Hulpgids

De gids voor de geestelijke gezondheidszorg

Antipsychotica

Neurotransmitter

 

Werkingsmechanisme

Hersenweefsel bestaat voor het grootste deel uit twee celsoorten: ± 15% neuronen (zenuwcellen) en ± 85% gliacellen (ondersteunende cellen). De circa 10 miljard neuronen dragen informatie op elkaar over via een ingewikkeld proces. Het basisprincipe is als volgt:
•neuron stuurt elektrische prikkel (boodschap) naar ander neuron
•prikkel komt bij uiteinde van het ("presynaptische") neuron
•hier liggen blaasjes met "neurotransmitters"
•elektrische impuls zet aantal reacties in gang
•blaasjes met neurotransmitters versmelten met buitenrand neuron
•neurotransmitters komen in spleet (synaps) tussen 2 neuronen
•neurotransmitters gaan naar begin volgend ("postsynaptisch") neuron
•neurotransmitters binden zich tijdelijk aan receptor
•via chemisch proces wordt er weer elektrische prikkel doorgestuurd
•neurotransmitters worden afgevoerd en opgeruimd via afbraak door enzymen, heropname in neuron en opname in gliacellen. Hoewel de effectiviteit van antipsychotica bewezen is, ontbreekt een sluitende verklaring voor hun werking. Men veronderstelt dat blokkade van zogenaamde dopaminereceptoren (met name de subgroep dopamine D2-receptoren) het primaire werkingsmechanisme is. Door de blokkade (antagonisme) wordt het teveel aan de neurotransmitter dopamine opgeheven. Deze blokkade is niet alleen verantwoordelijk voor het therapeutisch effect, maar ook voor de motorische en hormonale bijwerkingen.

Neurotransmitters

Er zijn verschillende neurotransmitters in de hersenen, bijvoorbeeld acetylcholine, dopamine, histamine, noradrenaline en serotonine. De oorzaak van een psychose wordt gezocht in een teveel aan dopamine in de hersenen. De receptoren voor acetylcholine in de hersenen (muscarine receptors) zijn belangrijk in de behandeling van schizofrenie. Men veronderstelt dat deze evenwicht brengen tussen dopamine en acetylcholine. Moderne antipsychotica blokkeren deze receptoren sterk met als gunstig gevolg dat de zeer hinderlijke extrapiramidale bijwerkingen verminderen, maar anticholinerge bijwerkingen zouden sterker zijn.

Indeling antipsychotica

Klik hier voor de indeling van antipsychotica

Effecten

Het belangrijkste effect is de verdwijnen van de psychotische verschijnselen zoals wanen en hallucinaties en preventie van een recidief psychose. Andere beoogde effecten kunnen zijn:
• demping van angst en agitatie
• sufheid en slaperigheid ("hypnosedatie")
• afname vijandigheid en agressie (onverschilligheid)

Bijwerkingen

Het is belangrijk de laagst effectieve dosering te vinden omdat bijwerkingen sterk verminderen met een lage(re) dosering. De meest hinderlijke en meest voorkomende bijwerkingen zijn: extrapiramidale bijwerkingen, metabole ontregeling en sufheid.
Klik hier voor een overzicht van de bijwerkingen van antipsychotica

Antipsychotica en de zieke van Parkinson

Antipsychotica veroorzaken symptomen die passen bij de ziekte van Parkinson. Ter onderscheid van de ziekte van Parkinson worden deze symptomen parkinsonisme genoemd. Atypische antipsychotica veroorzaken minder parkinsonisme. Clozapine is zeer mild als het gaat om bewegingsbijwerkingen (extrapiramidale symptomen). Het wordt dan ook gegeven bij psychoses bij de ziekte van Parkinson (laag gedoseerd) en bij patiënten met tardieve dyskinesie, tardieve dystonie.

