Slaapstoornissen - indeling

Slaapstoornissen vormen geen één enkel ziektebeeld, maar een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen waarbij de slaap in duur, kwaliteit, timing of gedrag verstoord is. Sommige stoornissen zorgen ervoor dat iemand moeilijk slaapt, andere juist dat iemand overdag te slaperig is. Er zijn ook stoornissen waarbij tijdens de slaap abnormaal gedrag, onrust of ademhalingsproblemen optreden.

Oudere classificaties maakten vaak onderscheid tussen dyssomnieën en parasomnieën. Die tweedeling is historisch nog wel herkenbaar, maar in de huidige praktijk wordt meestal een uitgebreidere en klinisch bruikbaardere indeling gebruikt. In moderne classificatiesystemen zoals de DSM-5 en de ICSD-3-TR worden slaapstoornissen onderverdeeld in verschillende groepen op basis van het soort probleem dat op de voorgrond staat.

Slaapduur & slaapkwaliteit

De bekendste groep bestaat uit stoornissen waarbij iemand te weinig (slaapduur) of slecht slaapt (slaapkwaliteit). Daarbij gaat het vooral om problemen met inslapen, doorslapen of te vroeg wakker worden, meestal in combinatie met klachten overdag zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid of verminderd functioneren. De belangrijkste stoornis binnen deze groep is de insomniastoornis, ook wel slapeloosheid genoemd. Sommige mensen slapen niet per se extreem kort, maar ervaren hun slaap als niet-herstellend of gefragmenteerd. De kern is niet alleen hoeveel iemand slaapt, maar ook of de slaap voldoende herstel biedt en overdag nog goed functioneren mogelijk maakt.

Overmatige slaperigheid

Er zijn ook slaapstoornissen waarbij het probleem juist niet is dat iemand te weinig slaapt, maar dat iemand overmatig slaperig is of onbedwingbare slaapneiging heeft. Dit noemen we hypersomnolentie. Binnen deze groep vallen onder meer de hypersomnolentiestoornis en narcolepsie. Bij narcolepsie is er sprake van een verstoring in de regulatie van slaap en waakzaamheid, waardoor iemand overdag plotseling in slaap kan vallen of extreem slaperig kan zijn. Narcolepsie kan daarnaast gepaard gaan met verschijnselen als kataplexie, slaapverlamming en levendige droomachtige ervaringen bij het inslapen of wakker worden.

Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

Bij een andere belangrijke groep is er sprake van een probleem met de ademhaling tijdens de slaap. Deze stoornissen kunnen leiden tot gefragmenteerde slaap, zuurstofdalingen, ochtendhoofdpijn, slaperigheid overdag en soms ook stemmings- of concentratieklachten. De bekendste aandoening binnen deze groep is het obstructieve slaapapneu-/hypopneusyndroom, waarbij de bovenste luchtweg tijdens de slaap herhaaldelijk deels of volledig dichtvalt. Daarnaast bestaan ook het centrale slaapapneusyndroom, waarbij de ademhalingsaansturing vanuit de hersenen verstoord is, en slaapgerelateerde hypoventilatie, waarbij iemand tijdens de slaap onvoldoende ventileert. Deze groep is medisch belangrijk, omdat slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen ook samenhangen met cardiovasculaire en neurocognitieve klachten.  

Circadiane slaap-waakstoornissen

Sommige mensen kunnen op zich wel slapen, maar hun slaap valt op het verkeerde moment. Dan ligt het probleem niet zozeer in de slaap zelf, maar in de timing van het slaap-waakritme. Dit zijn de circadiane-slaap-waakstoornissen. Voorbeelden zijn een vertraagde slaapfase, waarbij iemand pas laat in de nacht slaperig wordt en daardoor moeite heeft om op tijd op te staan, en verstoringen door jetlag of ploegendienst. Bij deze stoornissen raakt de interne biologische klok ontregeld of niet goed afgestemd op het sociale of maatschappelijke ritme.

Parasomnieën

Parasomnieën zijn slaapstoornissen waarbij tijdens de slaap of bij de overgang tussen slapen en waken bijzondere gedragingen of belevingen optreden. Het gaat dus niet in de eerste plaats om te weinig slaap, maar om verschijnselen die tijdens de slaap zelf plaatsvinden. Een bekende groep binnen de parasomnieën zijn de non-REM-slaap-arousalstoornissen, zoals verward ontwaken, slaapwandelen en nachtangsten. Deze treden meestal op in de eerste helft van de nacht, wanneer de diepe non-REM-slaap overheerst. Iemand kan dan deels wakker lijken, maar is vaak moeilijk aanspreekbaar en herinnert zich het voorval later meestal niet goed.

