Opvallend is dat binnen alle drie de klassieke hoofdstromingen van de psychotherapie een invloedrijke grondlegger of medegrondlegger een Joodse achtergrond had. Binnen de psychoanalyse was dat Sigmund Freud, grondlegger van de psychoanalyse. Binnen de cognitieve gedragstherapie speelde Aaron T. Beck een centrale rol als grondlegger van de cognitieve therapie. De humanistische psychologie werd vooral vormgegeven door Abraham Maslow, terwijl Carl Rogers de cliëntgerichte psychotherapie ontwikkelde. Hoewel Rogers zelf geen Joodse achtergrond had, heeft Maslow een beslissende bijdrage geleverd aan de theoretische basis van deze derde hoofdstroming.
Ook binnen latere en afgeleide psychotherapeutische stromingen is de invloed van Joodse psychiaters en psychologen opvallend groot. Voorbeelden zijn Viktor Frankl (logotherapie), Fritz Perls (gestalttherapie), Albert Ellis (rationeel-emotieve therapie), Jacob L. Moreno (psychodrama), Irvin D. Yalom (groepspsychotherapie), Roberto Assagioli (psychosynthese), Eric Berne (transactionele analyse), Francine Shapiro (EMDR), Jon Kabat-Zinn (mindfulness-based stress reduction) en Richard C. Schwartz (Internal Family Systems).
Hoe is dat te verklaren?
Een eenduidige verklaring bestaat niet. Historici noemen meestal een combinatie van maatschappelijke, culturele en intellectuele factoren. In Europa werden Joden eeuwenlang uitgesloten van veel maatschappelijke functies en beroepen. Juist in de negentiende en vroege twintigste eeuw ontstonden nieuwe wetenschappelijke disciplines, zoals neurologie, psychiatrie en psychologie. Voor veel Joodse studenten vormden deze relatief jonge vakgebieden een mogelijkheid om een academische loopbaan op te bouwen, juist omdat de gevestigde beroepsstructuren daar minder gesloten waren dan in oudere disciplines. Daarnaast wordt gewezen op culturele kenmerken van de Joodse intellectuele traditie. Binnen het jodendom spelen leren, discussie, interpretatie en het stellen van vragen een centrale rol. De Talmoed is daarvan misschien wel het bekendste voorbeeld: niet één definitief antwoord staat centraal, maar juist het onderzoeken van verschillende perspectieven en het voortdurend zoeken naar betekenis. Hoewel psychotherapie uiteraard een wetenschappelijke discipline is en geen religieuze praktijk, vertoont deze manier van denken opvallende overeenkomsten met de therapeutische dialoog, waarin nieuwsgierigheid, zelfreflectie en het onderzoeken van verschillende betekenissen een belangrijke plaats innemen. Wat dus vooral opvalt, is dat veel van de meest invloedrijke ideeën binnen de moderne psychotherapie zijn ontwikkeld door mensen die een sterke belangstelling deelden voor vragen als: Wie is de mens? Hoe ontstaat psychisch lijden? En hoe kan iemand zich ontwikkelen en herstellen? Die vragen vormen, ruim een eeuw later, nog altijd de kern van de psychotherapie.
Tikkun olam
Een begrip dat daarbij regelmatig wordt genoemd, is tikkun olam, letterlijk het herstellen van de wereld. Binnen de Joodse traditie verwijst dit naar de verantwoordelijkheid van ieder mens om bij te dragen aan een rechtvaardiger en menswaardiger samenleving. Hoewel de meeste grondleggers van de psychotherapie hun theorieën niet rechtstreeks op religieuze uitgangspunten baseerden, sluit dit gedachtegoed wel aan bij een belangrijk doel van psychotherapie: niet alleen het verminderen van klachten, maar ook het bevorderen van zelfinzicht, relationeel herstel, persoonlijke verantwoordelijkheid en een betekenisvol leven.
Literatuur
- The Jewish Roots of Psychotherapy
- Sachar, H. M. (1992). A history of the Jews in the modern world. Knopf.
This book details the challenges Jews faced globally, including university quotas and restrictions on assets and property. - Wistrich, R. S. (1991). Antisemitism: The longest hatred. Pantheon Books.
This book explores the history and persistence of antisemitism, including discrimination in education and property rights.