Directieve therapie is een historisch invloedrijke, pragmatische behandelstijl die in Nederland veel betekenis heeft gehad en tegenwoordig grotendeels is vervlochten met CGT. Directieve therapie ontstond in Nederland in de jaren zeventig als reactie op ingewikkelde en vaak langdurige vormen van psychotherapie. De benadering wilde juist praktisch, helder en bruikbaar zijn voor de dagelijkse behandelpraktijk. De therapeut dacht actief mee, werkte doelgericht en richtte zich op concrete klachten en problemen. Directieve therapie heeft in Nederland veel invloed gehad op de ontwikkeling van kortdurende en pragmatische psychotherapie en is later grotendeels vervlochten geraakt met de cognitieve gedragstherapie.
Omschrijving
Directieve therapie is een pragmatische en actiegerichte benadering waarbij de therapeut niet afwacht, maar actief richting geeft aan het behandelproces. De therapie richt zich op duidelijk omschreven klachten en op haalbare veranderingen in het dagelijks leven. Niet één theoretisch model staat centraal, maar de vraag wat in deze situatie het meest behulpzaam is. Daarmee is directieve therapie eerder een praktische behandelstijl dan een scherp afgebakende, zelfstandige stroming.
Werkingsmechanismen
Het werkingsmechanisme van directieve therapie ligt vooral in het doorbreken van vastgelopen patronen door gerichte sturing, activering en heroriëntatie. De therapeut probeert beweging te brengen in een situatie die is vastgelopen en benut daarbij zowel concrete interventies als algemene werkzame factoren, zoals hoop, motivatie, een duidelijke focus en een geloofwaardige aanpak. Ook de context van de klachten wordt meegenomen, inclusief de rol van de omgeving.
Techniek
Kenmerkend voor directieve therapie is dat therapeut en patiënt werken aan concrete, haalbare doelen, meestal binnen een beperkt aantal gesprekken. De therapeut geeft actief aanwijzingen of opdrachten en probeert verandering direct in gang te zetten. Omdat de benadering eclectisch is, kunnen de gebruikte interventies uiteenlopen. Juist dat flexibele en doelgerichte karakter maakt dat directieve therapie historisch belangrijk is geweest, maar tegenwoordig minder scherp te onderscheiden is van moderne cognitieve gedragstherapie.
Literatuur
- Appelo M, Lange A & Van Dyck R. (2007). Directieve therapie: van kunst naar kunde. Directieve Therapie, 27(4), 225-236
- Lange A. (1983). Directieve therapie. De Toorts.
- Van der Velden K & Van Dyck R. (2010). Directieve therapie 4. Pearson Assessment and Information.