Indicatie

Schizofrenie
Schizoaffectieve stoornis
Kortdurende psychotische stoornis
Waanstoornis
• Psychotische stoornis door lichamelijke aandoening of door een middel
Manische episode (preventie & behandeling)
Psychotische depressie
Bipolaire depressie (quetiapine, olanzapine)
• Gedragsstoornissen (bijv. bij dementie)
• Sporadisch bij moeilijk behandelbare aandoeningen
bijv. hevig braken, niet te stoppen hik, slaapstoornissen en stotteren

Wanneer treedt het effect op

Vaak zijn er binnen enkele uren of dagen duidelijke effecten op symptomen van verhoogde prikkelbaarheid zoals (psychomotore) opwinding, rusteloosheid en agitatie. Het kan dagen tot weken duren voordat duidelijke effecten zijn waar te nemen op de waarneming (hallucinaties) en het denken (wanen).

Effectiviteit

70% tot 90% van de patiënten met een (acute) schizofrene psychose verbeteren met een antipsychoticum. Het resultaat op de verschillende psychoses is wisselend.

Verloop behandeling

Wanneer het effect is bereikt, wordt het antipsychoticum nog enige tijd doorgegeven. Bij schizofrenie verdient een preventieve behandeling de voorkeur, het aantal schizofrene patiënten dat zonder antipsychotica vrij van psychoses blijft is erg klein. Antipsychotica reduceren de kans op een nieuwe psychose zeer sterk, maar er blijft een kleine kans op een psychose. Als richtlijn geldt dat na een eerste psychotische episode minstens een à twee jaar behandeld moet worden, na volgende episode minstens vijf jaar en na verschillende episodes en met ernstige gedragsstoornissen en/of suïcidegevaar levenslang.

Staken antipsychotica

Twee soorten onttrekkingsverschijnselen kunnen optreden na afbouw en staken van antipsychotica:
• tardieve bewegingsstoornissen (dyskinesieën)
• algemene klachten
hoofdpijn, slapeloosheid, misselijk, braken, angst en geen eetlust, vooral bij fenothiazinen met sterk anticholinerge eigenschappen

Farmacokinetiek

De meeste antipsychotica hebben eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer een dag of wat korter. Dosering van een- tot tweemaal per dag is daarom aan te bevelen, wanneer na ongeveer een week een "steady state" is bereikt. De meeste antipsychotica hebben een actieve metaboliet.

Bloedspiegels

Bij haloperidol is tot een concentratie van ongeveer 10 μg/l sprake van een normaal verband tussen concentratie en effect. Daarboven daalt het klinisch effect en neemt de kans op extrapiramidale bijwerkingen snel toe, aangezien meer dan 80% van de D2-receptoren bezet is. Ook voor flufenazine en perfenazine is aangetoond dat er een relatie bestaat tussen plasmaconcentraties, klinisch effect en extrapiramidale bijwerkingen. Met betrekking tot de overige oude antipsychotica zijn geen eenduidige bevindingen gerapporteerd.
Er zijn aanwijzingen dat clozapine een significant grotere respons geeft bij het overschrijden van de drempelconcentratie van ongeveer 350-400 μg/l. Ook is aangetoond dat de kans op terugval toeneemt indien de serumconcentratie meer dan 40% daalt ten opzichte van de uitgangswaarde, ondanks een stabiele dosering.

Dosisequivalentie

Middelen die werkzaam zijn in lage doseringen (enkele mg per dag) noemt men hoogpotent, middelen die werkzaam zijn in hoge doseringen (honderden mg per dag) noemt men laagpotent. Een schatting van de werkzaamheid (mate van blokkade van de dopamine D2-receptoren) wordt uitgedrukt in zogenaamde equivalente doseringen. Met de nodige restricties kan een equivalente dosering gebruikt worden om over te schakelen van het ene naar het andere antipsychoticum. Het standaardmiddel haloperidol heeft een dosisequivalentie van 1.

Zwangerschap

Lees meer

Links

- switchen tussen antipsychotica

Praktijk uitgelicht

Praktijk Querido

Dhr. Bram Querido

Praktijk inschrijven

Ook uw praktijk geplaatst op de Hulpgids? U kunt zich aanmelden door het inschrijfformulier in te vullen en daarna op de knop "versturen" te klikken. Uw gegevens worden binnen 5 werkdagen na ontvangst kosteloos door Hulpgids.nl verwerkt en gepubliceerd. inschrijven ›