Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)

Meer informatie
No items found.

De gegeneraliseerde angststoornis (GAS) wordt gekenmerkt door aanhoudende en moeilijk controleerbare zorgen over verschillende aspecten van het dagelijks leven. Mensen met GAS piekeren vaak over alledaagse onderwerpen zoals werk, gezondheid, relaties, financiën of de veiligheid van naasten. De zorgen zijn meestal buitensporig in verhouding tot de feitelijke situatie en blijven langdurig aanwezig. Een belangrijk kenmerk van GAS is dat de angst niet beperkt blijft tot één specifieke situatie of object, maar zich over meerdere levensgebieden kan uitstrekken. Mensen ervaren vaak dat zij voortdurend “aan het piekeren” zijn en moeite hebben om hun gedachten tot rust te brengen. De zorgen kunnen van het ene onderwerp naar het andere verschuiven.
Naast het piekeren komen vaak lichamelijke spanningsklachten voor. Veel voorkomende symptomen zijn rusteloosheid, een gespannen gevoel, vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, gespannen spieren en slaapproblemen. De voortdurende spanning kan leiden tot lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, spierpijn of maagklachten. De klachten kunnen het dagelijks functioneren aanzienlijk beïnvloeden. Mensen met GAS ervaren vaak dat zij moeite hebben met ontspannen, dat hun aandacht voortdurend wordt getrokken door zorgen en dat zij zich moeilijk kunnen concentreren op werk of studie.

Oorzaken

De oorzaak van GAS is niet bekend. Net als bij andere angststoornissen wordt aangenomen dat verschillende factoren bijdragen aan het ontstaan. Het gaat meestal om een combinatie van biologische (bepaalde hersengebieden die betrokken zijn bij het verwerken van dreiging en emoties, zoals de amygdala en de prefrontale cortex functioneren anders), psychologische (onzekerheid) en omgevingsfactoren (stress). In de meeste gevallen ontstaat een gegeneraliseerde angststoornis door een samenspel van deze factoren, waarbij een aangeboren kwetsbaarheid wordt gecombineerd met belastende omstandigheden en bepaalde manieren van denken en omgaan met stress.

Prevalentie

De gegeneraliseerde angststoornis behoort tot de meest voorkomende angststoornissen. Internationale epidemiologische studies schatten de levensprevalentie op ongeveer 4 tot 6 procent van de bevolking. De stoornis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en kan op verschillende leeftijden ontstaan, al begint zij vaak in de adolescentie of vroege volwassenheid. In tegenstelling tot sommige andere angststoornissen kan GAS echter ook op latere leeftijd voor het eerst optreden. GAS gaat vaak samen met andere psychische aandoeningen. Vooral depressieve stoornissen, andere angststoornissen en somatische klachten komen regelmatig gelijktijdig voor. Deze comorbiditeit kan het klinische beeld complexer maken en het herstel bemoeilijken.
In een groot Nederlands onderzoek onder volwassenen van 18-64 jaar bleek de lifetime-prevalentie (proportie van mensen in een populatie die ooit een gegeneraliseerde angststoornis hebben gehad) 2,3% (bij vrouwen 2,9%, bij mannen 1,6%). Klachten ontstaan gemiddeld rond de leeftijd van 20 jaar, maar kunnen ook eerder of later ontstaan.

DSM-5

Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) wordt GAS gekenmerkt door excessieve angst en bezorgdheid over verschillende gebeurtenissen of activiteiten. Deze zorgen zijn aanwezig op de meeste dagen gedurende ten minste zes maanden en zijn moeilijk onder controle te houden. De angst en zorgen gaan gepaard met meerdere lichamelijke of cognitieve symptomen, zoals rusteloosheid, vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, spierspanning of slaapproblemen. De klachten moeten leiden tot duidelijk lijden of beperkingen in het sociaal of maatschappelijk functioneren. Bij de diagnostiek is het belangrijk dat de klachten niet beter verklaard kunnen worden door een andere psychische stoornis, een somatische aandoening of het gebruik van middelen of medicatie.

Behandeling

GAS is in vaak  goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Psychologische behandeling vormt vaak de eerste keuze. Cognitieve gedragstherapie is de meest onderzochte en toegepaste behandelvorm. Binnen deze behandeling leren mensen hun piekergedachten beter te herkennen en te onderzoeken. Daarnaast wordt gewerkt aan het verminderen van vermijdingsgedrag en het ontwikkelen van effectievere manieren om met onzekerheid en spanning om te gaan. In de behandeling wordt vaak ook aandacht besteed aan ontspanningstechnieken, het verminderen van piekeren en het vergroten van probleemoplossende vaardigheden. Sommige behandelingen richten zich specifiek op het leren tolereren van onzekerheid, een factor die bij GAS vaak een belangrijke rol speelt. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij angststoornissen en kunnen ook bij GAS effectief zijn. Pregabaline is in Europa geregistreerd voor epilepsie, neuropatische pijn en GAS, het beïnvloedt de prikkeloverdracht in het centrale zenuwstelsel en kan angstklachten verminderen.