Een andere bekende parasomnie is de nachtmerriestoornis, waarbij terugkerende levendige en beangstigende dromen optreden, meestal tijdens de REM-slaap. Daarnaast bestaat de REM-slaapgedragsstoornis, waarbij het normale mechanisme dat tijdens de REM-slaap de spieractiviteit onderdrukt onvoldoende werkt. Mensen kunnen hun dromen dan motorisch gaan “uitvoeren”, soms met slaan, schoppen, roepen of andere heftige bewegingen. Dit treedt meestal op in de tweede helft van de nacht, wanneer de REM-slaap langer en intenser wordt. In tegenstelling tot slaapwandelen zijn deze mensen vaak beter wekbaar en kunnen zij zich hun droominhoud geregeld herinneren.  

Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen

Naast parasomnieën bestaan er ook stoornissen waarbij bewegingen of bewegingsdrang de slaap verstoren. Deze vallen onder de slaapgerelateerde bewegingsstoornissen. De bekendste is het rustelozebenensyndroom (restless legs syndrome). Daarbij ontstaat vooral in rust, en vaak juist in de avond of nacht, een onaangenaam gevoel in de benen met een sterke drang om ze te bewegen. Dat kan het inslapen ernstig bemoeilijken. Daarnaast bestaan ook periodieke beenbewegingen tijdens de slaap, die de slaap kunnen fragmenteren zonder dat iemand zich daar altijd bewust van is. Restless legs wordt dus in de huidige classificatie niet onder de parasomnieën geplaatst, maar als een eigen categorie gezien.  

Slaapstoornissen door middelen of medicatie

Slaap kan ook verstoord raken door middelengebruik, alcohol, drugs of medicatie. Sommige middelen maken slaperig, maar verstoren tegelijk de kwaliteit of structuur van de slaap. Andere middelen bemoeilijken juist het inslapen of veroorzaken onrustige slaap. Ook het afbouwen van bepaalde middelen of medicatie kan tijdelijk tot slaapproblemen leiden. Daarom is het bij slaapklachten altijd belangrijk om goed te kijken naar cafeïnegebruik, alcohol, recreatieve middelen, slaapmedicatie, antidepressiva, stimulantia en andere geneesmiddelen die invloed kunnen hebben op het slaap-waakritme.

Slaapverschijnselen

Niet elk opvallend verschijnsel tijdens de slaap betekent meteen dat er sprake is van een slaapstoornis. Sommige verschijnselen komen veel voor en zijn vaak goedaardig, al kunnen ze in sommige gevallen wel hinderlijk zijn of onderdeel vormen van bredere diagnostiek. Somniloquie, oftewel praten in de slaap, komt relatief vaak voor en is meestal onschuldig. Hypnagoge schokken (slaapstuipen) zijn plotselinge spierschokken bij het inslapen, vaak gepaard met het gevoel dat men ergens in valt. Ook dit is doorgaans goedaardig. Slaapparalyse is een verschijnsel waarbij iemand bij het inslapen of wakker worden kortdurend niet kan bewegen, terwijl het bewustzijn al deels terug is. Dat kan erg beangstigend zijn, maar is op zichzelf niet per se pathologisch. Wanneer het vaak voorkomt of samengaat met extreme slaperigheid overdag, kan wel verdere beoordeling nodig zijn. Tandenknarsen (bruxisme) en bepaalde ritmische bewegingsverschijnselen, zoals hoofd bonken of lichaam wiegen bij jonge kinderen, kunnen eveneens tijdens de slaap optreden. Vooral bij jonge kinderen zijn zulke bewegingen vaak voorbijgaand en goedaardig.

Literatuur

  • American Academy of Sleep Medicine. (2023). International classification of sleep disorders (3rd ed., text rev.; ICSD-3-TR). Darien, IL: American Academy of Sleep Medicine. Ondersteund door de AASM-overzichtspagina over de zes hoofdcategorieën van slaapstoornissen.  
  • American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). Washington, DC: American Psychiatric Publishing. Samengevat in de APA-factsheet over sleep-wake disorders.  
  • National Heart, Lung, and Blood Institute. (2022, 24 maart). How sleep works: Sleep phases and stages. National Institutes of Health. Beschrijft REM/NREM-slaap en slaapcycli.  
  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke. (2024, mei). Understanding sleep (Brain Basics). National Institutes of Health. Toegankelijke uitleg over slaap, slaapfasen en slaapstoornissen.  
  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke. (z.d.). Narcolepsy. National Institutes of Health.  
  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke. (z.d.). Restless legs syndrome. National Institutes of Health.  

