Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

Meer informatie
No items found.

Bij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is er sprake van een duurzaam patroon van sterke onzekerheid, behoefte aan steun en moeite om zelfstandig richting te geven aan het eigen leven. Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis voelen zich vaak kwetsbaar, onzeker of onvoldoende toegerust om beslissingen te nemen, verantwoordelijkheid te dragen of op eigen kracht moeilijke situaties aan te kunnen. Daardoor ontstaat vaak een sterke gerichtheid op belangrijke anderen, van wie steun, bescherming, geruststelling of richting wordt verwacht. De aanwezigheid van zo’n ander kan veel houvast geven, terwijl afstand, afwijzing of het vooruitzicht om alleen verder te moeten juist veel spanning kan oproepen.

Mensen met afhankelijke trekken passen zich vaak sterk aan, stellen hun eigen wensen gemakkelijk uit en vinden het moeilijk om het oneens te zijn, grenzen te stellen of zelfstandig keuzes te maken. Niet omdat zij geen verlangens of opvattingen hebben, maar omdat de angst om steun, verbondenheid of veiligheid te verliezen vaak zwaarder weegt. In relaties kunnen zij daardoor meer verdragen dan goed voor hen is, of langdurig blijven in verhoudingen die niet goed voor hen zijn. Onder stress zoeken zij meestal meer houvast buiten zichzelf. Zij vermijden vaak conflict, reageren eerder met zelftwijfel of zelfverwijt dan met boosheid, en kunnen zichzelf onderschatten. Daardoor functioneren zij soms onder hun mogelijkheden, ondanks dat er vaak wel degelijk capaciteiten, motivatie en gevoeligheid aanwezig zijn.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis bij een pervasieve en excessieve behoefte om verzorgd te worden, die leidt tot submissief en aanklampend gedrag en de vrees om in de steek gelaten te worden, beginnend op jongvolwassen leeftijd en tot uiting komend in uiteenlopende situaties, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. Heeft moeite met het nemen van alledaagse beslissingen zonder een excessieve hoeveelheid adviezen van en geruststelling door anderen.
  2. Heeft anderen nodig die de verantwoordelijkheid nemen voor de meeste belangrijke gebieden van zijn of haar leven.
  3. Heeft moeite met het uiten van een meningsverschil met anderen, vanwege de vrees om steun of goedkeuring te verliezen.
  4. Heeft moeite met het ontplooien van initiatieven of met het zelfstandig ondernemen van dingen.
  5. Gaat tot het uiterste om zorg en steun van anderen te krijgen, en kan zelfs vrijwillig aanbieden om onaangename dingen te doen.
  6. Voelt zich niet op zijn of haar gemak of hulpeloos als hij of zij alleen is, vanwege een overmatige vrees om niet voor zichzelf te kunnen zorgen.
  7. Gaat direct op zoek naar een nieuwe relatie als bron van zorg en steun zodra een intieme relatie beëindigd wordt.
  8. Is op onrealistische wijze gepreoccupeerd met de vrees alleen gelaten te worden en voor zichzelf te moeten zorgen.

Beloop

De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is vaak langdurig aanwezig en wordt meestal al zichtbaar in de jongvolwassenheid, al kunnen de patronen ook eerder in het leven herkenbaar zijn. De ernst en uitingsvorm kunnen per levensfase verschillen. Vooral in situaties van verlies, relatiebreuk, ziekte, verandering of toegenomen zelfstandigheid kunnen klachten en afhankelijkheid sterker naar voren komen. Omdat mensen met deze persoonlijkheidsstoornis vaak relatief aangepast of meegaand overkomen, wordt de onderliggende problematiek soms pas laat herkend. Toch kan de lijdensdruk groot zijn, vooral wanneer relaties instabiel zijn of wanneer iemand steeds opnieuw vastloopt in ongelijkwaardige of overbeschermende verhoudingen.

Behandeling

Behandeling richt zich meestal op het versterken van zelfgevoel, autonomie en vertrouwen in het eigen functioneren. In psychotherapie wordt vaak gewerkt aan het herkennen van afhankelijkheidspatronen, het leren verdragen van onzekerheid en alleen-zijn, het beter leren voelen en uitspreken van eigen wensen en grenzen, en het ontwikkelen van meer zelfstandigheid in relaties en dagelijks leven. Dat betekent niet dat iemand “onafhankelijk” of afstandelijk moet worden. Het doel is meestal niet minder behoefte aan anderen, maar een vrijere en evenwichtigere manier van verbonden zijn, zonder dat het zelfgevoel volledig afhankelijk wordt van de ander.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Beck AT, Davis DD & Freeman A. (2015). Cognitive therapy of personality disorders (3rd ed.). Guilford Press.
  • Livesley WJ. (2012). Integrated treatment for personality disorder: A modular approach. Guilford Press.
  • Richtlijn persoonlijkheidsstoornissen
  • Zorgstaandaard persoonlijkheidsstoornissen

Bij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is er sprake van een duurzaam patroon van sterke onzekerheid, behoefte aan steun en moeite om zelfstandig richting te geven aan het eigen leven. Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis voelen zich vaak kwetsbaar, onzeker of onvoldoende toegerust om beslissingen te nemen, verantwoordelijkheid te dragen of op eigen kracht moeilijke situaties aan te kunnen. Daardoor ontstaat vaak een sterke gerichtheid op belangrijke anderen, van wie steun, bescherming, geruststelling of richting wordt verwacht. De aanwezigheid van zo’n ander kan veel houvast geven, terwijl afstand, afwijzing of het vooruitzicht om alleen verder te moeten juist veel spanning kan oproepen.