Literatuur gegeneraliseerde angststoornis

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text revision; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.
  • Balkom AJLM v, van Dyck R, Megen HJGM, Timmerman L, Vliet IM v, Westenberg HGM, Witte JC. Richtlijn farmacotherapie angststoornissen. Boom (1998)
  • Bandelow B, Michaelis S. Epidemiology of anxiety disorders in the 21st century. Dialogues in Clinical Neuroscience. 2022.
  • Bijl R van, Zessen G van, Ravelli A. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (1997) 141, 2453-2460.
  • Richtlijn Angst- en dwangstoornissen (2024)
  • Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen

De gegeneraliseerde angststoornis (GAS) wordt gekenmerkt door aanhoudende en moeilijk controleerbare zorgen over verschillende aspecten van het dagelijks leven. Mensen met GAS piekeren vaak over alledaagse onderwerpen zoals werk, gezondheid, relaties, financiën of de veiligheid van naasten. De zorgen zijn meestal buitensporig in verhouding tot de feitelijke situatie en blijven langdurig aanwezig. Een belangrijk kenmerk van GAS is dat de angst niet beperkt blijft tot één specifieke situatie of object, maar zich over meerdere levensgebieden kan uitstrekken. Mensen ervaren vaak dat zij voortdurend “aan het piekeren” zijn en moeite hebben om hun gedachten tot rust te brengen. De zorgen kunnen van het ene onderwerp naar het andere verschuiven.
Naast het piekeren komen vaak lichamelijke spanningsklachten voor. Veel voorkomende symptomen zijn rusteloosheid, een gespannen gevoel, vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, gespannen spieren en slaapproblemen. De voortdurende spanning kan leiden tot lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, spierpijn of maagklachten. De klachten kunnen het dagelijks functioneren aanzienlijk beïnvloeden. Mensen met GAS ervaren vaak dat zij moeite hebben met ontspannen, dat hun aandacht voortdurend wordt getrokken door zorgen en dat zij zich moeilijk kunnen concentreren op werk of studie.

Oorzaken

De oorzaak van GAS is niet bekend. Net als bij andere angststoornissen wordt aangenomen dat verschillende factoren bijdragen aan het ontstaan. Het gaat meestal om een combinatie van biologische (bepaalde hersengebieden die betrokken zijn bij het verwerken van dreiging en emoties, zoals de amygdala en de prefrontale cortex functioneren anders), psychologische (onzekerheid) en omgevingsfactoren (stress). In de meeste gevallen ontstaat een gegeneraliseerde angststoornis door een samenspel van deze factoren, waarbij een aangeboren kwetsbaarheid wordt gecombineerd met belastende omstandigheden en bepaalde manieren van denken en omgaan met stress.

Prevalentie

De gegeneraliseerde angststoornis behoort tot de meest voorkomende angststoornissen. Internationale epidemiologische studies schatten de levensprevalentie op ongeveer 4 tot 6 procent van de bevolking. De stoornis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en kan op verschillende leeftijden ontstaan, al begint zij vaak in de adolescentie of vroege volwassenheid. In tegenstelling tot sommige andere angststoornissen kan GAS echter ook op latere leeftijd voor het eerst optreden. GAS gaat vaak samen met andere psychische aandoeningen. Vooral depressieve stoornissen, andere angststoornissen en somatische klachten komen regelmatig gelijktijdig voor. Deze comorbiditeit kan het klinische beeld complexer maken en het herstel bemoeilijken.
In een groot Nederlands onderzoek onder volwassenen van 18-64 jaar bleek de lifetime-prevalentie (proportie van mensen in een populatie die ooit een gegeneraliseerde angststoornis hebben gehad) 2,3% (bij vrouwen 2,9%, bij mannen 1,6%). Klachten ontstaan gemiddeld rond de leeftijd van 20 jaar, maar kunnen ook eerder of later ontstaan.

DSM-5

Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) wordt GAS gekenmerkt door excessieve angst en bezorgdheid over verschillende gebeurtenissen of activiteiten. Deze zorgen zijn aanwezig op de meeste dagen gedurende ten minste zes maanden en zijn moeilijk onder controle te houden. De angst en zorgen gaan gepaard met meerdere lichamelijke of cognitieve symptomen, zoals rusteloosheid, vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, spierspanning of slaapproblemen. De klachten moeten leiden tot duidelijk lijden of beperkingen in het sociaal of maatschappelijk functioneren. Bij de diagnostiek is het belangrijk dat de klachten niet beter verklaard kunnen worden door een andere psychische stoornis, een somatische aandoening of het gebruik van middelen of medicatie.

Behandeling

GAS is in vaak  goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Psychologische behandeling vormt vaak de eerste keuze. Cognitieve gedragstherapie is de meest onderzochte en toegepaste behandelvorm. Binnen deze behandeling leren mensen hun piekergedachten beter te herkennen en te onderzoeken. Daarnaast wordt gewerkt aan het verminderen van vermijdingsgedrag en het ontwikkelen van effectievere manieren om met onzekerheid en spanning om te gaan. In de behandeling wordt vaak ook aandacht besteed aan ontspanningstechnieken, het verminderen van piekeren en het vergroten van probleemoplossende vaardigheden. Sommige behandelingen richten zich specifiek op het leren tolereren van onzekerheid, een factor die bij GAS vaak een belangrijke rol speelt. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij angststoornissen en kunnen ook bij GAS effectief zijn. Pregabaline is in Europa geregistreerd voor epilepsie, neuropatische pijn en GAS, het beïnvloedt de prikkeloverdracht in het centrale zenuwstelsel en kan angstklachten verminderen.

Literatuur gegeneraliseerde angststoornis

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text revision; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.
  • Balkom AJLM v, van Dyck R, Megen HJGM, Timmerman L, Vliet IM v, Westenberg HGM, Witte JC. Richtlijn farmacotherapie angststoornissen. Boom (1998)
  • Bandelow B, Michaelis S. Epidemiology of anxiety disorders in the 21st century. Dialogues in Clinical Neuroscience. 2022.
  • Bijl R van, Zessen G van, Ravelli A. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (1997) 141, 2453-2460.
  • Richtlijn Angst- en dwangstoornissen (2024)
  • Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen