Ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak van dementie en wordt gekenmerkt door een geleidelijke en progressieve achteruitgang van het geheugen en andere cognitieve functies. Het ziektebeeld berust op een neurodegeneratief proces, waarbij hersencellen en verbindingen tussen zenuwcellen geleidelijk verloren gaan.De ziekte is vernoemd naar de Duitse neuroloog en psychiater Alois Alzheimer, die in 1906 een patiënte beschreef met geheugenverlies, gedragsveranderingen en desoriëntatie. Bij pathologisch onderzoek van haar hersenen werden kenmerkende afwijkingen gevonden, waaronder amyloïde plaques en neurofibrillaire tangles.

Prevalentie

De ziekte van Alzheimer is verantwoordelijk voor ongeveer 60–70% van alle vormen van dementie. De prevalentie neemt sterk toe met de leeftijd. Bij mensen ouder dan 65 jaar heeft ongeveer 5–10% de ziekte, oplopend tot meer dan 30% bij mensen boven de 85 jaar. In Nederland leven naar schatting meer dan 200.000 mensen met de ziekte van Alzheimer, en door de vergrijzing zal dit aantal de komende decennia verder toenemen.

Verloop

Het beloop van de ziekte van Alzheimer is meestal geleidelijk en progressief. In de vroege fase staan geheugenstoornissen op de voorgrond, met name problemen met het opslaan van nieuwe informatie. Patiënten vergeten recente gebeurtenissen, stellen herhaaldelijk dezelfde vragen en raken voorwerpen kwijt. In een later stadium breidt de cognitieve achteruitgang zich uit naar andere domeinen, zoals taal, oriëntatie en executieve functies. Er ontstaan problemen met dagelijkse activiteiten, zoals koken, financiën en zelfzorg. Gedragsveranderingen, zoals apathie, prikkelbaarheid of ontremming, kunnen eveneens optreden. In de gevorderde fase is er sprake van ernstige cognitieve en functionele beperkingen, waarbij volledige afhankelijkheid van zorg ontstaat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een vroeg beginnende vorm (voor het 65e levensjaar) en een laat beginnende vorm. De vroeg beginnende vorm is zeldzamer en heeft vaker een genetische component.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een beperkte of uitgebreide neurocognitieve stoornis door de ziekte van Alzheimer, met een sluipend begin en een geleidelijke progressie van cognitieve achteruitgang. De diagnose “waarschijnlijk Alzheimer” wordt gesteld wanneer er aanwijzingen zijn voor een genetische oorzaak of wanneer er sprake is van een typisch klinisch beeld met een geleidelijk en progressief beloop zonder aanwijzingen voor een andere oorzaak. De diagnose “mogelijk Alzheimer” wordt overwogen wanneer het klinisch beeld past, maar er ook andere factoren aanwezig zijn die het beeld kunnen verklaren, zoals comorbiditeit of een gemengde etiologie. De stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere neurodegeneratieve aandoening, cerebrovasculaire schade, middelengebruik of een somatische aandoening.

Pathofysiologie

De ziekte van Alzheimer wordt gekenmerkt door een aantal samenhangende veranderingen in de hersenen. Een belangrijk kenmerk is de ophoping van het eiwit amyloïd-beta, dat zich afzet tussen zenuwcellen in de vorm van plaques. Daarnaast ontstaan binnen zenuwcellen kluwens van tau-eiwit (neurofibrillaire tangles), die het interne transportsysteem van de cel verstoren. Deze processen leiden tot verlies van synaptische verbindingen en uiteindelijk tot celdood, met name in gebieden die betrokken zijn bij geheugen en leren, zoals de hippocampus. Naast deze eiwitafwijkingen speelt ook neuro-inflammatie een rol. Activatie van gliacellen kan bijdragen aan verdere schade aan hersenweefsel. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat verstoringen in de bloed-hersenbarrière en vasculaire factoren het ziekteproces beïnvloeden. De huidige inzichten beschouwen de ziekte van Alzheimer als een multifactoriële aandoening, waarbij eiwitstapeling, ontstekingsprocessen en vasculaire veranderingen elkaar versterken.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Jack CR et al. (2018). NIA-AA research framework: Toward a biological definition of Alzheimer’s disease. Alzheimer’s & Dementia, 14(4), 535–562.
  • Livingston G et al. (2020). Dementia prevention, intervention, and care. The Lancet, 396(10248), 413–446.

