Hulpgids

De gids voor de geestelijke gezondheidszorg

Paniekstoornis - DSM IV

DSM-IV-TR criteria paniekaanval  

Klik hier voor uitleg DSM
Een begrensde periode van intense angst of gevoel van onbehagen, waarbij vier (of meer) van de volgende symptomen plotseling ontstaan, die binnen tien minuten een maximum bereiken:

1) hartkloppingen, bonzend hart of versnelde hartactie
2) transpireren
3) trillen of beven
4) gevoel van ademnood of verstikking
5) naar adem snakken
6) pijn of onaangenaam gevoel op de borst
7) misselijkheid of buikklachten
8) gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd of flauwte
9) derealisatie (gevoel van onwerkelijkheid) of depersonalisatie (gevoel los van zichzelf te staan)
10) angst dood te gaan
11) paresthesieën (verdoofde of tintelende gevoelens)
12) opvliegers of koude rillingen

DSM-IV-TR criteria agorafobie 

A. Angst op een plaats of in situatie te zijn van waaruit ontsnappen moeilijk (of gênant) kan zijn of waar geen hulp beschikbaar zou kunnen zijn in het geval dat men een onverwachte of situationeel gepredisponeerde paniekaanval of paniekachtige verschijnselen krijgt. Tot de agorafobische angstgevoelens horen karakteristieke situaties zoals alleen buitenshuis zijn, zich te midden van een massa bevinden of in een rij wachten, op een brug staan, en reizen met een bus trein, of auto
B. De situaties worden vermeden (bijvoorbeeld reizen is beperkt) of wordt alleen doorstaan met duidelijk lijden of de angst een paniekaanval of paniekachtige symptomen te krijgen, of de aanwezigheid van begeleider is noodzakelijk
C. De angst of fobische vermijding is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis, zoals sociale fobie (bijvoorbeeld vermijding beperkt tot sociale situaties uit angst in verlegenheid te raken), specifieke fobie (bijvoorbeeld vermijding is beperkt tot een enkele situatie als liften), obsessieve compulsieve stoornis (bijvoorbeeld vermijding van vuil bij iemand met een smetvrees), posttraumatische stress-stoornis (bijvoorbeeld vermijding van prikkels die samenhangen met een ernstige stressfactor) of separatieangststoornis (bijvoorbeeld vermijding om huis of verwanten te verlaten).

DSM-IV-TR criteria paniekstoornis met of zonder agorafobie 

A. Zowel (1) als (2):
  (1) recidiverende onverwachte paniekaanvallen
  (2) na ten minste één van de aanvallen was er één maand (of langer) met een (of meer) van de volgende:
    (a) voortdurende ongerustheid over het krijgen van een volgende aanval
    (b) bezorgdheid over de verwikkelingen of de consequenties van de aanval (bijvoorbeeld het verliezen van de zelfbeheersing, een hartaanval krijgen, 'gek worden')
    (c) een belangrijke gedragsverandering in samenhang met de aanvallen
B. Aan- of afwezigheid van agorafobie
C. De paniekaanvallen zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hyperthyroïdie)
D. De paniekaanvallen zijn niet eerder toe te schrijven aan een psychische stoornis, zoals sociale fobie (bijvoorbeeld voorkomend bij blootstelling aan gevreesde sociale situaties), specifieke fobie (bijvoorbeeld bij blootstelling aan een specifieke fobische situatie), obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld bij blootstelling aan vuil bij iemand met een smetvrees), posttraumatische stressstoornis (bijvoorbeeld in reacties op prikkels die samenhangen met een ernstige stressfactor) of separatieangststoornis (bijvoorbeeld vermijding om huis of verwanten te verlaten).

 


Bron

American Psychiatric Association (APA)
Diagnostische Criteria van de DSM IV 
Swets & Zeitlinger (1995) 254-256

 

Praktijk uitgelicht

Praktijk Querido

Dhr. Bram Querido

Praktijk inschrijven

Ook uw praktijk geplaatst op de Hulpgids? U kunt zich aanmelden door het inschrijfformulier in te vullen en daarna op de knop "versturen" te klikken. Uw gegevens worden binnen 5 werkdagen na ontvangst kosteloos door Hulpgids.nl verwerkt en gepubliceerd. inschrijven ›