
Trichotillomanie, ook wel haaruittrekstoornis genoemd, is een psychiatrische aandoening waarbij iemand herhaaldelijk haren bij zichzelf uittrekt. Het gaat meestal om haren van de hoofdhuid, wenkbrauwen of wimpers, maar ook andere lichaamsbeharing kan worden uitgetrokken, zoals baardhaar, schaamhaar of haren van armen en benen.
Veel mensen met trichotillomanie ervaren vooraf een gevoel van spanning, onrust, drang of innerlijke prikkeling. Het uittrekken van haren geeft soms tijdelijk opluchting, rust of bevrediging, maar wordt daarna vaak gevolgd door schaamte, frustratie of verdriet. Bij anderen gebeurt het juist meer automatisch, bijvoorbeeld tijdens lezen, televisie kijken, studeren of nadenken, zonder dat zij zich daar voortdurend volledig van bewust zijn.
Trichotillomanie behoort in de DSM-5-TR tot de obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen. In de praktijk wordt de aandoening ook vaak gerekend tot de body-focused repetitive behaviors (BFRB’s), samen met onder andere de huidpulkstoornis. Dat is klinisch vaak een bruikbare indeling, omdat deze stoornissen veel overlap hebben in drang, automatisme, spanning, schaamte en behandelprincipes.
De stoornis begint vaak in de late kindertijd of vroege adolescentie, maar kan ook op latere leeftijd ontstaan. Het beloop verschilt: bij sommige kinderen verdwijnen de klachten spontaan, terwijl het bij adolescenten en volwassenen vaker een chronisch of episodisch patroon krijgt.
Oorzaken
Er is niet één duidelijke oorzaak van trichotillomanie. Meestal ontstaat de stoornis door een samenspel van kwetsbaarheid, gewoontevorming, spanning en bekrachtiging. Wat begint als “even voelen” of “één haartje verwijderen” kan geleidelijk uitgroeien tot een patroon dat moeilijk te stoppen is. Niet bij iedereen heeft het haaruittrekken dezelfde functie. Lange tijd werd vooral gedacht dat trichotillomanie een manier is om spanning en negatieve emoties te reguleren. Recent onderzoek laat een genuanceerder beeld zien. Negatieve emoties en piekeren gaan wel samen met een sterkere drang om haren uit te trekken, maar blijken het daadwerkelijk haaruittrekken niet goed te voorspellen. Verveling lijkt daarbij een belangrijkere rol te spelen. Mogelijk gaat het bij een deel van de mensen daarom niet zozeer om het verminderen van spanning, maar om het reguleren van het niveau van prikkeling of stimulatie. Dat kan ook verklaren waarom haaruittrekken vaak optreedt tijdens ogenschijnlijk rustige activiteiten, zoals lezen, televisie kijken, studeren of achter een scherm zitten. Bij anderen spelen spanning en emoties juist wél een belangrijke rol. Het gedrag kan bovendien zowel bewust en doelgericht als automatisch en half-onbewust optreden. Trichotillomanie lijkt daarmee geen uniform gedrag met één onderliggend mechanisme te zijn.
Daarnaast speelt bekrachtiging een belangrijke rol. Het uittrekken van een haar kan heel kort een gevoel van opluchting, “juistheid” of bevrediging geven. Daardoor wordt het gedrag als het ware aangeleerd en herhaald, ook als het op langere termijn schaamte, frustratie of zichtbare schade veroorzaakt. Waarschijnlijk spelen ook biologische en erfelijke factoren een rol. Trichotillomanie komt vaker voor bij mensen die ook andere obsessieve-compulsieve of verwante klachten hebben, zoals OCD, tics of huidpulken. Ook angstklachten, somberheid, perfectionisme en moeite met emotieregulatie kunnen bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van de klachten. Trichotillomanie is dus meestal niet het gevolg van “slechte zelfcontrole” of “gebrek aan wilskracht”, maar van een hardnekkige combinatie van drang, gewoontevorming, spanning en tijdelijke opluchting.
Behandeling
De behandeling van trichotillomanie bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie (CGT), in het bijzonder habit reversal training (HRT) of verwante gedragstherapeutische technieken. Daarbij leert iemand beter herkennen wanneer en waardoor het haaruittrekken optreedt, hoe de drang eerder opgemerkt kan worden en hoe deze kan worden doorbroken met ander gedrag. Vaak wordt ook gewerkt met stimuluscontrole: het aanpassen van situaties waarin het trekken vaak voorkomt, bijvoorbeeld door spiegels te vermijden, handen bezig te houden of vaste risicomomenten beter in kaart te brengen. Soms worden ook elementen uit acceptance and commitment therapy (ACT) of emotieregulatiegerichte behandeling toegevoegd.
Medicatie kan soms worden overwogen, maar is meestal niet de eerste keus. Psychotherapie vormt doorgaans de basis van de behandeling. De prognose is vaak beter wanneer iemand zich meer bewust wordt van de triggers, wanneer er minder bijkomende depressieve of angstklachten zijn en wanneer schaamte of geheimhouding afneemt.
DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR is er sprake van trichotillomanie wanneer iemand herhaaldelijk de eigen haren uittrekt, waardoor haarverlies ontstaat. Daarbij zijn er ook herhaalde pogingen gedaan om te stoppen of te minderen, zonder dat dit voldoende lukt. Verder moeten de klachten leiden tot klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren. Het gedrag mag niet beter verklaard worden door een lichamelijke aandoening, zoals een dermatologisch probleem, of door een andere psychische stoornis, zoals een morfodysfore stoornis.
Differentiaal diagnose
Niet elk haarverlies wijst op trichotillomanie. Haaruitval kan ook andere oorzaken hebben, zoals alopecia areata, een schimmelinfectie van de hoofdhuid, eczeem, hormonale of andere somatische aandoeningen, of bijwerkingen van medicatie. Ook moet onderscheid worden gemaakt met haaruittrekken in het kader van een andere psychische stoornis, bijvoorbeeld wanneer iemand haren verwijdert uit onvrede over het uiterlijk bij een morfodysfore stoornis.
Literatuur
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
- Gallinat C, Wilhelm M, Moessner M, Bauer S. Trichotillomania: The interplay between emotional states, urges and hair pulling episodes. Compr Psychiatry. 2026 Jul;149:152727. doi: 10.1016/j.comppsych.2026.152727. Epub 2026 Jun 10. PMID: 42287770.
- Grant JE, Collins M, Chamberlain SR, Chesivoir E. Disorders of impulsivity in trichotillomania and skin picking disorder. J Psychiatr Res. 2024 Feb;170:42-46. doi: 10.1016/j.jpsychires.2023.12.011. Epub 2023 Dec 11. PMID: 38101209.
- Hallopeau M (1889) Alopécie par grattage (trichomanie ou trichotillomanie). Ann Dermatol Syphiligr 10:440–441
- Moritz S, Borgmann L, Rojahn KM, Jelinek L, Schmotz S. The silent struggle: Barriers, delays, and missed opportunities in the treatment of body-focused repetitive behaviors. Compr Psychiatry. 2026 Jul;149:152733. doi: 10.1016/j.comppsych.2026.152733. Epub 2026 Jul 2. PMID: 42447654.
- Reid M, Lin A, Farhat LC, Fernandez TV, Olfson E. The genetics of trichotillomania and excoriation disorder: A systematic review. Compr Psychiatry. 2024 Aug;133:152506. doi: 10.1016/j.comppsych.2024.152506. Epub 2024 May 31. PMID: 38833896; PMCID: PMC11513794.