Hulpgids

De gids voor de geestelijke gezondheidszorg

Lithium

Hoe werkt Lithium (farmacodynamiek)

Het werkingsmechanisme is onbekend.

Waarvoor wordt Lithium gebruikt (indicatie)?

  • behandeling en preventie van een manische fase
  • behandeling therapieresistente depressies
  • behandeling post partum psychose 

Contra-indicaties

Nierfunctiestoornissen, ernstige hartaandoeningen of hersenbeschadiging, ziekte van Addison of hypothyroïdie die niet reageert op suppletie van schildklierhormoon. Toediening aan kinderen jonger dan 13 jaar wordt ontraden.

Wees extra voorzichtig bij vochtverlies

Omstandigheden, waarbij verminderde opname of buitensporig verlies van zout en vocht optreden (bijvoorbeeld braken, langdurige diarree, griep, behandeling met diuretica en overmatige transpiratie), kunnen aanleiding geven tot een verhoging van de lithiumspiegel en het ontstaan van een lithiumintoxicatie.

Zwangerschap

Lees meer

Borstvoeding

Tijdens de behandeling met lithium mag geen borstvoeding worden gegeven, omdat lithium in belangrijke mate in de moedermelk overgaat. Aangezien de halfwaardetijd bij de pasgeborene langer is dan bij de moeder, moet bij het geven van borstvoeding ernstig rekening gehouden worden met intoxicatie van het kind.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines

Er zijn geen gegevens bekend over het effect van lithium op de rijvaardigheid. Gezien het bijwerkingenpatroon moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat lithium het reactievermogen nadelig beïnvloedt. In dat geval dient te worden afgezien van deelname aan het verkeer en het bedienen van machines.

Laboratoriumonderzoek

  • Lithiumspiegel
    De lithiumspiegel wordt bepaald uit een bloedmonster dat afgenomen dient te worden 12 uur na de laatste inname.  De spiegelbepaling is belangrijk omdat bij een te lage spiegel lithium onvoldoende werkzaam is en bij een te hoge spiegel lithium gevaarlijk is ("smalle therapeutische breedte"). Voor een onderhoudsbehandeling is een spiegel tussen de 0,6 en 0,8 mmol/l meestal voldoende, voor de behandeling van een manie is een spiegel tussen 0,8 en 1,2 mmol/l in de regel voldoende.
  • Nierfunctie
    Eliminatie van lithium geschiedt grotendeels via de nieren en wordt bijna volledig in de nieren geklaard door de glomerulus. Factoren van invloed op de klaring zijn leefijd en gewicht. De nierfunctie wordt elke drie tot zes maanden gecontroleerd door bepaling van het creatininegehalte en een schatting van de glomerulusflitratiesnelheid (eGFR). De nierfunctie neemt af met de leeftijd. In de Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen wordt geadviseerd naar een internist, nefroloog of geriater te verwijzen bij een GFR lager dan 60 ml/min en/of een daling van de GFR van meer dan 5 ml/min per jaar. Langdurig lithiumgebruik leidt tot een dalende nierfunctie, maar niet tot nierfalen met secundair nierdialyses of niertransplantatie, mits er wordt vastgehouden aan de streefspiegel zoals opgesteld in de richtlijn (Leeuw, 2017). 
  • Schildklierfunctie
    Bij ongeveer 5% van de patiënten die met lithium behandeld worden ontstaat een, veelal reversibele, hypothyroïdie (te traag werkende schildklier), al dan niet met ontwikkeling van struma ten gevolge van een minder gevoelig worden van de schildklier voor TSH en een daaruit voortkomende vermindering van de T4 afgifte. Derhalve dient tijdens langdurig gebruik controle van de schildklierfunctie plaats te vinden.

Gebruik van lihium in combinatie met andere middelen (interactie)

  • verhoging van de lithiumspiegel
     - diuretica (plaspillen): m.n. thiaziden en spironolacton
     - NSAID's (pijnstillers):  hebben alleen effect op de klaring bij langduriger gebruik
    - medicijnen tegen hoge bloeddruk: m.n. RAAS-remmers zoals enalapril en captopril
  • verlaging van de lithiumspiegel
    - koolzuuranhydraseremmers: bijv. acetazolamide
    - luchtwegverwijders: amino- en theofyllinen
    - cafeïne
    - corticosteroïden
  • verhoogd risico op bijwerkingen
    - antipsychotica
    - anesthetica met spierverslappende werking
    - anti-aritmica (digoxinetype en calciumantagonisten)
    - serotonerg werkende middelen


