiestoornis, pijnstoornis en ongedifferentieerde somatoforme stoornis werden daarbij vooral gedefinieerd door het ontbreken van een afdoende medische verklaring. In de praktijk bleek dit onderscheid echter lastig vol te houden: medische verklaarbaarheid is vaak onzeker, kan in de tijd veranderen en zegt maar beperkt iets over de ernst van het lijden of het functioneren van de patiënt. In de DSM-5-TR is dit uitgangspunt verlaten. Centraal staat nu niet de oorzaak van de klacht, maar de manier waarop iemand deze ervaart en ermee omgaat. Kenmerkend is dat één of meerdere somatische symptomen gepaard gaan met aanhoudende en buitensporige gedachten, gevoelens of gedragingen, zoals voortdurende zorgen over de gezondheid, een verhoogde aandacht voor lichamelijke sensaties of gedrag dat het dagelijks functioneren belemmert.

Een belangrijk gevolg van deze benadering is dat de stoornis zowel kan voorkomen bij medisch verklaarde als bij niet (volledig) verklaarde klachten. Ook bij een somatische aandoening kan sprake zijn van een somatisch-symptoomstoornis wanneer de psychische en gedragsmatige respons disproportioneel is en tot beperkingen leidt. Deze conceptualisering sluit aan bij onderzoek waaruit blijkt dat vooral de cognitieve en gedragsmatige reactie op lichamelijke symptomen samenhangt met psychisch lijden en zorggebruik, onafhankelijk van de medische verklaarbaarheid.

Tegelijkertijd is er in de internationale literatuur een bredere ontwikkeling zichtbaar. In de ICD-11 van de World Health Organization is bijvoorbeeld het concept bodily distress disorder geïntroduceerd, dat sterk overlapt met de DSM-5-TR somatisch-symptoomstoornis. Daarnaast wordt in onderzoek vaak gesproken over functionele somatische syndromen of persisterende lichamelijke klachten. Deze benaderingen benadrukken dat lichamelijke en psychische processen nauw verweven zijn, en dat klachten het best begrepen kunnen worden vanuit een biopsychosociaal model.

Recente modellen leggen daarbij de nadruk op mechanismen zoals verhoogde aandacht voor lichamelijke signalen (interoceptie), verwachtingseffecten en centrale sensitisatie. Binnen deze benadering worden klachten niet gezien als “ingebeeld”, maar als reële lichamelijke ervaringen die mede worden gevormd door de manier waarop het brein signalen interpreteert en voorspelt. Binnen dit spectrum vallen onder meer de somatisch-symptoomstoornis, de ziekteangststoornis, de conversiestoornis (functioneel neurologische symptoomstoornis) en de nagebootste stoornis. Daarnaast bestaan er restcategorieën voor beelden die niet volledig aan de criteria voldoen maar klinisch relevant zijn.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
  • American Psychiatric Association. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4th ed., text rev.; DSM-IV-TR). Washington, DC: Author.
  • Burton C & Fink P. (2018). Bodily distress disorder and DSM-5 somatic symptom disorder: Mapping the differences and similarities. Current Opinion in Psychiatry.
  • Escobar, JI et al. (2010). Journal of Psychosomatic Research, 69, 1–8.
  • Feltz CM van der & Van Houdenhove B. (2014). Tijdschrift voor Psychiatrie, 56, 182–186.
  • Henningsen,P. (2018). Management of somatic symptom disorder. Dialogues in Clinical Neuroscience
  • World Health Organization. (2019). International classification of diseases (11th revision).