Slaapstoornissen vormen geen één enkel ziektebeeld, maar een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen waarbij de slaap in duur, kwaliteit, timing of gedrag verstoord is. Sommige stoornissen zorgen ervoor dat iemand moeilijk slaapt, andere juist dat iemand overdag te slaperig is. Er zijn ook stoornissen waarbij tijdens de slaap abnormaal gedrag, onrust of ademhalingsproblemen optreden.

Oudere classificaties maakten vaak onderscheid tussen dyssomnieën en parasomnieën. Die tweedeling is historisch nog wel herkenbaar, maar in de huidige praktijk wordt meestal een uitgebreidere en klinisch bruikbaardere indeling gebruikt. In moderne classificatiesystemen zoals de DSM-5 en de ICSD-3-TR worden slaapstoornissen onderverdeeld in verschillende groepen op basis van het soort probleem dat op de voorgrond staat.

Slaapduur & slaapkwaliteit

De bekendste groep bestaat uit stoornissen waarbij iemand te weinig (slaapduur) of slecht slaapt (slaapkwaliteit). Daarbij gaat het vooral om problemen met inslapen, doorslapen of te vroeg wakker worden, meestal in combinatie met klachten overdag zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid of verminderd functioneren. De belangrijkste stoornis binnen deze groep is de insomniastoornis, ook wel slapeloosheid genoemd. Sommige mensen slapen niet per se extreem kort, maar ervaren hun slaap als niet-herstellend of gefragmenteerd. De kern is niet alleen hoeveel iemand slaapt, maar ook of de slaap voldoende herstel biedt en overdag nog goed functioneren mogelijk maakt.

Overmatige slaperigheid

Er zijn ook slaapstoornissen waarbij het probleem juist niet is dat iemand te weinig slaapt, maar dat iemand overmatig slaperig is of onbedwingbare slaapneiging heeft. Dit noemen we hypersomnolentie. Binnen deze groep vallen onder meer de hypersomnolentiestoornis en narcolepsie. Bij narcolepsie is er sprake van een verstoring in de regulatie van slaap en waakzaamheid, waardoor iemand overdag plotseling in slaap kan vallen of extreem slaperig kan zijn. Narcolepsie kan daarnaast gepaard gaan met verschijnselen als kataplexie, slaapverlamming en levendige droomachtige ervaringen bij het inslapen of wakker worden.

Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

Bij een andere belangrijke groep is er sprake van een probleem met de ademhaling tijdens de slaap. Deze stoornissen kunnen leiden tot gefragmenteerde slaap, zuurstofdalingen, ochtendhoofdpijn, slaperigheid overdag en soms ook stemmings- of concentratieklachten. De bekendste aandoening binnen deze groep is het obstructieve slaapapneu-/hypopneusyndroom, waarbij de bovenste luchtweg tijdens de slaap herhaaldelijk deels of volledig dichtvalt. Daarnaast bestaan ook het centrale slaapapneusyndroom, waarbij de ademhalingsaansturing vanuit de hersenen verstoord is, en slaapgerelateerde hypoventilatie, waarbij iemand tijdens de slaap onvoldoende ventileert. Deze groep is medisch belangrijk, omdat slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen ook samenhangen met cardiovasculaire en neurocognitieve klachten.  

Circadiane slaap-waakstoornissen

Sommige mensen kunnen op zich wel slapen, maar hun slaap valt op het verkeerde moment. Dan ligt het probleem niet zozeer in de slaap zelf, maar in de timing van het slaap-waakritme. Dit zijn de circadiane-slaap-waakstoornissen. Voorbeelden zijn een vertraagde slaapfase, waarbij iemand pas laat in de nacht slaperig wordt en daardoor moeite heeft om op tijd op te staan, en verstoringen door jetlag of ploegendienst. Bij deze stoornissen raakt de interne biologische klok ontregeld of niet goed afgestemd op het sociale of maatschappelijke ritme.

Parasomnieën

Parasomnieën zijn slaapstoornissen waarbij tijdens de slaap of bij de overgang tussen slapen en waken bijzondere gedragingen of belevingen optreden. Het gaat dus niet in de eerste plaats om te weinig slaap, maar om verschijnselen die tijdens de slaap zelf plaatsvinden. Een bekende groep binnen de parasomnieën zijn de non-REM-slaap-arousalstoornissen, zoals verward ontwaken, slaapwandelen en nachtangsten. Deze treden meestal op in de eerste helft van de nacht, wanneer de diepe non-REM-slaap overheerst. Iemand kan dan deels wakker lijken, maar is vaak moeilijk aanspreekbaar en herinnert zich het voorval later meestal niet goed.

