Oplossingsgerichte therapie

Meer informatie
No items found.

Oplossingsgerichte therapie, ook wel oplossingsgerichte kortdurende therapie genoemd, werd ontwikkeld in de jaren tachtig door Steve de Shazer en Insoo Kim Berg. De benadering ontstond als reactie op therapieën die sterk gericht waren op probleemanalyse en etiologie. In plaats daarvan richtte deze stroming zich vanaf het begin op wat mensen helpt om vooruit te komen, ongeacht de precieze oorsprong van hun klachten.

Omschrijving

Oplossingsgerichte therapie is een kortdurende, doelgerichte vorm van psychotherapie die zich richt op het vinden en versterken van oplossingen in plaats van het analyseren van problemen. De behandeling vertrekt vanuit de vraag wat iemand wil bereiken en wat er al werkt in het dagelijks leven. De cliënt wordt gezien als expert van het eigen leven. De therapeut helpt om doelen te verhelderen, uitzonderingen op het probleem te herkennen en bestaande sterke punten verder te benutten. De nadruk ligt op concrete, haalbare veranderingen in het hier en nu.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van oplossingsgerichte therapie ligt in het verschuiven van aandacht: van probleem naar oplossing, van tekort naar mogelijkheden en van verleden naar toekomst. Door systematisch te onderzoeken wanneer het probleem minder aanwezig is of beter hanteerbaar blijkt, ontstaat zicht op wat al werkt. Deze focus op uitzonderingen en succeservaringen versterkt het gevoel van competentie en controle. Kleine veranderingen kunnen vervolgens een kettingreactie in gang zetten, waardoor ook andere aspecten van het functioneren verbeteren. De therapie maakt daarbij gebruik van verwachting, motivatie en doelgericht handelen als belangrijke veranderingsfactoren.

Techniek

De therapie is gestructureerd maar flexibel en bestaat uit gesprekken waarin doelen worden geconcretiseerd en voortgang wordt gevolgd. Een bekende techniek is de zogenoemde wondervraag, waarbij de cliënt wordt uitgenodigd zich voor te stellen hoe het leven eruit zou zien als het probleem plotseling verdwenen is. Dit helpt om wensen en doelen scherp te krijgen. Daarnaast wordt gewerkt met schaalvragen, het opsporen van uitzonderingen en het formuleren van kleine, haalbare stappen. De therapeut heeft een actieve maar niet-sturende rol en probeert vooral te versterken wat al aanwezig is, in plaats van iets nieuws op te leggen.

Literatuur

  • De Shazer S. (1985). Keys to solution in brief therapy. Norton.
  • De Shazer S. et al. (2007). More than miracles: The state of the art of solution-focused brief therapy. Routledge.
  • Kim JS. (2008). Examining the effectiveness of solution-focused brief therapy: A meta-analysis. Research on Social Work Practice, 18(2), 107–116.

Oplossingsgerichte therapie, ook wel oplossingsgerichte kortdurende therapie genoemd, werd ontwikkeld in de jaren tachtig door Steve de Shazer en Insoo Kim Berg. De benadering ontstond als reactie op therapieën die sterk gericht waren op probleemanalyse en etiologie. In plaats daarvan richtte deze stroming zich vanaf het begin op wat mensen helpt om vooruit te komen, ongeacht de precieze oorsprong van hun klachten.

Omschrijving

Oplossingsgerichte therapie is een kortdurende, doelgerichte vorm van psychotherapie die zich richt op het vinden en versterken van oplossingen in plaats van het analyseren van problemen. De behandeling vertrekt vanuit de vraag wat iemand wil bereiken en wat er al werkt in het dagelijks leven. De cliënt wordt gezien als expert van het eigen leven. De therapeut helpt om doelen te verhelderen, uitzonderingen op het probleem te herkennen en bestaande sterke punten verder te benutten. De nadruk ligt op concrete, haalbare veranderingen in het hier en nu.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van oplossingsgerichte therapie ligt in het verschuiven van aandacht: van probleem naar oplossing, van tekort naar mogelijkheden en van verleden naar toekomst. Door systematisch te onderzoeken wanneer het probleem minder aanwezig is of beter hanteerbaar blijkt, ontstaat zicht op wat al werkt. Deze focus op uitzonderingen en succeservaringen versterkt het gevoel van competentie en controle. Kleine veranderingen kunnen vervolgens een kettingreactie in gang zetten, waardoor ook andere aspecten van het functioneren verbeteren. De therapie maakt daarbij gebruik van verwachting, motivatie en doelgericht handelen als belangrijke veranderingsfactoren.

Techniek

De therapie is gestructureerd maar flexibel en bestaat uit gesprekken waarin doelen worden geconcretiseerd en voortgang wordt gevolgd. Een bekende techniek is de zogenoemde wondervraag, waarbij de cliënt wordt uitgenodigd zich voor te stellen hoe het leven eruit zou zien als het probleem plotseling verdwenen is. Dit helpt om wensen en doelen scherp te krijgen. Daarnaast wordt gewerkt met schaalvragen, het opsporen van uitzonderingen en het formuleren van kleine, haalbare stappen. De therapeut heeft een actieve maar niet-sturende rol en probeert vooral te versterken wat al aanwezig is, in plaats van iets nieuws op te leggen.

Literatuur

  • De Shazer S. (1985). Keys to solution in brief therapy. Norton.
  • De Shazer S. et al. (2007). More than miracles: The state of the art of solution-focused brief therapy. Routledge.
  • Kim JS. (2008). Examining the effectiveness of solution-focused brief therapy: A meta-analysis. Research on Social Work Practice, 18(2), 107–116.