Hulpgids

De gids voor de geestelijke gezondheidszorg

ADHD - oorzaken

A. Genetische factoren

Uit onderzoek met tweelingen en adoptiekinderen en uit familieonderzoek is vast komen te staan dat ADHD voornamelijk wordt bepaald door genetische factoren en niet door zuurstofgebrek bij de geboorte, zoals lang werd gedacht. De concordantie (overeenkomst) bij eeneiige tweelingen is 50-80%, bij twee-eiige tweelingen 0-30%. Eerstegraads familieleden van kinderen met ADHD hebben een vijf maal verhoogd risico zelf AHD te hebben. Ook bij adoptieonderzoek bleken erfelijkheidsfactoren het voorkomen van ADHD te bepalen (1). Een review van alle functionele en structurele MRI-onderzoeken bij kinderen en volwassenen met ADHD vergeleken met een controlegroep laat zien dat er bij ADHD diverse functionele en structurele afwijkingen in neurale netwerken zijn, met name frontostriataal, maar ook frontopariëtotemporaal, frontocerebellair en in de 40 frontolimbische netwerken. Longitudinaal onderzoek toont aan dat er een vertraagde rijping van de hersenen is bij ADHD, met afwijkingen in de verbindingen tussen hersengedeelten (connectiviteit) en in de basale ganglia (2). Deze hersengebieden zijn rijk aan neurotransmitters zoals dopamine. Van dopamine is bekend dat het een rol speelt bij onder meer motivatie. Dat dopamine bij ADHD-symptomen betrokken is, blijkt ook uit de effectiviteit van stimulantia. Deze middelen zorgen voor een toename van extracellulair dopamine. Het meest waarschijnlijk is dat ADHD wordt veroorzaakt door een disbalans van verschillende neurotransmitters (waaronder in elk geval dopamine) binnen de hersengebieden die betrokken zijn bij de planning en motivatie van gedrag. Ook noradrenaline speelt een rol bij de pathofysiologie van ADHD mede gezien de werking van de nieuwe noradrenaline transporterblokker atomoxetine op de symptomen van ADHD.

B. Zwangerschap

Een aantal factoren blijken een verhoogd risico te geven: een geboortegewicht beneden de 2.500 gram (3,4), een zwangerschapsduur korter dan 32 weken, een slecht functionerende placenta (moederkoek), roken en alcohol gedurende de zwangerschap (5,6). 

C. Omgevingsfactoren 

De invloed van erfelijke factoren is mede afhankelijk van omgevingsfactoren. Zo is een kind met aanleg voor ADHD (dus met risicogenen voor ADHD) extra gevoelig voor kleine problemen in de omgeving of afwijkingen van regels en structuur en wordt snel drukker, impulsiever en minder oplettend. Relevante omgevingsfactoren zijn bijvoorbeeld een rommelig en chaotisch gezinsklimaat, gebrek aan regelmaat en structuur , continue uitingen van vijandigheid, kritiek en afkeuring . Maar ook een gezin met één ouder en een gezin met een laag inkomen worden zijn beschreven als van invloed en er ook een associatie bestaan met een hoofdtrauma bij het kind (7). In een groot Duits onderzoek worden naast een lage sociale economische status ook zwangerschapsdiabetes als risocofactor genoemd, maar ook roken gedurende de zwangerschap, perinatale gezondheidsproblemen en atopisch eczeem, borstvoeding lijkt daarentegen te beschermen tegen ADHD (8).

Literatuur

  1. Thapar A, Holmes J, Poulton K, Harrington R
    Genetic basis of attention deficit and hyperactivity
    British Journal of Psychiatry (1999) 174: 105-111
  2. Rubia K, Alegría AA, Brinson H.
    Brain abnormalities in attention-deficit hyperactivity disorder: a review.
    Rev Neurol. 2014 Feb 24;58 Suppl 1:S3-16.
  3. Breslau N, Brown GG, DelDotto JE, et al
    Psychiatric sequelae of low birth weight at 6 years of age
    Journal of Abnormal Child Psychology (1996) 24: 385-400
  4. Whitaker AH, Rossem R van, Feldman JF, et al 
    Psychiatric outcomes in low-birth-weight children at age 6 years: relation to neonatal cranial ultrasound abnormalities
    Archives of General Psychiatry (1997) 54: 847-856
  5. Fergusson DM, Woodward LJ, Horwood LJ
    Maternal smoking during pregnancy and psychiatric adjustment in late adolescence
    Archives of General Psychiatry (1998) 55: 721-727
  6. Streissguth AP, Bookstein FL, Sampson PD, Barr HM
    Attention: prenatal alcohol and continuities of vigilance and attentional problems from 4 through 14 years
    Development and psychopathology (1995) 7: 419-446
  7. Biederman J, Milberger S, Faraone SV, et al
    Family-environment risk factors for attention-deficit hyperactivity disorder. A test of Rutter's indicators of adversity
    Archives of General Psychiatry (1995) 52: 464-470
  8. Prenatal and perinatal risk factors for ADHD

 

 

Praktijk uitgelicht

Praktijk Querido

Dhr. Bram Querido

Praktijk inschrijven

Ook uw praktijk geplaatst op de Hulpgids? U kunt zich aanmelden door het inschrijfformulier in te vullen en daarna op de knop "versturen" te klikken. Uw gegevens worden binnen 5 werkdagen na ontvangst kosteloos door Hulpgids.nl verwerkt en gepubliceerd. inschrijven ›