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak van dementie en wordt gekenmerkt door een geleidelijke en progressieve achteruitgang van het geheugen en andere cognitieve functies. Het ziektebeeld berust op een neurodegeneratief proces, waarbij hersencellen en verbindingen tussen zenuwcellen geleidelijk verloren gaan.De ziekte is vernoemd naar de Duitse neuroloog en psychiater Alois Alzheimer, die in 1906 een patiënte beschreef met geheugenverlies, gedragsveranderingen en desoriëntatie. Bij pathologisch onderzoek van haar hersenen werden kenmerkende afwijkingen gevonden, waaronder amyloïde plaques en neurofibrillaire tangles.

Prevalentie

De ziekte van Alzheimer is verantwoordelijk voor ongeveer 60–70% van alle vormen van dementie. De prevalentie neemt sterk toe met de leeftijd. Bij mensen ouder dan 65 jaar heeft ongeveer 5–10% de ziekte, oplopend tot meer dan 30% bij mensen boven de 85 jaar. In Nederland leven naar schatting meer dan 200.000 mensen met de ziekte van Alzheimer, en door de vergrijzing zal dit aantal de komende decennia verder toenemen.

Verloop

Het beloop van de ziekte van Alzheimer is meestal geleidelijk en progressief. In de vroege fase staan geheugenstoornissen op de voorgrond, met name problemen met het opslaan van nieuwe informatie. Patiënten vergeten recente gebeurtenissen, stellen herhaaldelijk dezelfde vragen en raken voorwerpen kwijt. In een later stadium breidt de cognitieve achteruitgang zich uit naar andere domeinen, zoals taal, oriëntatie en executieve functies. Er ontstaan problemen met dagelijkse activiteiten, zoals koken, financiën en zelfzorg. Gedragsveranderingen, zoals apathie, prikkelbaarheid of ontremming, kunnen eveneens optreden. In de gevorderde fase is er sprake van ernstige cognitieve en functionele beperkingen, waarbij volledige afhankelijkheid van zorg ontstaat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een vroeg beginnende vorm (voor het 65e levensjaar) en een laat beginnende vorm. De vroeg beginnende vorm is zeldzamer en heeft vaker een genetische component.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een beperkte of uitgebreide neurocognitieve stoornis door de ziekte van Alzheimer, met een sluipend begin en een geleidelijke progressie van cognitieve achteruitgang. De diagnose “waarschijnlijk Alzheimer” wordt gesteld wanneer er aanwijzingen zijn voor een genetische oorzaak of wanneer er sprake is van een typisch klinisch beeld met een geleidelijk en progressief beloop zonder aanwijzingen voor een andere oorzaak. De diagnose “mogelijk Alzheimer” wordt overwogen wanneer het klinisch beeld past, maar er ook andere factoren aanwezig zijn die het beeld kunnen verklaren, zoals comorbiditeit of een gemengde etiologie. De stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere neurodegeneratieve aandoening, cerebrovasculaire schade, middelengebruik of een somatische aandoening.

Pathofysiologie

De ziekte van Alzheimer wordt gekenmerkt door een aantal samenhangende veranderingen in de hersenen. Een belangrijk kenmerk is de ophoping van het eiwit amyloïd-beta, dat zich afzet tussen zenuwcellen in de vorm van plaques. Daarnaast ontstaan binnen zenuwcellen kluwens van tau-eiwit (neurofibrillaire tangles), die het interne transportsysteem van de cel verstoren. Deze processen leiden tot verlies van synaptische verbindingen en uiteindelijk tot celdood, met name in gebieden die betrokken zijn bij geheugen en leren, zoals de hippocampus. Naast deze eiwitafwijkingen speelt ook neuro-inflammatie een rol. Activatie van gliacellen kan bijdragen aan verdere schade aan hersenweefsel. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat verstoringen in de bloed-hersenbarrière en vasculaire factoren het ziekteproces beïnvloeden. De huidige inzichten beschouwen de ziekte van Alzheimer als een multifactoriële aandoening, waarbij eiwitstapeling, ontstekingsprocessen en vasculaire veranderingen elkaar versterken.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Jack CR et al. (2018). NIA-AA research framework: Toward a biological definition of Alzheimer’s disease. Alzheimer’s & Dementia, 14(4), 535–562.
  • Livingston G et al. (2020). Dementia prevention, intervention, and care. The Lancet, 396(10248), 413–446.