Een andere bekende parasomnie is de nachtmerriestoornis, waarbij terugkerende levendige en beangstigende dromen optreden, meestal tijdens de REM-slaap. Daarnaast bestaat de REM-slaapgedragsstoornis, waarbij het normale mechanisme dat tijdens de REM-slaap de spieractiviteit onderdrukt onvoldoende werkt. Mensen kunnen hun dromen dan motorisch gaan “uitvoeren”, soms met slaan, schoppen, roepen of andere heftige bewegingen. Dit treedt meestal op in de tweede helft van de nacht, wanneer de REM-slaap langer en intenser wordt. In tegenstelling tot slaapwandelen zijn deze mensen vaak beter wekbaar en kunnen zij zich hun droominhoud geregeld herinneren.  

Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen

Naast parasomnieën bestaan er ook stoornissen waarbij bewegingen of bewegingsdrang de slaap verstoren. Deze vallen onder de slaapgerelateerde bewegingsstoornissen. De bekendste is het rustelozebenensyndroom (restless legs syndrome). Daarbij ontstaat vooral in rust, en vaak juist in de avond of nacht, een onaangenaam gevoel in de benen met een sterke drang om ze te bewegen. Dat kan het inslapen ernstig bemoeilijken. Daarnaast bestaan ook periodieke beenbewegingen tijdens de slaap, die de slaap kunnen fragmenteren zonder dat iemand zich daar altijd bewust van is. Restless legs wordt dus in de huidige classificatie niet onder de parasomnieën geplaatst, maar als een eigen categorie gezien.  

Slaapstoornissen door middelen of medicatie

Slaap kan ook verstoord raken door middelengebruik, alcohol, drugs of medicatie. Sommige middelen maken slaperig, maar verstoren tegelijk de kwaliteit of structuur van de slaap. Andere middelen bemoeilijken juist het inslapen of veroorzaken onrustige slaap. Ook het afbouwen van bepaalde middelen of medicatie kan tijdelijk tot slaapproblemen leiden. Daarom is het bij slaapklachten altijd belangrijk om goed te kijken naar cafeïnegebruik, alcohol, recreatieve middelen, slaapmedicatie, antidepressiva, stimulantia en andere geneesmiddelen die invloed kunnen hebben op het slaap-waakritme.

Slaapverschijnselen

Niet elk opvallend verschijnsel tijdens de slaap betekent meteen dat er sprake is van een slaapstoornis. Sommige verschijnselen komen veel voor en zijn vaak goedaardig, al kunnen ze in sommige gevallen wel hinderlijk zijn of onderdeel vormen van bredere diagnostiek. Somniloquie, oftewel praten in de slaap, komt relatief vaak voor en is meestal onschuldig. Hypnagoge schokken (slaapstuipen) zijn plotselinge spierschokken bij het inslapen, vaak gepaard met het gevoel dat men ergens in valt. Ook dit is doorgaans goedaardig. Slaapparalyse is een verschijnsel waarbij iemand bij het inslapen of wakker worden kortdurend niet kan bewegen, terwijl het bewustzijn al deels terug is. Dat kan erg beangstigend zijn, maar is op zichzelf niet per se pathologisch. Wanneer het vaak voorkomt of samengaat met extreme slaperigheid overdag, kan wel verdere beoordeling nodig zijn. Tandenknarsen (bruxisme) en bepaalde ritmische bewegingsverschijnselen, zoals hoofd bonken of lichaam wiegen bij jonge kinderen, kunnen eveneens tijdens de slaap optreden. Vooral bij jonge kinderen zijn zulke bewegingen vaak voorbijgaand en goedaardig.

Literatuur

  • American Academy of Sleep Medicine. (2023). International classification of sleep disorders (3rd ed., text rev.; ICSD-3-TR). Darien, IL: American Academy of Sleep Medicine. Ondersteund door de AASM-overzichtspagina over de zes hoofdcategorieën van slaapstoornissen.  
  • American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). Washington, DC: American Psychiatric Publishing. Samengevat in de APA-factsheet over sleep-wake disorders.  
  • National Heart, Lung, and Blood Institute. (2022, 24 maart). How sleep works: Sleep phases and stages. National Institutes of Health. Beschrijft REM/NREM-slaap en slaapcycli.  
  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke. (2024, mei). Understanding sleep (Brain Basics). National Institutes of Health. Toegankelijke uitleg over slaap, slaapfasen en slaapstoornissen.  
  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke. (z.d.). Narcolepsy. National Institutes of Health.  
  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke. (z.d.). Restless legs syndrome. National Institutes of Health.