Bijwerkingen

Lithium heeft een smalle therapeutische breedte. Bij therapeutische doseringen komen bijwerkingen, meestal mild van aard, veelvuldig voor. Deze zijn reversibel en dosisafhankelijk, met uitzondering van de schadelijke werking op de nieren na langdurige toediening van lithium in hoge doseringen. De meest voorkomende bijwerkingen bij start van gebruik van lithium zijn misselijkheid en diarree. Bij langdurig gebruik zijn de meest voorkomende bijwerkingen polydipsie (gemeld in 38-70% van de gebruikers), polyurie (15-40%), waarbij sprake is van nefrogene diabetes insipidus in 12%, schildklierstoornissen (5-35%), hyperparathyroïdie (5-25%), gewichtsstijging (11-65%), psoriasis en acne (7%), ecg-afwijkingen, neutrofiele leukocytose, tremor (28-45%) en cognitieve en concentratiestoornissen (10-43%). 

  • Maag-darm
    Misselijkheid, braken en diarree, meestal bij het begin van de behandeling.
  • Neurologisch
    Tremor (trillen, beven) van de handen (begint meestal met verhogen van de dosis), kortdurende spierschokjes in armen of benen, vaak 's nachts, concentratie- en geheugenstoornissen (met name ouderen). NB tremor is goed te behandelen met atenolol, een perifeer werkende bètablokker.
  • Hart en bloedvaten
    ECG-veranderingen.
  • Nieren
    Polyurie en polydipsie (verhoogd dorstgevoel), te behandelen met amiloride (plaspil, in Nederland alleen te verkrijgen samen met hydrochloorthiazide). Langdurige toediening van lithium in hoge doses kan een schadelijke werking op de nieren hebben.
  • Hormonaal
    Hypothyroïdie al dan niet met struma; zelden: myxoedeem (aandoening t.g.v. hypothyroïdie). Langdurig gebruik van lithium kan in zeldzame gevallen hypercalciëmie en hyperparathyreoïdie (te snel werkende bijschildklier) veroorzaken. Verschijnselen hypercalciëmie en hyperparathyreoïdie zijn van hypertensie (hoge bloeddruk), osteopenie of osteoporose (afname botmassa), achteruitgang van de nierfunctie of veranderingen in geestelijke gesteldheid. In de meeste gevallen is lithium geïnduceerde hyperparathyreoïdie een relatief milde aandoening, waarbij een lichte, vaak asymptomatische verhoging van de calcium- en parathormoonconcentratie optreedt.
    Verminderd seksueel functioneren (verminderd libido, erectieproblemen en vaginale droogheid), er zijn geen verschillen tussen mannen en vrouwen gemeten. In één onderzoek wordt een percentage van 37% genoemd (gemeten met met de Arizona Sexual Experience Scale, de ASEX). (Grover et al, 2014)
  • Diversen
    Verhoging van de talgproductie, alopecia (kaalheid na uitval haar), het optreden of verergeren van acne of psoriasis, lichte agranulocytose (plotselinge verdwijning van bepaalde witte bloedcellen uit het bloed), gewichtstoename.

 

Overdosering

Bij plasmaspiegels tussen de 1,5 en 2 mmol/l: anorexia (gebrek aan eetlust), droge mond, misselijkheid, braken, diarree, tremor van de handen, spierslapte, dorst, polyurie, leukocytose (te veel witte bloedcellen). Bij spiegels boven 2 mmol/l treden ernstige neurologische symptomen op: apathie, sufheid, fasciculaties (onwillekeurige samentrekking kleine spierbundels), spiertrekkingen, hyperreflexie en hypertonie (verhoogde spierspanning), sufheid, verwardheid, bewustzijnsdaling, soms epileptiforme insulten of coma. Een tremor is een belangrijke uiting van lithiumtoxiciteit en treedt als symptoom op de voorgrond bij een lithiumintoxicatie. (Baek et al, 2014)

 

Links

- Samenvatting van de kenmerken van het product ( Summary of Product Characteristics of SPC)
- Bijsluitertekst
Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen

 

Literatuur

Praktijk uitgelicht

Praktijk Querido

Dhr. Bram Querido

Praktijk inschrijven

Ook uw praktijk geplaatst op de Hulpgids? U kunt zich aanmelden door het inschrijfformulier in te vullen en daarna op de knop "versturen" te klikken. Uw gegevens worden binnen 5 werkdagen na ontvangst kosteloos door Hulpgids.nl verwerkt en gepubliceerd. inschrijven ›