Bij een waanstoornis gaat het om harnekkige overtuigingen die niet overeenkomen met de werkelijkheid, maar voor de betrokkene zelf volledig logisch en overtuigend aanvoelen en niet te corrigeren zijn. In tegenstelling tot schizofrenie zijn er bij een waanstoornis meestal geen duidelijke andere psychotische symptomen zoals uitgesproken verward denken, ernstige ontregeling of prominente hallucinaties. Ook blijft het algemene functioneren vaak relatief beter intact, al kan de waan zelf wel veel invloed hebben op relaties, gedrag en dagelijks leven. De inhoud van de waan is vaak niet volkomen absurd of bizar, maar juist in zekere mate invoelbaar of voorstelbaar. Veelvoorkomende wanen zijn achtervolgingswanen, waarbij iemand denkt gevolgd, afgeluisterd of bedreigd te worden, en betrekkingswanen, waarbij gebeurtenissen of waarnemingen op hem of haar betrekking hebben, of een bijzondere, onthullende of bedreigende betekenis krijgen. Soms komen ook minder gebruikelijke vormen van wanen voor, zoals de Capgraswaan, waarbij iemand denkt dat een bekende persoon vervangen is door een dubbelganger. Bij het syndroom van Cotard kunnen verschillende wanenthema’s samenkomen, vooral nihilistische wanen en somatische of hypochondrische wanen. Iemand kan dan bijvoorbeeld denken dat het lichaam, organen of zelfs het eigen bestaan verdwenen of gestorven zijn. Soms gaat dit ook samen met schuldwanen of paradoxaal juist met onsterfelijkheidswanen. Dit beeld komt vaak voor in samenhang met ernstige depressieve of psychotische ontregeling.
Symptomen
Het kernsymptoom van een waanstoornis is een scherp omschreven, aanhoudende waan. De overtuiging heeft vaak betrekking op één centraal thema en bepaalt in belangrijke mate hoe iemand gebeurtenissen interpreteert. Het gedrag en de emoties sluiten vaak aan bij de inhoud van de waan. Iemand met een achtervolgingswaan kan bijvoorbeeld voortdurend op zijn hoede zijn, terwijl iemand met een jaloerse waan sterke controle- of achterdochtsreacties kan laten zien. In tegenstelling tot schizofrenie blijven persoonlijkheid, denken en functioneren buiten de waan vaak relatief behouden. Juist daardoor kan een waanstoornis voor de omgeving soms lange tijd minder opvallend zijn.
DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR wordt de diagnose waanstoornis gesteld wanneer sprake is van één of meer wanen die ten minste één maand aanwezig zijn. Er mag nooit volledig voldaan zijn aan criterium A van schizofrenie. Hallucinaties kunnen incidenteel voorkomen, maar zijn dan niet prominent en hangen samen met het waanthema. Afgezien van de invloed van de waan of de gevolgen daarvan is het functioneren niet duidelijk beperkt en is het gedrag niet uitgesproken bizar of vreemd. Als er stemmingsepisoden zijn geweest, zijn die relatief kortdurend in verhouding tot de duur van de waanperioden. Daarnaast mag het beeld niet beter verklaard worden door middelengebruik, een somatische aandoening of een andere psychische stoornis.
Beloop en prognose
Een waanstoornis heeft vaak een langdurig en chronisch beloop. Spontaan herstel komt voor, maar is relatief zeldzaam. De ernst en impact verschillen sterk per persoon en hangen onder meer samen met het type waan, de mate van preoccupatie, sociale gevolgen en behandelbereidheid. Omdat het denken buiten de waan vaak relatief intact blijft, zoeken mensen niet altijd psychiatrische hulp. In de praktijk ontstaat behandeling vaak pas wanneer de waan leidt tot conflicten, angst, sociaal isolement of herhaald zorggebruik.
Behandeling
De behandeling van een waanstoornis vraagt vaak om een zorgvuldige en tactvolle benadering. Mensen ervaren hun overtuiging meestal niet als ziekmakend, waardoor directe tegenspraak vaak weinig helpt en het contact juist kan verslechteren. Behandeling bestaat meestal uit een combinatie van psychiatrische begeleiding, psycho-educatie, ondersteuning van het functioneren en in veel gevallen ook antipsychotische medicatie. Afhankelijk van de situatie kan ook psychotherapie of steunende begeleiding een rol spelen, vooral wanneer er daarnaast angst, somberheid of sociaal-maatschappelijke problemen bestaan.
Literatuur
- American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
- Boom AJ, Hazelhoff Roelfzema W, De Vries SE. Wanen over lijf en leden. Het beeld van de somatische waanstoornis. Janssen Medisch Wetenschappelijk Nieuws. 1992:327–337.
- Freudenreich O. Delusional disorder: epidemiology, clinical features, assessment, and diagnosis. In: UpToDate.
- Richtlijn Psychosespectrum
- Richtlijn Schizofrenie
- Zorgstandaard psychose