Mensen met afhankelijke trekken passen zich vaak sterk aan, stellen hun eigen wensen gemakkelijk uit en vinden het moeilijk om het oneens te zijn, grenzen te stellen of zelfstandig keuzes te maken. Niet omdat zij geen verlangens of opvattingen hebben, maar omdat de angst om steun, verbondenheid of veiligheid te verliezen vaak zwaarder weegt. In relaties kunnen zij daardoor meer verdragen dan goed voor hen is, of langdurig blijven in verhoudingen die niet goed voor hen zijn. Onder stress zoeken zij meestal meer houvast buiten zichzelf. Zij vermijden vaak conflict, reageren eerder met zelftwijfel of zelfverwijt dan met boosheid, en kunnen zichzelf onderschatten. Daardoor functioneren zij soms onder hun mogelijkheden, ondanks dat er vaak wel degelijk capaciteiten, motivatie en gevoeligheid aanwezig zijn.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis bij een pervasieve en excessieve behoefte om verzorgd te worden, die leidt tot submissief en aanklampend gedrag en de vrees om in de steek gelaten te worden, beginnend op jongvolwassen leeftijd en tot uiting komend in uiteenlopende situaties, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. Heeft moeite met het nemen van alledaagse beslissingen zonder een excessieve hoeveelheid adviezen van en geruststelling door anderen.
  2. Heeft anderen nodig die de verantwoordelijkheid nemen voor de meeste belangrijke gebieden van zijn of haar leven.
  3. Heeft moeite met het uiten van een meningsverschil met anderen, vanwege de vrees om steun of goedkeuring te verliezen.
  4. Heeft moeite met het ontplooien van initiatieven of met het zelfstandig ondernemen van dingen.
  5. Gaat tot het uiterste om zorg en steun van anderen te krijgen, en kan zelfs vrijwillig aanbieden om onaangename dingen te doen.
  6. Voelt zich niet op zijn of haar gemak of hulpeloos als hij of zij alleen is, vanwege een overmatige vrees om niet voor zichzelf te kunnen zorgen.
  7. Gaat direct op zoek naar een nieuwe relatie als bron van zorg en steun zodra een intieme relatie beëindigd wordt.
  8. Is op onrealistische wijze gepreoccupeerd met de vrees alleen gelaten te worden en voor zichzelf te moeten zorgen.

Beloop

De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is vaak langdurig aanwezig en wordt meestal al zichtbaar in de jongvolwassenheid, al kunnen de patronen ook eerder in het leven herkenbaar zijn. De ernst en uitingsvorm kunnen per levensfase verschillen. Vooral in situaties van verlies, relatiebreuk, ziekte, verandering of toegenomen zelfstandigheid kunnen klachten en afhankelijkheid sterker naar voren komen. Omdat mensen met deze persoonlijkheidsstoornis vaak relatief aangepast of meegaand overkomen, wordt de onderliggende problematiek soms pas laat herkend. Toch kan de lijdensdruk groot zijn, vooral wanneer relaties instabiel zijn of wanneer iemand steeds opnieuw vastloopt in ongelijkwaardige of overbeschermende verhoudingen.

Behandeling

Behandeling richt zich meestal op het versterken van zelfgevoel, autonomie en vertrouwen in het eigen functioneren. In psychotherapie wordt vaak gewerkt aan het herkennen van afhankelijkheidspatronen, het leren verdragen van onzekerheid en alleen-zijn, het beter leren voelen en uitspreken van eigen wensen en grenzen, en het ontwikkelen van meer zelfstandigheid in relaties en dagelijks leven. Dat betekent niet dat iemand “onafhankelijk” of afstandelijk moet worden. Het doel is meestal niet minder behoefte aan anderen, maar een vrijere en evenwichtigere manier van verbonden zijn, zonder dat het zelfgevoel volledig afhankelijk wordt van de ander.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Beck AT, Davis DD & Freeman A. (2015). Cognitive therapy of personality disorders (3rd ed.). Guilford Press.
  • Livesley WJ. (2012). Integrated treatment for personality disorder: A modular approach. Guilford Press.
  • Richtlijn persoonlijkheidsstoornissen
  • Zorgstaandaard persoonlijkheidsstoornissen